Wie ontdekten pijl en boog?

Hoe kan het dat indianen, pygmeeën en Papoea’s in een ver verleden, zonder elkaar ontmoet te hebben, allemaal de pijl en boog kenden? Dat vraagt Pieter Lasker uit Emmen.Ja, in theorie zouden al die volkeren allemaal apart de pijl en boog hebben kunnen uitvinden. Maar waarschijnlijk is dat niet. Midden in de laatste IJstijd (20.000 jaar geleden) schoten Europese jagers al met pijlen op bizons, op paarden en misschien ook wel op mammoeten. Lekker veilig van een afstandje. Pijl en boog is zó handig, zó simpel en zó veilig dat die uitvinding waarschijnlijk als een lopend vuurtje over de aarde ging. Wie zijn buurman ziet schieten, wil ook zo’n ding. Alleen in dichte bossen heb je er niet veel aan. Amazone-indianen schieten liever met blaaspijpen. In een paar duizend jaar kan zo de pijl en boog de wereld rond. Van buurvolk naar buurvolk. Dat zou dus ruim op tijd zijn om mee te reizen met de oer-indianen die uit Siberië overstaken naar Amerika, 15.000 jaar geleden. Voor de Aboriginals in Australië kwam de uitvinding te laat. Die zaten toen al tienduizenden jaren op hun afgelegen continentje in de Stille Zuidzee. In Australië hadden ze dus geen pijl en boog (maar wel een boemerang). Alleen in het noorden van Australië werd wel eens een pijl en boog gebruikt, want daar hadden ze, veel later, weer contact met de Papoea’s. Hendrik Spiering