Minder brutaal in Japan

Aan het eind van zijn leven werkte Ed van der Elsken aan de ‘Tokyo Symphony’, een compositie van beeld en geluid die onvoltooid bleef. De audiovisuele presentatie met nooit eerder getoonde opnames is nu te zien in het Nederlands Fotomuseum.

Beelden uit ‘Tokyo Symphony’, 1986 Foto’s Ed van der Elsken, Nederlands Fotomuseum
Beelden uit ‘Tokyo Symphony’, 1986 Foto’s Ed van der Elsken, Nederlands Fotomuseum

‘Pam, pa pam pam.... Dit is de eerste tape van het Japan project...’ De stem van de Nederlandse fotograaf Ed van der Elsken (1925-1990) schalt door de donkere expositieruimte van het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Dan ineens: geluiden van vroeg geschuifel en geschreeuw op de Tsukiji vismarkt in Tokio. Op drie videoschermen verschijnen beelden van rijen bevroren tonijnen: de ogen richting hemel, de bekken wijd open. Een schelle, woeste stem ratelt in rap tempo prijzen op, beelden van bieders met opgestoken handen schieten langs.

Dan gaat het geluid over in een ritmische cadans van de metro, beelden van slapende schoolmeisjes in uniform worden afgewisseld met hordes Japanners in zwarte pakken die zich een weg banen richting kantoor. Foto’s van rockende tieners in de hippe buurt van het Harajuku station worden opgevolgd door opnames van de Chukaku-ha, een radicale groep linkse demonstranten, en winkelende rijken in de Ginzawijk.

Dit is Tokyo Symphony, een compositie in beeld en geluid met nooit eerder vertoond werk van fotograaf Ed van der Elsken. Het is te danken aan het speurwerk van één man dat deze installatie nu te zien is in het Fotomuseum. Onderzoeker Frank Ortmanns (1977), freelance medewerker bij Paradox, een organisatie voor fotografie, video en nieuwe mediaprojecten, begon een paar jaar geleden aan een studie over de invloed van Van der Elsken op de naoorlogse generatie Japanse fotografen. Uit een briefwisseling van Van der Elsken met onder anderen Eikoh Hosoe, een Japanse filmmaker en fotograaf met wie hij destijds goed bevriend was, maakte Ortmanns op dat Van der Elsken in 1986 kleurenfoto’s en geluidsopnamen had gemaakt voor een project getiteld Tokyo Symphony. Het was de bedoeling dat deze installatie zou worden getoond in het Museum voor Volkenkunde in Leiden.

„Het is er nooit van gekomen”, zegt Ortmanns, die in het Nederlands Fotomuseum, waar het archief van Van der Elsken ligt, op zoek ging naar de bewuste beelden. „Van der Elsken heeft gedurende de laatste periode van zijn leven nog aan deze audiovisuele presentatie gewerkt, maar door zijn vroege overlijden heeft hij het nooit kunnen realiseren.”

Nadat Ortmanns de beelden van de installatie in het archief had gevonden, zocht hij contact met Anneke Hilhorst, de weduwe van Van der Elsken. „Ik vroeg of zij misschien wist waar de geluidsbanden waren. Ze had geen idee of die opnames nog bestonden. Toen ze bij haar thuis is gaan zoeken, heeft ze alles gevonden.”

Er bleek een directe relatie tussen het gevonden geluid en het bestaand archiefmateriaal te bestaan. Bovendien had Van der Elsken in een aantekeningenboekje nauwkeurige notities gemaakt over de locaties van de verschillende geluidsopnamen. Op basis van ruim zes uur geluidsfragmenten, tekstnotities en 1.600 dia’s construeerde Ortmanns een audiovisuele installatie. Geluidsontwerper Mark Glynne componeerde een ‘soundscape’ uit origineel en nieuw materiaal en Jeroen de Vries ontwierp een ruimtelijke vorm voor de installatie die op drie schermen beeld en tekst toont. Ortmanns deed zelf de voormontage, filmeditor Peter Claassen rondde het geheel af. „Het is nu een filminstallatie geworden met een doorlooptijd van ruim een kwartier. Daarin zijn zo’n vierhonderd foto’s opgenomen.”

