Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Televisie

'Als een malle' kun je voor een hoop gebruiken

Als het om taal gaat, ben ik erg meegaand. Zo neem ik bijvoorbeeld heel snel woorden, accenten of een manier van spreken over (en raak hierin af en toe het pad kwijt, zodat ik in het buitenland opeens tegen een verwarde taxichauffeur zinnen zeg als: „Jij mij autorijden naar die plek, ja? Nu dan? Markt is nu nog wakker, straks misschien slaap.”)

Ook voor taaltrends blijk ik vrij gevoelig. Samen met mijn gehele vriendengroep ben ik een tijdlang verslingerd geweest aan ‘gaaf’, het liefst hard en langgerekt uitgesproken: GAAAAF! Vóór de gaaf-tijd zeiden we ‘als een malle’. Als een malle kon je voor een hele hoop zaken gebruiken: als iemand goed danst („Tim danst als een malle”) of om toewijding aan te geven („ik ga hem beuken als een malle”) maar ook om een defect te benoemen („mijn tv piept als een malle”).

Het nieuwste wat ik nu om me heen hoor is de constructie ‘wat weet je van’. Het is een manier om iets te vertellen over wat je hebt gedaan of aan het doen bent: „Wat weet je van de lekkerste gemberpannekoeken van de wereld?” Het is een retorische vraag, want het antwoord is: „NIETS maar ik lekker wel.”

Ook het woord ‘super’ is alomtegenwoordig. Ik hoor mezelf niet zelden pareltjes construeren als: „Ja het is superfijn maar ook wel superzwaar hoor, maar ja, ik doe het wel supervaak. Ja. Mm-m. Super toch?”

Eigenlijk zijn haast alle stopwoordjes leuk. Ik vind het juist wel chic om met mijn vrienden een plots lievelingswoord te delen. Maar er is één zinnetje dat ik oprecht begin te haten. Dat ik overal om me heen hoor. Wat ik zelf maar blijf zeggen. En dat is ‘zeg maar’. Zeg maar zegt dus zeg maar helemaal niets. Het lijkt louter een opvulmiddel, een manier om tijd te rekken en de zin te spekken. Het is niet mooi of leuk of origineel en bovendien al best wel oud. Maar ik kan er niet mee ophouden. Het lijkt vastgelast in mijn systeem. Elke keer als ik het zeg zou ik wel een kootje willen afhakken, ware het niet dat ik dan binnen twee uur mijn columns voor de rest van mijn leven met mijn tong moet tikken. En ik hoor het ook overal om me heen: bij vrienden, op straat, zelfs bij Nederlanders die al jaren in het buitenland wonen: „Aah, quel zeg maar dommage!”

Ik wil er van af. Het moet ophouden. Kan ik in zeg maar-regressietherapie? Terug naar de tijd dat ik ‘zeg’ en ‘maar’ omarmde als twee losse woorden? Dat zou ik namelijk best wel supergaaf vinden.

renske de greef

Lees eerdere columns van Renske via nrcnext.nl/renske