Bij parodontitis is paar keer mild ingrijpen even goed als één keer fors

De tandarts die ernstige tandvlees- en kaakbotontstekingen (parodontitis) behandelt geneest de patiënt doordat hij niet alleen schadelijke bacteriekolonies van de tanden en kiezen verwijdert, maar ook doordat hij het afweersysteem van de patiënt stimuleert om nog meer van die mondbacteriën op te ruimen. Als de patiënt in meerdere kortere sessies wordt behandeld is het resultaat net zo goed als na één flinke, langdurige ingreep, terwijl die forse ingreep een hoger risico op bijwerkingen heeft. Deze conclusies trekt tandarts Vincent Zijnge in zijn proefschrift waarop hij eind april in Groningen promoveerde.

Zijnge onderzocht de behandeling van parodontitis. Die ontsteking begint met een ophoping van agressieve mondbacteriën in tandplaque op het tandoppervlak waarna deze langzaam wordt ingebed in een slijmerige matrix waarbij een biofilm ontstaat. De tanden en kiezen lopen gevaar als de biofilm ook in ruimten (pockets) tussen tandvlees en de tanden en kiezen ontstaat. De biofilm blijkt een fysieke barrière te zijn die cellen van het afweersysteem hindert om de aanwezige bacteriën op te ruimen. Zijnge onderzocht vooral de microbiologische veranderingen tijdens verschillende behandelingen.

Zijnge gebruikte een nieuwe moleculaire techniek (denaturing gradient gel electrophoresis, DGGE) om een genetische streepjescode van de biofilm te maken. Daarmee kon hij veranderingen in de bacteriekolonies zien.

Het wegschrapen van de biofilm uit de pockets, wat de tandarts tijdens de parodontitisbehandeling doet – waarbij de arts zich soms met een kleine operatie toegang tot de diepe pockets verschaft en ontstoken tandvlees weghaalt – leidt tot een verschuiving in de samenstelling van de microbiële populatie in de biofilm. Met DGGE liet Zijnge zien dat het aantal kwaadaardige mondbacteriën tot twee weken na de behandelingen afneemt. Dat betekent dat het afweersysteem van de patiënt de resterende brokstukken van de gevaarlijke biofilm opruimt en genezing kan optreden. Zijnge toonde dus aan dat de tandarts of mondhygiënist met de mechanische behandeling het eigen afweersysteem weer toegang verschaft tot de schadelijke mondbacteriën. M.A.J. Eijkman