De installatie geeft een swingende, dynamische impressie van een land dat is gevormd door een mengeling van traditionele waarden en invloeden van de westerse levenswijze. Bij de selectie van het beeldmateriaal probeerden Ortmanns en Claassen zoveel mogelijk ‘in de geest’ van de fotograaf te werken. „In feite toont deze Symphony het gewone leven in Tokio. Van der Elsken heeft een humane kijk op de wereld. Wat hij doet, is niet analytisch en voor iedereen begrijpelijk. Hij fotografeert de simpele dingen van het bestaan: mensen die demonstreren, muziek maken, dronken zijn. Hij houdt niet van problematiseren, hij fotografeerde alles, zonder waardeoordeel.”

Niet alleen voor Tokyo Symphony, maar ook voor andere projecten filmde Van der Elsken soms en combineerde hij fotoseries met geluid, zoals tegenwoordig veel wordt gedaan door fotografen van het agentschap Magnum op de site magnuminmotion.com. Dit duidt er volgens Ortmanns op dat Van der Elsken zijn tijd ver vooruit was. „In zijn boeken werden foto’s uitvergroot en aangesneden. Hij werkte intuïtief, deed van alles door elkaar en zag dat je je als fotograaf niet zo hoefde te beperken. Hij ging eigenlijk heel brutaal te werk.”

Gedurende een periode van dertig jaar bezocht Ed van der Elsken Japan, wat onder meer resulteerde in het boek De ontdekking van Japan (1988). Daarnaast ontwikkelde hij een langdurige vriendschap met Eikoh Hosoe en contacten met agenten als Tatemi Sakai en Jintaro Takano. Zij maakten het mogelijk dat een aantal van zijn fotoboeken, waaronder Sweet Life (1966), L’Amour à Saint-Germain-des-Prés (1986) en Elsken: Japan 1959-1960 (1987) in Japan werden samengesteld en gepubliceerd. „Een boek als Sweet Life zou er nooit zijn gekomen zonder de hulp van Eikoh Hosoe”, zegt Ortmanns. „Uit hun onderlinge correspondentie blijkt ook dat Hosoe, die aan de universiteit van Tokio les gaf over fotografie, er destijds voor heeft gezorgd dat tweeduizend exemplaren van Sweet Life werden verspreid onder zijn studenten.”

Tot nu toe werd aangenomen dat de invloed van het werk van Van der Elsken op de naoorlogse Japanse generatie groot was. In het overzichtswerk The Photobook: A History, Volume 1 (2004) beschrijven fotograaf Martin Parr en fotohistoricus Gerry Badger het succes van Sweet Life. Volgens hen was Van der Elskens boek, evenals William Kleins New York een grote hit in Japan. In The Photobook schrijven zij dat Van der Elskens werk een belangrijke invloed had op de jonge Japanse fotografen uit de jaren zestig.

Ook noemen Parr en Badger Sweet Life een „eerste publicatie van de pure stream-of-consciousness, machinegeweerbenadering die later zou worden overgenomen door de Japanse ‘provocatiegeneratie’.” Daarmee doelen ze op de wilde, filmische zwart-witfotografie van Japanse fotografen als Daido Moriyama.

Ortmanns betwijfelt of de invloed die Parr en Badger aan Van der Elsken toedichtten wel zo groot was. Het viel hem op dat Evelyn de Regt in haar Geschiedenis van de Nederlandse fotografie in monografieën en thema-artikelen (1984) nauwelijks melding maakt van de belangstelling van Van der Elsken voor Japan. „Dat boek van De Regt is een van de beste werken over Van der Elsken. Maar zij noemt Van der Elskens bezoeken aan Japan alleen in een voetnoot. Over zijn invloed op de Japanse fotografie heeft ze het niet. Ik vond het opvallend dat Parr en Badger daar zo stellig over waren.”

Ortmanns nam contact op met Parr en vroeg hem welke bronnen hij had geraadpleegd. „Parr zei dat hij zijn conclusies heeft gebaseerd op uitspraken van Hosoe. Dat is dus maar één bron. Bovendien is Hosoe een vriend van Van der Elsken en is de kans groot dat hij daardoor niet echt een objectieve uitspraak kan doen.”

