Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Voorvechter van racisme

Eugène Terre’Blanche ageerde altijd tegen gelijke rechten voor zwarten. Maar hij was nooit een representant van alle blanke Zuid-Afrikanen.

Eugène Terre’Blanche. Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold
Eugène Terre’Blanche. Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold

Het grootste Afrikaanstalige dagblad Die Burger plaatste gisteren op de voorpagina niet een portret van Eugène Terre’Blanche zelf, maar van „zijn geliefde paard” Atilla in de wei van de boerderij ‘Witrandjiesfontein’, waar de leider van de rechts-extremistische Afrikaner Weerstandsbeweging (AWB) zaterdag werd vermoord. Het swart perd, een kaki overhemd en de nazi-achtige AWB-vlag hoorden bij het zorgvuldig voor de media gecreëerde imago van de mannen voor wie het apartheidsregime te liberaal was. De beelden gingen in de jaren negentig de hele wereld over en Terre’Blanche werd voor de buitenwacht de ultieme representant van de racistische blanke Zuid-Afrikaan die geen verandering duldde.

Maar wie wil weten hoe serieus Terre’Blanche in eigen land genomen werd, moet over dat paard beginnen. Zwarte én blanke Zuid-Afrikanen vertellen met smaak over de dag dat het dier dienst weigerde en Terre’Blanche tijdens een militaire parade in Pretoria op straat smakte. Sinds die dag worden buiten extreemrechtse kringen over Terre’Blanche nog vooral grapjes gemaakt. In necrologieën is hij door Zuid-Afrikaanse kranten een „relikwie uit het verleden” genoemd. Een universele representant van de ongeveer vier miljoen blanke Zuid-Afrikanen is Terre’Blanche nooit geweest.

Eugène Terre’Blanche werd in 1941 geboren in Ventersdorp, in het uiterst conservatieve noordwesten van Zuid-Afrika. Hij werkte als politieagent en als bewaker van hooggeplaatste apartheidspolitici voordat hij in 1973 met zes vrienden in een garage in de provincie Transvaal de AWB oprichtte. De aanvankelijk geheime neonazistische organisatie werd begin jaren tachtig zichtbaar toen president P.W. Botha de rechten van Aziaten en kleurlingen wilde versoepelen. Dat was voor Terre’Blanche het begin van het eind van zijn ideaal van een boerenrepubliek waarin zwarte Zuid-Afrikanen louter als arbeiders welkom waren. Op boerderijen werden jonge blanke mannen gerekruteerd om als deel van de paramilitaire AWB in zwarte uniformen door de staten te paraderen.

De acties van de AWB werden gewelddadiger toen Botha’s opvolger De Klerk in 1990 onderhandelingen met Nelson Mandela’s ANC begon. Een pantserwagen van de AWB reed in 1993 door de voorgevel van het gebouw in Johannesburg waar de onderhandelingen plaatshadden. Met aanslagen en oorlogstaal poogde Terre’Blanche in 1994 de eerste vrije verkiezingen in Zuid-Afrika te verstoren. Voor de Waarheids- en Verzoeningscommissie erkende hij in 1998 „politieke en morele verantwoordelijkheid” voor deze acties waarbij naar schatting 21 doden vielen. Volgens de AWB zelf telde de organisatie op dit hoogtepunt 70.000 leden.

Sindsdien leidden de AWB en Terre’Blanche een marginaal bestaan. In 2001 werd Die Leier, zoals Terre’Blanche zich liet aanspreken, veroordeeld voor zware mishandeling van een pompbediende en een eigen medewerker die het gewaagd had iets te eten in diensttijd. Het tekende de arbeidsverhoudingen op het Zuid-Afrikaanse platteland die sinds het eind van de apartheid nauwelijks verbeterd zijn en ook in de moord op Terre’Blanche zelf een rol gespeeld lijken te hebben.

Na zijn vrijlating in 2004 heeft hij zich vooral op de boerderij en zijn geloof gericht. Een poging om de rechts-extremistische beweging in Zuid-Afrika nieuw leven in te blazen, liep vorig jaar op een mislukking uit. Ongeveer driehonderd mensen uit heel Zuid-Afrika gaven gehoor aan de uitnodiging van de AWB om naar Ventersdorp te komen.