Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

Cultuur

Ida geloofde echt in il Duce

Marco Bellocchio’s film over Ida Dalser laat zich bekijken als een boze droom.

„Ik beeld haar af als een vrouw die in opstand komt.”

Sommige films van de Italiaanse regisseur Marco Bellocchio (Piacenza, 1939) halen buiten Italië de bioscoop, sommige niet. Zeven jaar geleden lukte het met Buongiorno, Notte een ingetogen drama over de ontvoering en moord op de Italiaanse oud-premier Aldo Moro.

In Vincere haalt hij opnieuw een pijnlijke episode uit de Italiaanse geschiedenis op, maar wel in een heel andere, theatrale stijl. De film gaat over de liefdesgeschiedenis tussen de jonge Benito Mussolini (Filippo Timi) en Ida Dalser (Giovanna Mezzogiorno), die een modeatelier heeft. Uit de verhouding komt een zoon voort. Als Mussolini haar laat vallen, weigert Dalser daar genoegen mee te nemen, waarna hij haar laat wegstoppen in een inrichting.

U vertelt dit verhaal niet realistisch, eerder als een soort boze droom.

„Ja. Het is onmogelijk om dertig jaar geschiedenis op een realistische manier de revue te laten passeren. Dit is mijn visie op de geschiedenis, aangevuld met historische beelden. Ik heb me vooral laten leiden door de films die toen populair waren. Ik heb gekozen voor een stijl die lijkt op het melodrama van de jaren 20 en ik heb ook goed gekeken naar de avant-garde van die tijd, de expressionisten en de futuristen, die nauwe banden hadden met het fascisme. Mussolini was de eerste politicus die zich volledig bewust was van de kracht van beelden en van de invloed van film als massamedium. Daar speel ik mee.”

U schildert Mussolini af als een theatrale figuur, die eigenlijk voortdurend een rol speelt.

„Hij was een groot spreker en een begenadigd acteur, vooral in de beginjaren. Later werd hij steeds meer een karikatuur van zichzelf, zozeer zelfs dat we ons niet meer goed kunnen voorstellen wat zijn aantrekkingskracht was. Ik heb daarom gekozen voor een acteur met een toneelachtergrond, die het theatrale in zijn optreden scherp zou doen uitkomen.”

U behandelt Dalser met sympathie. Is dat niet eigenaardig? Ze was een van de eersten die echt in Mussolini geloofde.

„De meeste films die gaan over vrouwen in deze tijd, gaan over antifascisten. In dat gezelschap hoort Dalser zeker niet thuis. Maar ze heeft toch iets heroïsch. Ze weigerde zich te schikken in haar lot en is zich tot het einde blijven verzetten. Die strijdbaarheid heeft mijn sympathie.

„Toen ze was opgesloten in de inrichting zijn haar vreselijke dingen overkomen. Ze kreeg elektroshocks toegediend. Dat heb ik niet laten zien, omdat ik haar niet zozeer als slachtoffer wilde afbeelden maar als een vrouw die in opstand komt, een rebel, hoewel dat ook een tragische kant heeft. Door haar fanatisme heeft ze haar zoon het leven onmogelijk gemaakt. Ze bleef maar hameren op het onrecht dat hem door Mussolini was aangedaan. Ze doet me denken aan Medea in de tragedie van Euripides, die haar kinderen vermoordt.”

Bevat de film indirect ook kritiek op het huidige Italië van Berlusconi?

„Vooral buitenlandse journalisten stellen die vraag. Misschien komt dat doordat buitenlanders zich nog verbazen over de politieke situatie in mijn land, terwijl de Italianen er allang aan gewend zijn. Die vergelijking is in ieder geval nooit mijn bedoeling geweest. Dat zou ook niet helemaal terecht zijn. Zelfs de politieke partijen die uit het neofascisme zijn voortgekomen beroepen zich tegenwoordig niet meer op Mussolini.

„Voor zover er een overeenkomst bestaat tussen Italië onder Mussolini en nu, dan is dat eerder de enorme politieke onverschilligheid die er toen was bij een groot deel van de bevolking, en die momenteel ook weer bestaat. Die parallel wil ik wel voor mijn rekening nemen.”