Volgens Ortmanns is het niet mogelijk om aan te tonen dat Van der Elsken invloed heeft gehad op andere Japanse fotografen of op de ontwikkeling van de Japanse fotografie vanaf de jaren zestig. „Wat Parr en Badger hebben geschreven, wordt vaak klakkeloos overgenomen. Het is wel zo dat Van der Elsken veel aandacht kreeg in Japan en daar een zekere status geniet. Maar het is moeilijk om mensen te traceren die zeggen: Ed van der Elsken was mijn inspiratiebron. Je kan niet hard maken wat zijn invloed is geweest. Veel Japanse fotografen werden in de jaren zestig ook geïnspireerd door Westerse straatfotografen als Robert Frank en William Klein.”

Als de invloed van Van der Elsken niet is na te gaan, wat is dan het belang van Tokyo Symphony? „De meeste mensen denken bij Van der Elsken aan zijn zwart-wit fotografie en aan fotoboeken als Sweet Life en L’Amour à Saint-Germain-des-Prés. Tokyo Symphony is interessant omdat deze kleurenfoto’s, die toch wat minder brutaal zijn, een goede indruk geven van Ed van der Elsken als documentairefotograaf en niet als kunstfotograaf. Ik denk dat er hierdoor wat meer aandacht kan komen voor dit deel van zijn oeuvre.”

Nog steeds is lang niet alles uit het archief van Van der Elsken ontsloten. „Er zijn nog zevenhonderd contactvellen met zwart-wit foto’s uit Japan”, zegt Ortmanns. „Een deel daarvan heeft hij in fotoboeken opgenomen, maar een ander deel is nog steeds onbekend.”

Tokyo Symphony is een duidelijke uiting van de individualistische stijl van fotograferen die typerend is voor Van der Elsken. „Met deze stijl zette hij zich destijds af tegen de meer geëngageerde documentairefotografie die in de jaren veertig werd uitgedragen door Cas Oorthuys, Carel Blazer en Eva Besnyö,” zegt Ortmanns. „Zij waren van mening dat fotografie vooral een dienende functie had. Maar Ed zei: ik wil mezelf uitdrukken. Ik wil tonen wat ik van de wereld vind.”

In een kort filmpje, dat ook op de expositie wordt getoond, geeft Van der Elsken zelf uitleg over zijn fascinatie voor Japan. „Hij vertelt daarin dat het hem niet gaat om de geschiedenis van het land, maar dat het hem te doen is om de mensen in het hier en nu.” Van der Elsken wilde volgens Ortmanns geen analyse geven van de samenleving. „Hij wilde alleen fotograferen wat hij zelf mooi vond. Hij ging altijd op zoek naar mensen die hem intrigeerden.”

Deze individualistische stijl in de fotografie, die zich in de jaren vijftig in het Westen manifesteerde, werd pas in de jaren zestig in Japan overgenomen. Ortmanns vroeg ook aan Moriyama, bekend om zijn ‘rauwe’ zwart-wit fotografie, in hoeverre zijn stijl is beïnvloed door de Nederlandse fotograaf. „Het punt is dat veel mensen de ‘rauwheid’ in de Japanse fotografie associëren met het werk van Ed van der Elsken. Maar Moriyama zegt veel meer te zijn geïnspireerd door het werk van Andy Warhol. De manier waarop hij in zijn boek Farewell Photography (1972) alles mengt, is extreem eigenzinnig. Maar er is geen link met Van der Elsken.”

Zou Van der Elsken blij zijn geweest met de manier waarop Tokyo Symphony nu wordt getoond? „Ik denk van wel”, zegt Ortmanns. „Ik heb niet het gevoel dat we het werk van een oude fotograaf op een hedendaagse manier hebben opgepimpt.”

‘Tokyo Symphony’ is tot 20 juni te zien in het Nederlands Fotomuseum Rotterdam. Las Palmas, Wilhelminakade 332, Rotterdam. Tel. 010-2030405.www.nederlandsfotomuseum.nl