Het popconcert gaat ten onder aan geklets

Vanwege gepraat tijdens concerten verlaten bands hier vaak voortijdig het podium.

Waarom praten de praters eigenlijk, zelfs bij populaire, snel uitverkochte concerten?

Het gaat in Nederland vaak over stilte bij een popconcert. Of vooral het gebrek daaraan. Onlangs nog, drie keer binnen een week op verschillende plekken waar ik kwam. De band I Am Kloot uit Manchester speelde in een uitverkocht Rotown in Rotterdam. Het verzoek om niet te praten tijdens het concert was al lang voor aanvang bekend: het stond op alle posters. De bewuste avond waren A4’tjes in de zaal opgehangen met dezelfde boodschap. Zanger/gitarist John Bramwell speelde met zijn gebroken arm in een mitella en zat zo zwaar onder de pijnstillers dat hij naar eigen zeggen het publiek in een waas zag. Het was een strijd maar hij deed het met verve. Op een gegeven moment ontstond toch rumoer achterin de zaal. Bramwell riep tijdens een nummer: „Shut up”. Het leverde hem een hard applaus op.

Drie dagen later stond het New Yorkse Yeasayer in Paradiso. Ook dit concert was uitverkocht. Ik stond met mijn vriendin bijna in het midden van de zaal. Achter ons praatte een stel van begin dertig haast schreeuwend met elkaar. Het ging over vakantie. Na een kwartier vroeg mijn vriendin met haar vriendelijkste gezicht of het iets zachter kon. De jongen schreeuwde eerst een semikomisch ‘Wááát’ in haar oor en stelde daarna: „Als je stilte wilt, moet je vooraan gaan staan.” Hij was kwaad omdat zijn gesprek was verstoord.

Een paar dagen later speelde cabaretier André Manuel solo op het Utrechtse Tweetakt Festival. In de locatie, een grote kas, stond niet ver van het podium een bar. Het gegons uit die richting was overheersend. „Je kan wel merken dat het gratis is”, zei Manuel. „Tegenwoordig stappen bands van het podium.” Het gepraat hield tot het laatste moment aan.

André Manuel verwees naar het concert van Tindersticks op het Crosslinx festival in de Eindhovense Effenaar. De band maakt fragiele muziek over verbroken relaties, eenzaamheid en ander leed. Het gepraat in de zaal was zo alomtegenwoordig dat de band na drie kwartier besloot op te stappen. De meningen in het publiek over die actie waren verdeeld, maar feit is dat Nederland weer slecht voor de dag kwam. Het land heeft een twijfelachtige reputatie als het gaat om luid gepraat tijdens concerten, hoe intiem ze ook bedoeld zijn.

De concertzalen zijn zich hiervan bewust. Podia als het Utrechtse Tivoli, Doornroosje in Nijmegen en het eerdergenoemde Rotown hebben in het verleden al A4’tjes met het verzoek om stilte opgehangen. In het buitenland kom je die niet tegen. Maar hoeveel blaadjes er ook hangen, vaak helpt het niet. Als het publiek zin heeft om te praten, praat het. Toch blijft het verwonderlijk. Waarom willen mensen zo graag praten op een plek die bedoeld is om te luisteren? Waarom kopen vrienden een kaartje voor een populair concert, terwijl ze meer in elkaar geïnteresseerd zijn dan in de muziek?

Wie in buurlanden België en Duitsland concerten heeft bezocht, is onder de indruk over de devote aandacht van het publiek. De bezoekers luisteren in stilte naar de band, een huwelijk tussen oprechte interesse en beleefdheid. In Nederland heeft een deel van de concertgangers een andere intentie. Optredens van bands zijn steeds vaker sociale ontmoetingsplekken. De zaal is een levendige omgeving om eens goed bij te kletsen.

Opvallend genoeg is de populariteit van een concert vaak recht evenredig aan het praatvolume van het publiek. Hippe mensen praten graag bij hippe concerten. Bij de eerste optredens van Kytemans Hiphop Orkest, dé act van 2009, deed het publiek euforisch mee. Bij latere concerten voelde een trendgevoelig deel van het publiek zich geroepen om te praten bij de Kyteman-concerten, terwijl deze almaar beter werden. Het omgekeerde was logischer geweest.

