Zonnestroom staat op punt van doorbreken

De prijs van zonnepanelen daalt zo snel dat zonnestroom in Nederland over vijf jaar concurrerend is met gangbare stroom.

Daar liggen ze, op het dak van zijn bedrijfspand: 162 zonnepanelen. Ondernemer Frans Lamers heeft ze twee weken geleden laten plaatsen. Sindsdien gaat hij geregeld extra vroeg naar zijn werk. Rond zonsopkomst. Om naar zijn stroommeter te kijken. Opgewonden zit hij te wachten, totdat... „Op een gegeven moment zie je dat het groene lampje van de meter langzamer gaat knipperen”, zegt Lamers enthousiast op zijn kantoor in Gendt, een dorp aan de Waal, net onder Arnhem. Dan weet hij: het pand heeft minder stroom nodig van het elektriciteitsnet. Zijn zonnepanelen nemen het langzaam over. Prachtig vindt hij dat.

Lamers wil niet zeggen hoeveel hij heeft geïnvesteerd in de zonnepanelen. Wel wil hij kwijt dat het zo’n twaalf jaar duurt voordat hij zijn investering zal hebben terugverdiend. Ja, dat is best lang, geeft hij toe. En ja, hij begrijpt ook dat veel consumenten zich daardoor laten tegenhouden om zonnepanelen aan te schaffen. Het is een flink bedrag dat je moet ophoesten. Lang niet iedereen kan dat. Of heeft het ervoor over. Wil een gemiddeld huishouden zijn stroomverbruik (3.500 kilowattuur per jaar) dekken met zonnepanelen, dan moet het in één keer zo’n 15.000 euro neertellen. Nog wel.

Maar die situatie gaat snel veranderen, zegt Frans van den Heuvel. Hij is topman van het in Venlo gevestigde bedrijf Scheuten Solar, een van de grootste producenten van zonnepanelen in Europa. De prijs van zonnepanelen daalt sneller dan velen denken, zegt hij. Dat komt omdat de markt het afgelopen decennium mondiaal is geworden. Duitsers, Chinezen, Japanners, Amerikanen, Nederlanders. Iedereen doet mee. „De concurrentie is erg agressief”, zegt hij. De ontwikkelingen zijn zo snel gegaan dat in zonnige streken als Zuid-Italië en Zuid-Spanje de zonnestroom nu al concurrerend is met de prijs die consumenten betalen voor gangbare stroom – een situatie die bekend staat als grid parity (zie figuur). In Nederland is dat punt over vijf jaar bereikt, verwacht Van den Heuvel. En hij is niet de enige die er zo over denkt.

Ook Wim Sinke verwacht snel een omslag. Hij is deskundige op het gebied van zonne-energie bij het internationaal goed aangeschreven Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in Petten. Volgens Sinke was tot voor kort de verwachting dat zonnestroom in Nederland tegen 2020 grid parity zou bereiken. Inmiddels denkt hij vijf jaar eerder. En dat is pas de eerste stap. Nog eens tien jaar later, tegen 2025, zal zonne-energie concurrerend zijn met de groothandelsprijzen voor elektriciteit. Dan wordt het echt bedreigend voor de kolen- en gascentrales.

Deze ontwikkeling is niet alleen te danken aan de snelle prijsdaling van zonnepanelen. Ook andere onderdelen dalen rap in prijs. Bijvoorbeeld het systeem waarop de panelen worden gemonteerd, en de omvormers. Ook de installateurs worden professioneler. Dat maakt nogal wat uit, zegt Sinke. De zonnepanelen bepalen namelijk slechts de helft van de eindprijs. De rest van het systeem en de installatie de andere helft.

Niet alleen de kostprijs van zonne-energie komt snel naar beneden, het wordt consumenten ook makkelijker gemaakt om ervoor te kiezen. In Heerhugowaard is een nieuwe wijk gebouwd, De Stad van de Zon, waar 1.400 woningen zijn uitgerust met zonnepanelen. De bewoners hoefden het bedrag (4.000 euro, voor 2.300 kiloWattpiek per jaar, dat is ongeveer tweederde van het verbruik van een gemiddeld huishouden) niet in een keer vooraf te betalen. Het werd opgenomen in de hypotheek.

