Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Zorg

Vooral uit angst is lange tijd gezwegen

Slachtoffers zwegen lang over het seksueel misbruik in kerkelijke instellingen. Maar gisteren deelden zij hun ervaringen. „Van binnen schreeuwde je het uit.”

Een man vertelt over seksueel misbruik dat hij een halve eeuw geleden onderging, gisteren in de Utrechtse Geertekerk. Foto Joyce van Belkom Nederland, Utrecht, 05-04-2010 Slachtoffers van seksueel misbruik in de Katholieke kerk hielden in de Geertekerk in Utrecht een bijeenkomst om over hun revaringen te praten. LET OP PERSONEN MOETEN ONHERKENBAAR BLIJVEN! Foto: Joyce van Belkom
Een man vertelt over seksueel misbruik dat hij een halve eeuw geleden onderging, gisteren in de Utrechtse Geertekerk. Foto Joyce van Belkom Nederland, Utrecht, 05-04-2010 Slachtoffers van seksueel misbruik in de Katholieke kerk hielden in de Geertekerk in Utrecht een bijeenkomst om over hun revaringen te praten. LET OP PERSONEN MOETEN ONHERKENBAAR BLIJVEN! Foto: Joyce van Belkom Joyce van Belkom

De Utrechtse psychodramatherapeut Peter John Schouten behandelt al 25 jaar slachtoffers van seksueel misbruik. Gisteren kwamen op zijn initiatief in de remonstrantse Geertekerk – om de hoek van zijn huis – katholieke kostschoolkinderen uit de jaren vijftig en zestig bijeen. Voornamelijk jongens die een halve eeuw geleden door voornamelijk paters en priesters zijn misbruikt. De meeste slachtoffers hebben decennialang gezwegen.

Schouten, zelf zonder geloof opgegroeid in Australië, zegt over het nut van de bijeenkomst die georganiseerd is door de stichting Mannenhulpverlening na seksueel misbruik: „Wij doen wat de kerk niet doet: slachtoffers samen hun ervaringen laten delen.” Over de schade van seksueel misbruik op jonge leeftijd zegt de therapeut: „De meeste patiënten leven in een diep isolement. Ze hebben geen identiteit. En seks is een blijvend trauma – ze vermijden het of herhalen wat ze ervaren hebben.”

De woorden van Schouten raken de kern van wat zo’n vijftien van de circa dertig aanwezige slachtoffers later op de dag vertellen. Mannen van rond de zestig doen hun verhaal – sommigen emotioneel, anderen rustig. Ze laten zich graag citeren – „hoe meer media hoe beter” – maar willen of mogen niet met hun naam in de krant. Dat hebben ze met de organisatie afgesproken. Ze komen veelal uit Limburg, Brabant en de Achterhoek – waar de meeste katholieke kostscholen waren. Ze vertellen dat ze seksueel zijn misbruikt – sommigen een enkele keer, anderen jarenlang. Hun klachten variëren van schaamte tot schuldgevoel, van preutsheid tot slapeloosheid van depressie tot zelfmoordpogingen.

Waarom hebben de meesten zolang zwegen? Uit angst vooral. Een man: „Van binnen schreeuwde je het uit, maar er kwam geen kik over je lippen.” Een ander: „Als ik de priester zou verraden, kwam ik nooit meer uit het kindertehuis, dreigde hij. En dat is wat ik wilde: eruit!” Sommige sprekers zeggen het misbruik meteen te hebben gemeld, maar ze vonden geen gehoor bij de superieuren. De daders werden in het gunstigste geval overgeplaatst, vertellen de sprekers in koor. Hoongelach in de zaal.

Veelzeggend zijn ook de opmerkingen over de reacties van de ouders. Die wilden hun kinderen niet geloven als ze met hun verhalen op de proppen kwamen, zo valt te beluisteren. „Ik vertelde het aan mijn moeder en vroeg haar niks tegen mijn vader te zeggen, maar die kwam al snel boven, sleurde me uit mijn bed en sloeg me met een mattenklopper”, vertelt een man die „niet door één of twee maar door vijf of zes priesters misbruikt” is.

Andere ouders zouden hun kinderen, voordat die naar het internaat gingen, thuis zelf al seksueel misbruikt hebben. Een spreker: „De praters en de priesters wisten precies wie thuis al aan de beurt geweest waren, die waren volgens hen extra kwetsbaar.” Een ander citaat: „Ik was een ongewenst kind, ben door mijn moeder en mijn zus misbruikt. Ik moest naar een internaat en ben daar vanaf dag één niet alleen verkracht, maar ook geslagen en geschopt.”

Een paar aanwezigen verwijzen naar hun schuldgevoel. „Als de pater in de slaapzaal langs je bed liep, deed je alsof je sliep. Want dan pakte hij de buurjongen. Achteraf denk je: waarom heb ik het laten gebeuren?”, vertelt een slachtoffer. Een ander zegt: „Ik was bang dat ik zou gaan braken in een kerk. Sinds een paar jaar kom ik er wel weer. Maar ik weet zeker: God is geen katholiek.”

Het zijn vooral mannen die deze Tweede Paasdag spreken. Aan het eind van de bijeenkomst nemen ook een paar vrouwen het woord. Een partner van een mannelijk slachtoffer over de seksuele gevolgen van het misbruik: „De dader komt de slaapkamer binnen en gaat er nooit meer weg. Hij blijft tussen het slachtoffer en de nieuwe partner in staan.”

Een andere vrouw zegt zelf seksueel misbruikt te zijn. Ze krijgt gezinshulp bij de opvoeding van haar twee kinderen. „Ik kan geen intimiteit verdragen”, luidt haar verklaring. Weer een andere vrouw zegt door een oom die broeder was, te zijn verkracht. Zij zou zwanger zijn geraakt en zegt niet te weten waar haar kind is. „Dat je geloofd wordt, daar gaat het om.”

Lees achtergronden op nrc.nl/misbruik-kerk