Aanjagen van innovatie is mislukking

Het Innovatieplatform – in 2003 opgericht om ‘de innovatiekracht van Nederland te versterken’ – heeft nauwelijks iets bereikt. Dat blijkt uit een rondgang langs economische wetenschappers.

„Goede rapporten, maar het ontbreekt aan de vertaling in beleid”, zegt Arie van der Zwan. Er zijn „kostbare jaren” verspild, vindt hij. In 1980 schreef een commissie onder zijn leiding voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid het rapport Plaats en toekomst van de Nederlandse industrie. Sinds de oprichting van het platform zeven jaar geleden, is de achterstand van Nederland ten opzichte van het buitenland op technologisch gebied opgelopen.

Van der Zwan noemt die ontwikkeling ,,zeer zorgelijk”. „Als ik een vergelijking maak met 1980, is de internationale concurrentiestrijd alleen maar feller geworden. Wil Nederland weer meedoen aan de top, dan moeten keuzes worden gemaakt.” Innovatiehoogleraar Alfred Kleinknecht van de TU Delft vindt het Innovatieplatform „verspilling van tijd en middelen”. Volgens hem heeft het platform „nauwelijks invloed” gehad op het innovatiebeleid.

Het platform is in 2003 ingesteld door het kabinet-Balkenende II als adviesorgaan om de concurrentiekracht van Nederland te versterken. In het platform, met Balkenende als voorzitter, hebben ministers, topondernemers, wetenschappers en bestuurders zitting. Vorige week produceerde het platform zijn laatste rapport ( Nederland 2020, terug in de top 5), waarin wordt gepleit voor moderne industriepolitiek en zorg geuit over het ondernemerschap. Er zijn te weinig startende innovatieve bedrijven, te weinig snelle groeiers die op de wereldmarkt doorbreken, en er is te weinig innovatie bij bestaande bedrijven.

Innovatie: pagina 13