'Beschaving vergt onderhoud'

Voor de conservatief draait het onderwijs om innerlijke vorming, aldus Thierry Baudet. Hij stelde een bundel met portretten van conservatieve denkers samen. ‘Wij zijn allen sociaal-liberaal-conservatief.’

Voor iemand die zich bezighoudt met de conservatieve traditie is Thierry Baudet opvallend jong: 27 jaar. Misverstand nummer één, zou hij zelf zeggen. Waarom moet een conservatief de wijsheid van jaren hebben? Waarom is het opvallend dat jongeren zich thuis voelen bij denkers die aandacht vragen voor het menselijk tekort en sceptisch staan tegenover hemelbestormende abstracties?

Misverstanden als deze vormden genoeg reden voor Baudet om, samen met jurist Michiel Visser, een bundel samen te stellen met portretten van 20ste-eeuwse denkers die in de conservatieve traditie staan. Twintig mannen, geen vrouw. Amerikanen en Europeanen, onder wie drie Nederlanders: een historicus, Johan Huizinga, en twee predikanten, Willem Aalders en Herman Dooyeweerd. Nogal wat bijdragen komen van de hand van universitaire docenten, waardoor ze niet allemaal ontkomen aan een enigszins schoolse toon. Maar er blijven genoeg mooie, verrassend levendige portretten over, vooral van de hand van buitenlandse auteurs, zoals die over de Britse cultuurfilosoof Michael Oakeshott, geschreven door zijn landgenoot Theodore Dalrymple, en het portret van de Amerikaan Christopher Lasch, door Amerikaan Jeremy Beer. Dat soort portretten prikkelt het verlangen om de boeken van de geportretteerden opnieuw, of voor het eerst, te lezen. Precies de bedoeling, zegt Baudet.

En dan die misverstanden. Zelfs de titel, zo legt Baudet uit, is bedoeld om er één te bestrijden. „Die is provocerend bedoeld. Het vooroordeel luidt dat conservatieven tegen vooruitgang zijn. Dat is natuurlijk onzin. Iedereen is voor vooruitgang. Maar voor conservatieven moet die geleidelijk van aard zijn, niet revolutionair. ‘Conservatief’ staat tegenover ‘revolutionair’, niet tegenover ‘progressief’. Dat staat tegenover regressief, wat het conservatisme niet is. Het is wel zo dat de denkers uit deze bundel technologische of economische vooruitgang relativeren. Werkelijke vooruitgang is morele vooruitgang. Daar gaat het in deze portretten ook om. Want wil je de staat van een samenleving peilen, dan moet je naar de mensen kijken. Liberalisme en socialisme, waar het conservatisme zich van onderscheidt, denken niet vanuit mensen, maar vanuit systemen: socialisten vanuit de staat, liberalen vanuit de markt. Conservatieven ontsnappen aan die verlammende tweedeling. Hét conservatisme vormt geen beweging. Het is niet te vangen in kwalificaties als ‘links’ of ‘rechts’.”

Toch stemden bijna al deze denkers ‘rechts’. In Engeland heet de partij ter rechterzijde zelfs de ‘Conservative Party’. Eén groot misverstand?

„Wel dat ze allemaal rechts stemden. Dat is gewoon niet waar. Kijk maar: Lasch, Wittgenstein, Ortega y Gasset; dat zijn al drie die niet rechts stemden, of wat voor ons doorgaat als ‘rechts’. De politieke vertaling van belangwekkende ideeën is sowieso een modderige affaire, verbonden met belangen en met een concrete historische context. Over die politieke vertaling gaat dit boek niet. Het is ook geen pamflet. Integendeel, het boek is bedoeld om de rijkdom van de conservatieve traditie te tonen.”

Dat brengt jullie bij zeer uiteenlopende denkers. Neem Christopher Lasch, een ‘liberal’ met marxistische sympathieën die met zijn bestseller ‘The Culture of Narcissism’ Jimmy Carter inspireerde tot de meest zwartgallige speech die een Amerikaanse president ooit heeft gegeven. De reactie daarop leidde onder meer tot het succes van de optimistische Ronald Reagan, een politicus die dweepte met de Oostenrijks-Britse denker Friedrich Hayek, een uitgesproken vrije-marktdenker. Hayek en Lasch zouden zelf niet zo graag onder één noemer in een bundel belanden, denkt u wel?

„Dat weet ik nog zo net niet. Inderdaad, Lasch was kritisch over de vrije markt, en ja, Hayek wordt door velen gezien als protagonist van de vrije markt. Maar vooral in zijn latere werk, Law, Legislation and Liberty, toonde Hayek zich bezorgd over een al te expansieve vrije markt. Wetten en deugden van de markten moeten bijvoorbeeld niet de gezinsverhoudingen bepalen, dat zag ook hij. Net als dat culturele voorwaarden die buiten de markt liggen cruciaal zijn voor de samenleving, en zelfs voor het goed functioneren van die markt zelf. Lasch ontwikkelde zich tot een vertegenwoordiger van het cultuurconservatisme van de gewone man, die eigen gebruiken, tradities en instituties koestert. Kortom, het is maar waar je naar kijkt.”

Conservatieven kunnen dus links stemmen?

„Natuurlijk. Absoluut. Volgens mij zijn we bijna allemaal sociaal-liberaal-conservatief. In onze kijk op de wereld dragen we al die tradities in ons. En het conservatieve perspectief vind je overal, al is het filosofisch een ondergeschoven kindje. Dat zie ik ook als een functie van dit boek, dat mensen denken: ‘ah, dat is dus conservatief, precies zoals ik er al over dacht’. Zoiets neemt hopelijk ook de ideologische hokjes weg waarin we graag denken. Conclusies over de politieke actualiteit zijn verder aan de lezer. Michiel en ik hebben niet voor niets alleen denkers uit de 20ste eeuw gekozen, niet uit de 21ste.”

