Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

Wielrennen

Wasmaschien

Briek Schotte is dood. Dat is geen nieuws. IJzeren Briek overleed zes jaar geleden, op de dag dat de Ronde van Vlaanderen werd verreden. Schotte won de voorjaarsklassieker twee keer en haalde in totaal twintig keer de finish.

Schotte was de oer-flandrien. De oude flandriens leverden het Belgisch alternatief voor ‘niet lullen maar poetsen’. Onverzettelijk trappen op de fiets, het liefst op onbegaanbare wegen, met kop en kont in de stromende regen. En zodra ze van de fiets stapten, moesten ze zo aanraakbaar mogelijk blijven.

Op de Belgische tv werd een prachtig portret vertoond van de zus van Briek. Ze leek als twee druppels water op haar broer. De verering droop ervan af. Het hele huis lag vol wielerfoto’s. Alsof je in een museum voor Briek Schotte rondliep. De klassieke achtergrondmuziek streek over je rug, langzaam dook de camera in een oude krantenpagina. De kop boven het verhaal: ‘Moeder, ik breng u ’n wasmaschien mee.’

Briek had gehoord dat hij bij winst in een koers dat ding kon winnen. Dat was echt iets voor zijn lieve moedertje, die anders de hele dag voor het grote gezin met haar handen in de tobbe stond. Sporten voor een wasmachine. Je ziet het David Beckham nog niet zo snel doen.

Vooraf meldde wielerkenner Rik Vanwalleghem dat hij soms wel een beetje klaar was met het cliché van de Ronde. Hij doelde op de bekende plaatjes van de flandriens, op een smal boerenpad rijdend langs knotwilgen en een oude kerk.

„Nu ben ik een halve flandrien”, zei Fabian Cancellara in Harelbeke na zijn winst vorige week in de Vlaamse klassieker E3 Prijs. Om eraan toe te voegen: „De andere helft kan ik zondag tijdens de Ronde veroveren.”

Fabian wist dondersgoed wat er voor nodig was een echte flandrien te worden. Bij de start van de Ronde regende het, dat was alvast goed. Hij moest tijdens de koers twee keer van fiets wisselen, zijn voorrem liep aan.

En, het allerbelangrijkste: Cancellara reed weg van de Vlaamse hoop Tom Boonen op de meest flandrienistische plek: op het steile stuk van de Muur van Geraardsbergen waar de kasseien gillend van de lach op hun rug liggen.

Het laatste stuk reed de Zwitser alleen door het Vlaamse landschap, dat in alles contrasteerde met de hypermoderne wielrenner. Met 60 kilometer in het uur leunde hij met beide ellebogen op het stuur. Wat een gemak. Zo stond een boer erbij als hij tevreden uitkeek over zijn grazende vee.

Vlak voor de finish rommelde hij in zijn achterzak. Hij toverde een gouden amulet tevoorschijn en toonde het aan de cameraman op de motor. Hij had het gekregen van zijn vrouw en kind, zo bleek later. Het bracht geluk.

Cancellara won de Ronde van Vlaanderen. Er is geen modernere variant van een flandrien denkbaar. De knoestige, dialect sprekende, eenvoudige Vlaming met diepe haarinplant is definitief vervangen door een metroseksuele, aerodynamische superman met geile benen die onmogelijke wattages trapt.

Op het podium in Meerbeke stond hij te stralen. Links en rechts stonden de verliezers, Tom Boonen en Philippe Gilbert. Ze spoten met hun champagneflessen.

Op het gezicht van de Zwitserse flandrien stond een duidelijke boodschap voor thuis: ‘Schat, ik neem duizend wasmachines voor je mee!’

Wilfried de Jong