Waarom komt lichtval op schilderijen altijd van links?

Als je naar interieurschilderijen uit de zeventiende eeuw kijkt, valt het op dat het licht (bijna) altijd van links komt, schrijft Adriaan van Bloois. „Het licht valt meestal door een venster naar binnen. Waarom komt het niet even vaak van rechts? Komt dat door rechtshandigheid van de schilder?”

Huiselijke taferelen bij het venster zijn een geliefd onderwerp in de zeventiende eeuw. Denk aan het Het melkmeisje van Johannes Vermeer, inderdaad met licht vanaf links.

Kees Kaldenbach houdt het als kunsthistoricus eerder op een traditioneel overgeleverde gewoonte. Die volgens hem „mogelijk te maken heeft met natuurlijke menselijke rechtshandigheid, en dus met het licht van links op het schilderdoek, zodat de schilder geen last heeft van zijn eigen slagschaduw”.

Maar komt dat licht wel zo vaak van links? Heidi de Mare is verbonden aan de VU Amsterdam en schreef het proefschrift Het huis en de regels van het denken, een onderzoek naar schilderijen van Simon Stevin, Jacob Cats en Pieter de Hooch. „Inderdaad schildert Vermeer doorgaans met lichtinval van links, maar dat geldt zeker niet in het algemeen voor schilders. Licht komt ook van achteren, of van rechts bij schilders uit het vroegmoderne Europa.” Als Hollandse voorbeelden noemt ze schilderijen van Pieter de Hooch, Pieter Janssens Elinga en Samuel van Hoogstraten.

Of er evenveel schilderingen zijn met lichtinval van links als van rechts (of van achteren) weet De Mare niet. Maar op basis van haar eigen onderzoek kan ze wel zeggen dat ‘licht van links’ niet zonder meer dominant is. „Wel is het zo dat moderne, recente ‘navolgers’ van Vermeer, vaak fotografen, dat beeld bij ons inprenten.”

Een verklaring zoekt De Mare dan ook niet in de rechtshandigheid van de schilder, of in de westerse leesrichting, van links naar rechts, dus met het licht mee: „Voor dit soort complexe verschijnselen zijn helaas geen eenduidige verklaringen.” Ze noemt dit ‘beeldformaties’: „Dat zijn beeldconventies die over langere tijd herkenbaar zijn in kunstwerken, en zowel qua tijd als locatie ver uit elkaar liggen. Kunstenaars eigenen zich die conventies toe en variëren erop in hun werk.”

Kunsthistoricus Kaldenbach heeft onderzoek gedaan naar het woonhuis van Vermeer en vertelt dat zijn woon- en werkruimte met raamkozijn er op verschillende schilderijen anders uitzien. Zijn voorkeur voor licht van links is dus geen gevolg van de opstelling van het model in zijn woning. Het Melkmeisje is dan ook niet gesitueerd in zijn eigen keuken. Het raam in het schilderij heeft een heel ander venster.

Viola Lindner