Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Politiek

De interne markt is bûûh

Van de Europese interne markt profiteren alleen grote bedrijven, zo vinden velen.

Brussel wil nu ook man in de straat meer laten profiteren van praktische voordelen.

In 2005 stak in Frankrijk de vrees op voor een toestroom van Poolse loodgieters door vervolmaking van de interne markt. Daarop adverteerde Polen met dit affiche om toeristen te trekken. Foto Pools Verkeersbureau
In 2005 stak in Frankrijk de vrees op voor een toestroom van Poolse loodgieters door vervolmaking van de interne markt. Daarop adverteerde Polen met dit affiche om toeristen te trekken. Foto Pools Verkeersbureau

„Als ik mensen in mijn land vertel dat ik me als Europarlementariër bezighoud met de interne markt, zeggen ze: bûûhh. Ze hebben niks met de interne markt. Dat is alleen voor bedrijven, zeggen ze, niet voor burgers.”

Wie denkt dat Europeanen in Brussel niet weten wat Europeanen buiten Brussel over de EU denken, moet toch eens langsgaan bij het Europees Parlement. In een grote zaal vertelt de Griekse socialist Sylvana Rapti wat de Grieken haar in het weekeinde (als ze niet in Brussel of Straatsburg is) over Europa vertellen. Ze waarschuwt: Het is puur negatief wat ik hoor. Europa ís een interne markt. Als we niet gauw zorgen dat die aantrekkelijk wordt voor de burger, zijn de gevolgen niet te overzien.”

Op het podium zitten onder meer een Maltese Europarlementariër die een vernietigend rapport heeft geschreven over de gezamenlijke Europese markt, en voormalig eurocommissaris Mario Monti. Ook Monti, die sinds 2004 rector is van de Bocconi-universiteit in Milaan, is bezig met een rapport over de ‘revitalisering’ van de interne markt. Eind april biedt hij dat aan bij voorzitter José Manuel Barroso van de Europese Commissie, die de opdrachtgever is. Monti mag zijn rapport vandaag toelichten in het Europees Parlement. De Italiaan, een enigszins teruggetrokken professor met een kurkdroog gevoel voor humor, heeft in Brussel zowat de status van halfgod. Hij was de machtige en succesvolle eurocommissaris voor mededinging voordat Neelie Kroes die post in 2004 overnam.

Monti wil niet onthullen wat er in zijn rapport staat, dat later ook naar de Europese regeringsleiders zal gaan. Maar Monti is een consistent man. Net als Jacques Delors, de legendarische vroegere Commissievoorzitter, heeft hij vaak gezegd dat Europa méér moet worden dan een markt alleen. Het probleem is volgens Monti dat grote bedrijven profiteren van het vrije verkeer van goederen en diensten in Europa, maar dat veel burgers zich afvragen wat voor hen de voordelen zijn. Van een markt kunnen mensen niet houden. En dus kunnen ze niet van Europa houden.

Na Monti’s opmerkingen zetten de Europarlementariërs de sluisdeuren open. Wijd open. De één klaagt dat hij er via internet vaak niet in slaagt iets te bestellen, omdat de bezorging enkel nationaal is. Een ander, een Duitse liberaal die vindt dat de nationale pers Europa stelselmatig afkraakt, vraagt zich af of het parlement tenminste de regionale pers niet zover kan krijgen dat ze stukken schrijft over wat burgers aan Europa hebben. „Gewoon informatieve stukken”, zegt hij enthousiast, „waarin staat wat de regels zijn en hoe ze werken.” Zo was hij laatst op een douanekantoor in Berlijn waar veel klachten binnenkomen van gewone mensen die iets willen verkopen in een ander land of over de grens willen werken. „Omdat elk land de interne marktregels maar deels heeft doorgevoerd, of op een andere manier, is het voor burgers waanzinnig moeilijk om erachter te komen hoe het over de grens werkt. Dus denken ze: laat maar. Grote bedrijven vinden hun weg wel. Kleine ondernemers, die de ruggegraat vormen van de Europese economie, worden hier knettergek van. Burgers al helemaal.”

Een Poolse gravin wil dat dokters en verpleegsters makkelijker over de grens aan de slag kunnen. Zij vindt het bespottelijk dat ze drie telefoonkaarten en bankrekeningen in drie landen nodig heeft om in drie landen te kunnen werken – om nog maar te zwijgen van de drie verschillende tarieven die ze voor telefoontjes en internet betaalt. „Ook de prijs van vliegtickets hangt af van de nationaliteit van je creditcard. Geen wonder dat mensen niet begrijpen waar de interne markt goed voor is.”

Monti antwoordt: „Mijn zorg is ook dat de interne markt geen sociale component heeft. Burgers denken dat ‘Brussel’ hun regering zelfs verbiedt sociale wetgeving door te voeren.”

Toch, vervolgt hij, wil de ironie dat grote bedrijven, waaronder multinationals die het meest van de interne markt profiteren en veel regels naar hun hand hebben weten te zetten door te lobbyen in Brussel, óók steeds ontevredener worden. Zij zijn op de wereldmarkt actief en klagen nu dat de Europese mededingingsregels (bijvoorbeeld om te voorkomen dat één bedrijf de EU monopoliseert) hen belemmeren om te concurreren met Chinese of Amerikaanse bedrijven.

Zo is de interne markt voor veel gewone burgers een keihard kapitalistisch instrument en voor grote bedrijven een bureaucratisch keurslijf voor de welvaartsstaat. Wie daar iets aan wil doen, moet van goeden huize komen. „Maar ik geloof dat het kan en ik geloof dat het moet, dus ik zal een serieuze poging doen”, zegt Monti. Zonder interne markt geen EU, vindt hij. En zonder de EU zou Europa volgens Monti waarschijnlijk een stuk turbulenter zijn geweest dan het de afgelopen decennia was.