Er zijn meer initiatieven. Gemeente Lochem kondigde vorige week aan zonnepanelen te gaan plaatsen die inwoners vervolgens kunnen leasen (zie kader). Hoeveel dat moet gaan kosten is nog niet precies bekend, zegt wethouder Thijs de la Court (GroenLinks). Hij verwacht dat het huishoudens met een gemiddeld stroomverbruik circa 80 euro per maand gaat kosten, voor een periode van 15 jaar. „Met deze opzet kun je nu al concurreren met gangbare stroom”, zegt hij. Na die 15 jaar worden de klanten eigenaar van de panelen. Vanaf dat moment krijgen ze de zonnestroom dus gratis. Nog jarenlang, want de levensduur van zonnepanelen ligt rond de 25 jaar.

Voor Van den Heuvel van Scheuten Solar is dit een bewijs van een stelling die hij al een aantal jaren verkondigt. „De grootste barrière voor grootschalige toepassing van zonne-energie zit niet meer in de technologie, maar in de financiering”, zegt hij. Zijn bedrijf overweegt ook een leaseconstructie op te zetten voor zonnepanelen. En behalve Lochem spelen ook gemeenten als Zutphen, Deventer en Apeldoorn met het idee.

Als al deze initiatieven doorgaan, zegt Van den Heuvel, kan het opeens hard gaan met zonne-energie in Nederland. Die doorbraak is dan wel van onderaf bevochten. Vanuit lokale initiatieven. De nationale overheid heeft hierbij weinig geholpen, vindt hij. Oké, ze geeft sinds twee jaar weer subsidie op zonnepanelen – dit jaar 93 miljoen euro. Maar de opzet van de regeling is hopeloos, zegt hij. „Veel te bureaucratisch, en onzeker.” Zo verandert elk jaar de vergoeding voor de geleverde kilowatturen zonnestroom. Die grilligheid weerhoudt grote investeerders ervan om in zonne-energie te stappen. De financiële onzekerheid is voor hen te groot.

Het kabinet zou duurzame energie wel wat meer, en stabieler, mogen steunen. Dat vindt niet alleen Van den Heuvel, dat zei eerder deze maand ook de Sociaal Economische Raad, waarin de sociale partners zijn vertegenwoordigd. En dat zei afgelopen februari ook al het Innovatieplatform, een adviesclub van topondernemers, wetenschappers en, nota bene, ministers. Het platform bepleit dat Nederland sterker moet inzetten op duurzame energie. Met name die gebieden waar grote economische potentie ligt. Naast biomassa en wind-op-zee werd ook zonne-energie genoemd.

Nederland moet nu aan de bak, zegt Sinke van het ECN. Maar de overheid maakt nog geen haast. Ze onderschat compleet de snelheid en de omvang van de ontwikkelingen op het gebied van zonne-energie. Hetzelfde geldt voor de gevestigde energiebedrijven. Ondanks dat de markt zich mondiaal nu toch echt serieus begint te ontwikkelen. „Willen we een rol blijven spelen, dan moeten we op die trein springen”, zegt Sinke.

In Gendt maakt ondernemer Frans Lamers zich niet druk. Zijn zonnepanelen doen gewoon hun werk voor zijn bedrijf, dat medische producten levert, waaronder honingpleisters. Intussen heeft hij wel een nieuwe stroommeter aangevraagd. Degene die hij nu heeft kan niet terug lopen. Dat is wel nodig. Want stel dat de zonnepanelen meer stroom leveren dan al zijn apparaten en clean rooms nodig hebben, en dat hij elektriciteit wil terugleveren aan het net. Dan wil hij kunnen meten om hoeveel stroom het gaat. Lamers probeert het zich voor te stellen: een meter die niet vooruit, maar terug loopt. Hij verheugt zich er nu al op.

    • Marcel aan de Brugh