Veel praters vinden niet dat ze fout zitten. Converseren tijdens een concert is een vrijheid die ze zich niet laten afnemen. Zoals de jongen bij Yeasayer al stelde: wie er last van heeft, moet maar vooraan gaan staan. Naast het feit dat hij de zaken omdraait, gaat hij eraan voorbij dat rumoer voorin duidelijk te horen is. In een zaal als Tivoli blijft het gegons van achterin de zaal juist bij de eerste rijen en de band of artiest hangen. Maar alle argumenten ten spijt, duiken steeds meer verhalen op van praters die voet bij stuk houden.

Die trend is niet nieuw, ook buiten de concertzaal. Geklaag over verloedering van de maatschappij is van alle tijden, maar we kunnen het er allemaal over eens zijn dat Nederlanders een stuk assertiever zijn geworden. Onderwijshervormingen als de Tweede Fase en het Competentiegericht Onderwijs zijn erop gestoeld. Iedereen kent de voorbeelden. Als een agent vraagt om een afgesloten weg te vermijden, wordt dat niet klakkeloos aangenomen, maar vraagt de pro-actieve burger waarom dat in hemelsnaam moet.

Ik zat vorige week in de intercity van Utrecht naar Amsterdam. Een groot Limburgs gezin zat verdeeld over twee vierzitters en converseerde met elkaar door afwisselend te schreeuwen en te gieren van het lachen. Op een gegeven moment vroeg een vrouw of het iets stiller mocht, ze probeerde te lezen. De eerste reactie: „Dan moet je maar in een stiltecoupé gaan zitten.” De man was zo trots op zijn weerwoord, dat hij het enkele malen herhaalde. Ook hij wilde zijn vrijheid en zijn gezelligheid niet zonder slag of stoot opgeven.

Ook zit er onder de pratende concertbezoekers een aantal voor wie kletsen gelijk staat aan het naar je zin hebben. Te lange stilte zorgt voor ongemak en leidt automatisch tot een nieuwe opmerking. Natuurlijk: mensen begroeten elkaar, leveren commentaar op de band, vragen of de ander ook wat wil drinken. Maar wanneer muziek een bijzaak wordt, ontstaat een probleem. Dat dit in Nederland een probleem is, blijkt niet alleen uit de vermaningen die concertzalen ophangen. In Rotown zijn geen akoestische concerten meer op zaterdag. Veel zalen sluiten de bar tijdens gevoelige optredens.

Het is blijkbaar niet voldoende. Het stilzwijgende publiek is daarom ook buiten concerturen in opstand gekomen. Het initiatief Respect The Band heeft T-shirts laten drukken met de ondubbelzinnige, uit Engeland geleende boodschap Shut The Fuck Up Or Fuck The Fuck Off. Op hun website respecttheband.nl is het shirt te bestellen. Het initiatief noemt zichzelf ‘een „stil protest” met harde woorden’ en stelt op zijn site: ‘In deze maatschappij, waar muziek een wegwerpbestand is op je computer, is het overschreeuwen van de band tijdens concerten een steeds groter probleem aan het worden.’ Een duidelijk signaal, maar of concertbezoekers het T-shirt aandoen, is de vraag. Veel mensen willen zich tijdens een avondje uit tenslotte leuk kleden.

Een vergevorderde maatregel zou het inzetten van zaalwachten zijn, die professioneel om stilte vragen door de praters dwingend op de schouder te tikken. Maar die ingreep zal zelfs een groot deel van het stilzwijgende publiek een betutteling à la Balkenende-IV vinden. Het is bovendien een vreemd contrast met de bands die op het podium over vrijheid zingen. Daarbij draaien veel zalen op vrijwilligers die liever niet voor de lol Gestapootje spelen.

Zolang het probleem blijft bestaan, lijkt een ander plekje opzoeken toch het beste advies. En dan maar proberen het rumoer te negeren. Al weten we allemaal waar je aan denkt wanneer iemand vraagt vooral níet aan een roze olifant te denken.