Annie

Een tijd geleden mocht ik op de koffie bij boerin en CDA-Kamerlid Annie Schreijer-Pierik. Zo pront als Annie worden ze in de Randstad niet meer geboren. Slagschip van het matriarchaat. Als een niet te stuiten waterval ging ze te keer over de zegen van het boerenland, de nuffigheid van Den Haag, het debiele gedachtengoed van de Partij voor de Dieren. Het leek wel opera: vrouw met riek en hooivork tussen de tanden, al bleef haar mond zacht en bij wijlen sensueel.

Mevrouw Schreijer uit Hengevelde draafde maar door, in onvervalst Twents, en dus ging voor steller dezes veel wijsheid en poëzie verloren. De vraag of er nog genoeg liefde was, vond ze ongepast. „Daar spreken Tukkers niet over.” Toch sloot ze het gesprek af met een dialectisch liedje. Niet echt een cantate, maar wel klanken waar je iets aan hebt. En ja, er was een geliefde die zich aangesproken mocht voelen: „FC Twente! Naast het land en de beesten, natuurlijk.”

FC Twente: epos van ongearticuleerde liefde.

Zeker niet de meest bezongen club. Toch niet met de zegezangen van Pindaros. Een lokale chansonnier wil op hoogdagen nog weleens een liedje tokkelen voor de helden van De Grolsch Veste, maar niet dat je denkt: FC Twente heeft ook zijn eigen Guus Meeuwis, zoals PSV dat heeft. Dichters en romanciers hoor je nooit eens over Blaise Nkufo, terwijl de zwarte parel wel een gelaagde monstrans van de samenleving is. Van het artistieke gemeen liet alleen Jan Cremer zich ijlings kennen als paaldanser van de FC. Geforceerd, want eigenlijk wist hij niet eens dat FC Twente voor de titel ging.

FC Twente: club zonder cultureel gebladerte.

Bij Ajax is dat anders. In de Arena wemelt het van de elite. Politici, cabaretiers, geleerden, dominees, columnisten, ze verdringen elkaar tot der dood in een lawaaierige gordel van smaragd. Daarnaast wordt Ajax ook nog bezet door provincialen – de Amsterdamse middenstand heeft het allang opgegeven. In de voorbeschouwingen over de dramatische ontknoping van de titelstrijd werd de waterscheiding tussen Ajax en FC Twente nog eens middeleeuws aangescherpt: cultuur versus folklore. Naar de intrinsieke waarde van clubs en spelers werd niet omgekeken. Naar hun onderlinge verwantschap ook niet.

Gescheiden werelden.

Het heeft toch met de arrogantie van Ajax te maken. De club die al jaren geen prijzen meer pakt, maar die nog steeds als grootmacht van zelfbedachte exclusiviteit en design in het leven staat. Pretentieus in historische onvervreemdbaarheid.

Colosseum.

Dat is FC Twente niet. Maar maak er ook geen winderige koolschuur van. De club uit Enschede is maatschappelijk meer verankerd dan de club uit de hoofdstad. Achter FC Twente zit een heel sociaal weefsel. Van Ajax kun je hooguit zeggen dat het een selectieve broederschap is die eerder ademt in de regie van beursjongens dan van een sociaal geweten. FC Twente heeft hart voor les misérables, Ajax is de tomtom voor arrivés. In professionalisme scheelt het weinig, in rituelen ook niet, maar in gevoelstemperatuur veel.

Niet dat je van echte morele categorieën kunt spreken. Ook FC Twente is een baronie, met de alom gekende trucs van het kapitalisme. Voorzitter Joop Munsterman is heus geen fan van Marx. Wat heet, ik zie hem ooit nog opdraven bij RTL Boulevard.

Hulde aan Steve McClaren, die het zogenaamde Britse flegma nu tot in kinderversjes uitspeelt als motivatietechniek, maar Martin Jol doet als vileine klompenstrateeg niet onder in kleuterriedel. Schaduwgevechten van coaches: totaal betekenisloos, natuurlijk.

Wat mij vooral intrigeert aan FC Twente is de provinciale nederigheid die ook weer is omgezet in een werelds aplomb. Anders dan PSV, appendix van Philips. Anders dan Heerenveen, monster van valse gemoedelijkheid. Anders dan NEC, NAC en FC Utrecht, hobbyclubs van eenlingen. FC Twente: staalharde constructie van de ratio, maar met romantiek als harde kern.

Prachtige paradox.

En dus voor mij de geprefereerde titelkandidaat. Bij FC Twente ontstaat nieuw leven, Ajax is eelt van oude glorie. Allicht zijn beide titelpretendenten gebouwd op lava van honger naar succes. Meer op gewin dan op eer. Dat zijn Bayern München en Inter Milaan ook. Hoertje erbij: geen bezwaar.

De schaal van Henk Kesler? Ach, bric à brac in een te grote wereld. Stofje in de glamour van Van Gaal en Mourinho. Juist in die neonverlichte savanne waar Annie Schreijer-Pierik nooit zou willen zijn. Haar geweldige moederheupen zijn te vlezig voor een gouden kalf. Al zie ik haar morgen wel in bronstige omhelzing met Bryan Ruiz even uit zichzelf treden.

Maar dat heet dan clubliefde.