Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

'Ik voel me net een lam dat de wei in mag'

Pianist Cor Bakker heeft een jazzplaat opgenomen. Daarmee doorbreekt hij het keurslijf van de dienstige begeleider.

Cor Bakker Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Amsterdam 15-4-2010 Cor Bakker Foto NRC H'Blad Maurice Boyer
Cor Bakker Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Amsterdam 15-4-2010 Cor Bakker Foto NRC H'Blad Maurice Boyer

,,In een restaurant speelt met Kerst een jazzcombo. De klanten vinden het prachtig, dus vraagt de eigenaar de band of ze volgend jaar met Kerst weer komen spelen. Vraagt de drummer: ‘Mag ik dan mijn drumstel laten staan?’”

Pianist Cor Bakker kent de clichématige jazzmoppen. De jazz is en blijft geen vetpot. En toch keert Bakker terug naar zijn oude liefde: jazz. En dan met niet voor de hand liggend standards-repertoire. Op zijn cd Elettra staan dynamische, romantisch vloeiende, eigen kwartetstukken. „Ik wil risico’s nemen en niet meer nadenken of akkoorden wel passen”, zegt hij in zijn Amsterdamse woning.

Vijfentwintig jaar begeleidde Bakker als meest dienstige pianist in het land iedereen. Nederlandse sterren uit pop, theater en cabaret, internationale vedettes als Al Jarreau – ze bloeiden op het bedje dat hij spreidde. Als goedlachse sidekick van Paul de Leeuw werd hij bekend bij het grote publiek.

Waarom wilt u nu jazz spelen?

„Tien jaar heb ik niet over de toekomst nagedacht . Ik zat in een bootje dat comfortabel dobberde. Nu was het tijd om mijn jazz-ei te leggen.”

Opvallend: uw cd ‘Elettra’, met gitarist Jesse van Ruller, bassist Clemens van der Feen en drummer Hans van Oosterhout, is opgenomen in Italië.

„Ik zag eens een muziekdocumentaire van Sting die muziek opnam in Jamaica. Dat zag er geweldig uit. Ik heb het reizen met bands altijd gezellig gevonden. Een andere sfeer, ver van huis. Hier opnemen betekent: een studio op een industrieterrein, een bassist die om vijf uur afhaakt wegens een schnabbel, enzovoorts. Ik wilde perfecte omstandigheden creëren: mooi weer, lekker eten, een zwembad. Mijn lievelingsvleugel is 3300 kilometer naar Italië komen rijden.”

Als dit al zo lang uw droom was, waarom wachtte u dan zoveel jaar?

,,Ik heb deze cd zelf gefinancierd en zelf uitgebracht. Een dergelijk duur project moet je goed doen. Dat ik me dat nu kan permitteren komt ook omdat ik 25 jaar in het vak zit. Al bestond de wens al langer, de tijd was nu pas rijp.”

Had u veel stukken zo klaarliggen?

„Integendeel. Ik ben niet het type dat ’s nachts naar de vleugel rent om die ene melodie meteen te vangen. Ik schrijf weinig op. Er schuilt een grote onzekerheid in mij – het is al snel niet goed genoeg. Onder druk presteer ik beter: dan moet je wel. Aan de hand van schetsen lieten we de stukken ontstaan.”

In een jazzkwartet is de keuze voor gitaar naast piano een gevaarlijke combinatie.

„Ja, een melodie-instrument is handiger. Je zit elkaar al gauw in de weg. Een saxofonist ligt meer voor de hand. Maar ik wilde graag met gitarist Jesse van Ruller werken. Dus schreef ik speciaal tweestemmige dingen. Zoals Dolce Ricordi, een lieflijke herinnering. Opgedragen aan onze gezamenlijke Bananasplit-tijd. Hij maakte ooit deel uit van mijn begeleidingsband in dat programma, in lullige, gele jasjes. Jesse had het moeilijk, hij wilde serieus worden genomen als jazzmuzikant. Toen op een keer een huisvrouwenorkest aanschoof dat op pannen sloeg, ging hij artistiek dood en stapte op. Ik heb dat Bananasplit-thema listig in de compositie verweven.”

Wat heeft u willen laten horen wat wij nog niet van u kennen?

„Mijn vrije muzikale denken. Ik voel me nu net een jong schaap dat de wei in mag. Ik speel normaal voornamelijk bestaand repertoire. Soms verstikt dat. Het uitvoeren van eigen muziek is uitdagender. In het titelnummer Elettra vlíeg ik voor mijn gevoel. Ik ga helemaal los in mijn improvisatie, atonaal, vrij. Dat heb ik nog nooit gedaan.”

Of nooit gedurfd?

,,Ik denk soms wel te veel na. In dit stuk geef ik antwoord op mijn zeer uitgedachte, koraal-achtige beginstuk boordevol tussenstemmen. Tegen het einde vlieg ik eruit. En dat voelde heerlijk.”

U heeft veel artiesten begeleid. Wat trok u in die dienende rol?

,,Ik begeleid, zodat jij kunt stralen. Jawel, daar is veel eer aan te behalen. Met Karin Bloemen hadden we in 150 shows heel wat momenten dat we samen opstegen. Als het gaat om artiesten of muziek met wie je minder hebt, is het een kwestie van een professionele houding. Dat hoort er ook bij.”

Als sidekick van Paul de Leeuw kreeg u het imago van gezellig, sfeerverhogend musicus.

