Lekker lui en naakt tuinieren

In een tweewekelijkse serie over boeken die bijna onopgemerkt bleven, dit keer over de pracht van het platteland waar alles ‘authentiek’ behoort te zijn.

boekomslag Countryside van Monique Geertsen
boekomslag Countryside van Monique Geertsen

Countryside is een salontafelboek. Breed, dik, zwaar papier, veel foto’s. Het is er al een tijdje. Het verscheen ter gelegenheid van de vijftiende Countryside-beurs in Gent, afgelopen najaar. Het was bedoeld om alle bezoekers van die beurs, en alle andere liefhebbers van ‘de landelijke levensstijl’ de lange donkere winter door te helpen.

Bij mij lag het al die tijd onderop een hoge stapel achter een gordijn in een donkere hoek. Ik durfde er niet in te kijken, bang als ik was voor al die mensen die tijd hebben en weten hoe ze die tijd op niveau kunnen stukslaan en er dan ook nog een meer dan gemiddeld inkomen aan overhouden.

Het is de wereld van de ambachtelijke pottenbakkers, meubelmakers, bloemenbinders, wevers, kaarsenmakers, viskwekers, restaurateurs, quiltsters, zeewierboeren, appelwijnboeren, vakwerkbouwers en geitenkaasmakers, in zes verschillende streken: de Vlaamse Ardennen, Zeeland, de Loire, de Cotswolds, de Voerstreek en Noordwest-Ierland. Zij doen hun werk zoveel mogelijk ‘ecologisch’ en ‘duurzaam’ en ‘natuurlijk’, en niet om de verdienste, maar ‘als passie’, ‘als levenswerk’, ‘met hart en ziel’ en ‘met geduld en liefde’. Zo doet men dat, in de country. ‘Design’ is er een scheldwoord. Op het platteland is alles ‘authentiek’.

Monique Geertsen ging er op bezoek en werd, want zo gaat dat in de countryside, overal vriendelijk onthaald. Zij schreef overal aardige stukjes over. Zo ontstond deze hartelijke gids voor het goede leven. Alles positief (‘de zon schijnt!’), alles op zijn tijd, alles aandachtig.

Het is reclame op stand. Als de timmerlieden iets restaureren, dan doen ze dat altijd ‘vakkundig’. En is het al een keer herfst, dan is het meteen weer een ‘zonovergoten herfstdag’.

Geen herrie, geen gif, geen seks, nergens kinderen, geen auto’s – behalve dan een gerestaureerd oldtimertje met een vriendelijk lachend gerestaureerd echtpaartje erin. Genieten van de goede keuken, de mooie tuin, de authentieke winkeltjes en de geruststellende clichés over ‘kleurige vlinders’, ‘schilderachtige antieke houten schepen’ en ‘verstilde straatjes vol gerenoveerde vissershuisjes’. En daarbij hoort steeds weer dat prettige gevoel dat, kort gezegd, alles goed is, ook als je bouwt met leem en hout: ‘Met leem en hout heb je contact met de aarde, je gaat terug naar de oorsprong. Een soort oergevoel.’

Ik hield dit boek zo lang mogelijk op afstand, bang als ik was voor zo veel goede gevoelens bij elkaar. Maar toen ik het deze week opensloeg en alleen nog maar naar de foto’s had gekeken, wilde ik nog maar één ding: naar de countryside. Zelden zag ik zo’n mooi en groot groen golvend grasgazon als bij dat kasteel in Chinon. De aantrekkingskracht van het landschap van de Voerstreek, met die lichte golving erin. Een verlaten kasteeltuin. Een hol landweggetje. Een ambachtelijk hek met nobel hang-en-sluitwerk. En dan die stenen stapelmuur in de Cotswolds.

Ook ik zou me, net als Chris Ingles, nog kunnen laten omscholen tot drogemuurtjesbouwer. En dan de hele dag niets anders meer doen dan dry stone walls bouwen, zoals dat daar al eeuwenlang gebeurt: met natuursteen, ter plekke aanwezig, vernuftig gestapeld, zonder cement. Je kan er eigenlijk altijd mee doorgaan. ‘Dat geeft een heel tijdloos gevoel’ aldus Chris.

Zo is het op al de foto’s bij deze dertig verhalen uit de country: tijdloos, alles goed geregeld, het paradijs op aarde. Barbara en Ian Pollard hebben er hun kleren alvast bij uitgetrokken. Zij tuinieren het liefst in hun blootje, op hun ecologische landgoed Abbey House Gardens. Het is niet verplicht, maar wie dat wil kan de tuin naakt bezoeken, op speciale dagen.

Monique Geertsen: Countryside. Landelijk wonen, reizen en leven. Lannoo, 166 blz. € 24,95.

    • Guus Middag