Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Cultuur

Zal ze haar kind echt iets aandoen?

Lea’s helse bevalling en haar jeugdtrauma doen haar in een inrichting belanden.

Het verhaal valt uiteen in twee delen, wat de film onevenwichtig maakt.

Na de bevalling raakt Lea (Carice van Houten) in de ban van wanen en wordt ze opgenomen in een inrichting. scene uit de film De gelukkige huisvrouw (2010) FOTO: Benelux Film Carice van Houten
Na de bevalling raakt Lea (Carice van Houten) in de ban van wanen en wordt ze opgenomen in een inrichting. scene uit de film De gelukkige huisvrouw (2010) FOTO: Benelux Film Carice van Houten

Lea, de hoofdpersoon van de nu verfilmde bestseller van Heleen van Royen De gelukkige huisvrouw, vloekt als een man, is even onhandig met emoties als de gemiddelde man, en is net zo hevig verontwaardigd over de helse pijnen die ze moet doorstaan tijdens de bevalling van haar eerste kind als een man zou zijn wanneer hij onverhoopt in staat zou zijn een kind op de wereld te brengen.

Na haar helse bevalling volgt geen roze wolk; Lea raakt in de ban van wanen, dreigt haar kind iets aan te doen en moet uiteindelijk worden opgenomen in een inrichting. Daar vindt ze een redder, in de persoon van psychiater Beau (Marcel Hensema). Hij laat zich niet van de wijs brengen door Lea’s cynische agressie tegen zijn autoriteit, die merkwaardig genoeg gepaard gaat met hevig seksueel verlangen naar dezelfde arts. Psychiater Beau, de enige echte held van de roman die al op eerste bladzijde zijn opwachting maakt, is haar baken.

Hij hoeft niet lang te zoeken naar Lea’s jeugdtrauma, want toen ze nog een jong meisje was heeft haar vader zelfmoord gepleegd. Het rouwproces waarin de heldin met vele jaren vertraging alsnog terechtkomt (en hoe), het langzaam dagende inzicht dat ook haar moeder een uiterst problematische rol speelt in haar leven, haar zoektocht naar wie haar vader eigenlijk was; al die elementen zijn ontroerend. Maar ze zijn ook structureel noodzakelijk voor het verhaal, als tegenwicht tegen de grote waffel die Lea voortdurend opzet en die anders alleen maar ergerlijk en platvloers zou zijn.

Bij de verfilming van De gelukkige huisvrouw is het probleem dat alle ‘filmische’ elementen aan het begin voorkomen – de gruwelbevalling, de gekte, de gedwongen opname – maar dat de minder spectaculaire tweede helft, de Vatersuche, het eigenlijke hart vormt van het boek. Dat is lastig, bijna onmogelijk in balans te brengen. Debuterend regisseur Antoinette Beumer komt een eind, maar is daar niet helemaal in geslaagd. De gelukkige huisvrouw is een onevenwichtige film, met een prima eerste helft en een minder geslaagde tweede.

De film bestaat uit een ambitieuze mix van komedie, thriller en drama. De komedie komt voort uit Lea’s grote mond en stoere levenshouding. Omdat haar botte oneliners hier beter zijn gedoseerd dan in het boek, zijn ze ook geestiger; de komische timing van de film is vaak uitstekend. Beumer koos er wijselijk voor om Lea geen voice over te geven.

De suspense komt eerst voort uit de bevalling – de lange scène is een schoolvoorbeeld van de suggestieve kracht van goede montage. Maar de spanning schuilt ook in de geestesziekte van de heldin: zal ze haar kind iets aandoen? Zelfs voor wie het boek kent, blijft dat een bange vraag. Dat is een prestatie.

Rest nog het drama, soms melodrama, dat gaandeweg de overhand krijgt en over het geheel genomen minder goed uit de verf komt. Misschien was de film beter in balans geweest als de drie elementen gelijke tred hadden gehouden tot het einde, en het drama minder de overhand had gekregen.

De vergelijking met die andere bestsellerverfilming Komt een vrouw bij de dokter ligt voor de hand. Dan valt op dat de acteurs in De gelukkige huisvrouw aanzienlijk beter op dreef zijn, ook Carice van Houten, die in beide films de hoofdrol speelt. Nederlands enige filmster speelt altijd met een zekere stoerheid, zelfs in de meest aandoenlijke en zielige scènes.

In de Kluunfilm zat dat de emotie bij kijker in de weg en die houding paste ook niet helemaal bij het passieve personage. In De gelukkige huisvrouw is hardheid veel meer op zijn plaats en zorgt Van Houten door de kwetsbare kant van haar personage beter te laten zien ook voor meer tegenwicht.

Dit is in feite een film met slechts één hoofdrol en verder uitsluitend bijrollen; Carice van Houten is een van de zeldzame filmacteurs die zo’n zware taak met glans doorstaan. Waldemar Torenstra zorgt voor de lichte toets, als de vrolijke, charmante echtgenoot Harry; hij speelt in de film een aanzienlijk leukere man dan Harry in het boek.

Onbegrijpelijk is dat de rol van psychiater Beau, de held van het verhaal, kleiner is gemaakt. Daarbij is een van de mooiste scènes gesneuveld: als Beau voor één keer uit zijn professionele rol stapt en Lea meeneemt naar een begrafenis in zijn eigen familie, in de hoop een emotionele doorbraak bij haar te bewerkstelligen.

De filmmakers kozen voor een plattere variant met veel minder zeggingskracht. Zonde.

De gelukkige huisvrouw

Regie: Antoinette Beumer. Met: Carice van Houten, WaldemarTorenstra, Marcel Hensema. In: 122 bioscopen. ***