„Het Swiebertje-effect. Musici weten dat ik meer maak dan gezellige muziek. In mijn programma’s als Cor & Co en kwamen zwaargewichten als Al Jarreau, Michel Petrucciani en Michel Legrand langs. En in Cor op Reis zat ik bijvoorbeeld in new age-achtige sfeer op een berg met een man die muziek kreeg uit een schelp.”

U werkt nu 19 jaar met De Leeuw.

,,Dat ik bij Paul ging werken, vonden mijn ouders niet leuk. Ik schaam me ervoor, zei mijn vader. Ook musici verklaarden me voor gek. Slecht voor je naam, zeiden ze. Ik heb Paul juist altijd leuk gevonden. En ik heb in zijn shows razend snel leren improviseren.”

Het stoort u dat er licht wordt gedacht over werk als orkestleider?

„Ik stoor mij aan kwalificaties als ‘het feestorkest van De Leeuw’. Of ‘kermisband’. Het tienmansorkest bij Paul de Leeuw stikt van de goede musici. Er is nauwelijks repetitietijd, de muziek wordt vaak in een keer uitgevoerd. Zangers als Michael Bublé en Robbie Williams zijn daar echt van onder de indruk. En natuurlijk, dan klinkt ineens ook in de zaal een hosser als O, wat ben je moooi. We verzinnen de tunes ter plekke. Als een kapitein geef ik commando’s door in de zendoortjes van mijn musici. „Herhalen! Twee keer zo snel! Een halve toon hoger.” Vaak hebben de mensen niet eens in de gaten dat er een orkest zit. Die kijken heel anders naar zo’n programma.”

Is deze plaat uw bewijs dat Cor Bakker meer is dan lichtvoetige wijsjes?

„Misschien. Ik laat me van een andere kant zien. Ik voel me muzikaal meer uitgedaagd en moet nu echt aan de bak, studeren. De automatische piloot waarop ik voer is weer uit. Het smaakt naar meer. Ik wil spelen met dit bandje.”

Nu wilt u echt jazzmusicus zijn.

„Ja. De afgelopen jaren speelde ik wel eens stiekem in een jazzclub in Bussum. Ik kreeg tot mijn grote verbazing de Gooise jazzprijs. En vorig jaar in het Concertgebouw gaf ik een jazzconcert met muziek van Clare Fischer dat positieve kritieken kreeg. Maar ook in de cross-over voel ik me gesterkt. Op The Hague Jazz improviseerde ik met Al Jarreau. Daar heeft hij het nog over. Hij zou nu graag met mijn band spelen.”

De ontvangst van uw jazz is warm. Ziet u dat als erkenning?

„Iets in mij heeft dit altijd willen laten horen. Dat dit serieus wordt genomen doet mij veel. Een jazztournee lijkt me groots.”

Er werd bij u thuis geen muziek gemaakt. Hoe vond u de piano?

,,Ik kom uit een warm, maar geen cultureel nest. Als jongste van vier kinderen was ik als enige in muziek geïnteresseerd. Gegrepen werd ik door de pianomuziek van een leraar in het speelkwartier. Ik zat elke pauze bij hem aan de piano. Hij adviseerde me balletlessen te gaan begeleiden. Dat is aftellen en zomaar zestien maten wegspelen voor de dans. Ik deed het zes jaar lang bij het Scapino-ballet in Amsterdam en werd er erg handig van.”

De piano heeft u door uw middelbare school-tijd gesleept.

„Ik was een dromer. Cor is geestelijk vijftig, zeiden mijn vrienden. Want ik hield van Louis van Dijk. Jaloerse jongens gooiden eens de klep dicht van de piano. Ik heb mijn handen kunnen beschermen door vuisten te maken.”

En door Van Dijk ging u naar het conservatorium.

,,Ik mocht voorspelen, en hij was enthousiast. Toen geloofden mijn ouders er ook in. Mijn vader offerde zijn garage op; dat werd mijn studio. Ik zat er dag en nacht. Lang dacht ik dat ik niet goed bij mijn hoofd was. Op het conservatorium vond ik gelijkgestemden.”

Later werd de briljante pianist, componist Clare Fischer uw mentor.

„Zijn plaat First Time Out, met bassist Gary Peacock en drummer Gene Stone uit 1962, heeft mijn leven veranderd. Ik had al veel pianisten bestudeerd, maar dit kwam echt binnen. Hoe Fischer allerlei rare elementen op logische wijze verwerkt, raakte me. Ik heb hem een bandje gestuurd met de vraag of ik op les mocht. Dat mocht.”

Past u zijn lessen nog toe?

,,Dagelijks. Pies als een hond tegen elke maat aan, zei Fischer. Ook de van hem geleerde manier waarop je spanning opwekt in melodie en harmonie zit in mijn kop. Oók als ik zit te flauwekullen bij De Leeuw met een simpel lottomuziekje.”

Waarom ging u uiteindelijk niet door met de jazz?

„Via het cabaret van Jenny Arean en Paul van Vliet kwam ik met een eigen combo in de radiowereld terecht. In 1992 begon ik bij Schreeuw van de Leeuw. Ik ben muzikaal altijd breed geïnteresseerd geweest. Jazz, ja, maar ook kleinkunst. Ik was nooit zo’n jazztype. En ook niet zo op mijn gemak in rokerige jazzcafés. Van alcohol moest ik door mijn strenge opvoeding niet veel hebben.”

Speelde geld een rol in de keuze?

„Tja. Menig studiegenoot zat zonder werk. Ik nooit. Op tv, in het theater en in losse optredens is genoeg te doen. De firma Bakker verdient niet aan jazz. Toch is dit geen hobbyproject. Ik neem mijn jazz zeer serieus.”