Maar u zet ze met deze bundel zelf in een hokje.

„Nee. Ik laat zien dat ze schatplichtig zijn aan een zelfde zienswijze, een zelfde mensbeeld. Niet een ideologie. En die zienswijze verbindt deze denkers op allerlei manieren. Zo wijzen ze nagenoeg allemaal op het belang van onderwijs, waarbij ze zich richten op het belang van individuele vorming. Voor socialisten is het onderwijs vooral een zaak van emancipatie, voor liberalen een zaak van nut: wat levert onderwijs op in termen van geld? Voor de conservatief gaat het om beschaving, om innerlijke vorming. Want zonder die vormende dimensie levert het onderwijs mensen met de kracht van reuzen, maar met de zelfbeheersing van kinderen. En socialisten en liberalen hebben gelijk: nut en emancipatie zijn belangrijk, maar het zijn slechts aspecten. Bovendien verdrukken ze de vormende functie van het onderwijs het derde, minstens zo belangrijke aspect. Daarom is het belangrijk dat het conservatieve zienswijze over het voetlicht wordt gebracht, omdat die, vooral in Nederland, enigszins is ondergesneeuwd.”

Waarom vooral Nederland?

„Dat weet ik niet. Want het is niet zo dat hier conservatieve denkwijzen niet hebben postgevat. Zeker wel. Misschien ontbreekt hier een intellectuele traditie om die denkwijze en dat mensbeeld te expliciteren.”

Als je het conservatisme wilt verkopen, is zo’n bundel portretten door hedendaagse ‘geestverwanten’ dan verstandig? Kan dat niet beter met het beste boek van de geportretteerden, onder wie C.S. Lewis of T.S Eliot?

„Zie de bundel als een introductie. Vergeet niet dat Nederlanders de weg naar deze schrijvers vaak niet weten te vinden. Neem Irving Babbitt. Zijn werk is behoorlijk theoretisch. Ik denk zelfs dat ik de eerste ben die heeft geprobeerd te politieke lessen uit zijn werk te formuleren. We hebben ieder portret ook nog afgesloten met een bibliografische slotalinea: in de hoop natuurlijk dat lezers op zoek gaan.”

En om nieuw licht te werpen op zaken als duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen, zo meldt de achterflap. Hoe doet het conservatisme dat?

„De dichotomie socialisme-liberalisme stelt de keuze tussen staat of markt centraal. Bij de eerste is geen plaats voor ondernemen. Bij de tweede wel, maar dan mag je ook doen wat je wilt, als het maar geld oplevert. Het conservatisme biedt hier een derde dimensie, met aandacht voor de eigen verantwoordelijkheid. Dat zie je goed terug bij het denken over maatschappelijk verantwoord ondernemen.

,,De wereld is daar ook aan toe. In de jaren zestig en zeventig was het staat voor en staat na. In de jaren tachtig de vrije markt. En nu is een tijd aangebroken dat we zeggen: ‘ho, wacht eens even, we zijn toch iets vergeten’. Wat we zijn vergeten, daar kunnen deze denkers bij helpen. Zoals gevoel voor de menselijke maat, wat je bij hen allemaal terugvindt. Het klinkt misschien een beetje abstract, maar als je het toepast op de praktijk begrijpt iedereen wat je bedoelt. Zoals de mythe van de schaalvergroting, met al die megafusies van bedrijven en scholen. Het conservatieve perspectief levert argumenten om daar kritisch over te zijn.”

Is het onderscheid staat-markt wel zo helder als jij schetst? In de jaren zeventig bestond ook in linkse kring een grote hang naar kleinschaligheid.

„Dat is waar. Maar om aandacht te vragen voor deze denkers kun je soms niet anders dan in abstracties praten, als ‘markt’ en ‘staat’, ondanks dat zij zelf denken in abstracties niet maatgevend willen laten zijn. Hun les is dat alles complexer in elkaar steekt: wijsheid is nooit losgezongen van tijd en plaats. Conservatisme is in zekere zin een -isme dat tegen alle ismes strijdt. James Burnham sprak van de taak ‘to renounce all ideology’. Michael Oakeshot meende dat de wereld er flink van zou opknappen als mensen present laughter verkozen boven utopian bliss.”

Enthousiasmeren is uw doel. Met welke passage kunt u zelfs succes boeken bij een neefje van 14?

„Veertien jaar? Ortega y Gasset! Die zegt het zo prachtig, zoals Diederik Boomsma heeft opgeschreven: een steen hoeft niet te vechten voor wat hij is, een steen in het veld. Een tijger hoeft zich geen zorgen te maken dat hij zijn ‘tijgerlijkheid’ verliest. Mensen daarentegen lopen voortdurend het risico hun menselijkheid te verliezen. En daar zit het allemaal in, hè? Beschaving vergt onderhoud, dat moeten we nooit vergeten. Dat onderhoud wordt gevergd in wetten, in technologie, maar ook in de moraal, in ons hart. De ultieme test van de maatschappij zit in de mens zelf. Wie hij is en was, ten opzichte van zichzelf en zijn omgeving.”

Thierry Baudet en Michiel Visser (red.): Conservatieve vooruitgang. De grootste denkers van de twintigste eeuw. Bert Bakker, 414 blz. € 19.95