Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

Taal

Spelling is geen boze wolf

Niemand schrijft foutloos Nederlands. De winnaar van het laatste Groot Dictee der Nederlandse Taal werd alle lof toegezwaaid. Maar hij maakte zeven fouten in een dictee dat alleen nog maar de spelling toetste. Politici vermorzelen het Nederlands, onderwijzers ook. Hoe journalisten zondigen, staat dagelijks in kranten en is te horen op radio en televisie. Het lijkt te gaan om modern verval en er wordt gevreesd voor onherstelbaar verlies. Waar houdt dit op?

Maar taalgebruik met gaten is van alle tijden, net als de bijbehorende ergernis en de roep om repercussies. Zoals professor Higgins zingt in My Fair Lady (1956): „Kijk haar eens – een sloerie uit de sloppen/ Om zo in de gevangenis te stoppen / Voor het meest opzienbarende schandaal: / Gruwelijke poging tot moord op de taal!’’ (vertaling Seth Gaaikema).

Zo behandelt My Fair Lady de herkenbare achterstand die het gebrek aan kennis van de eigen taal met zich meebrengt. In dat licht moet de motie van CDA en SP worden bezien, waarover de Tweede Kamer vandaag stemt. Zij bepleiten dat examenkandidaten op hun centraal schriftelijk eindexamen de opgaven voor alle vakken in foutloos Nederlands dienen te beantwoorden. Taalfouten moeten volgens hen worden verdisconteerd in elk examencijfer.

Deze motie vraagt iets irreëels: vakdocenten, die vermoedelijk niet kunnen bogen op perfecte beheersing van het Nederlands, moeten de examens twee keer corrigeren: op hun eigen gebied en op dat van het Nederlands. Tenzij de leraren Nederlands álle examens nakijken.

Maatstaven zijn nauwelijks te bepalen. Moet iemand die een volmaakt natuurkunde-examen doet punten inleveren omdat zijn spellingsvaardigheid onder de maat is? Mag iemands brille in het ene vak worden gedempt door zijn falen in een ander vak, het Nederlands? Als het tegenzit, betekent dat een lager gemiddeld eindcijfer en daarmee een kleinere kans op toelating tot een vervolgopleiding waar deze leerling mogelijk juist zou excelleren.

De bezorgdheid van de Kamerleden is herkenbaar. De leerling die zijn landstaal slecht beheerst, heeft minder kans van slagen in het leven. Snobistisch is hun zorg ook. Leerlingen worden afgerekend op iets wat niemand volledig beheerst. De extra exameneis zou vooral gelden voor ‘de hogere niveaus’. Alsof ‘lagere niveaus’ niet gebaat zijn bij taalbeheersing.

Behoorlijk Nederlands schrijven is een cruciale vaardigheid. Het is noodzakelijk om leerlingen het belang van acceptabel geschreven én gesproken Nederlands bij elk schoolvak in te slijpen als iets wat vanzelf spreekt.

De versterking van gericht taalonderwijs is al ingezet. Dat moet direct en consequent worden beoordeeld op resultaten – een motie in die richting zou niet misstaan. De oproep van SP en CDA tot een soort zerotolereancebeleid voor slecht Nederlands hengelt naar de gunst van kiezers die net zo min als wie ook foutloos spellen en formuleren, en dat ineens wel van scholieren eisen.

De schriftelijke beheersing van het Nederlands kan niet worden ingezet als de grote boze wolf bij examens. Daar is het taalonderwijs te belangrijk voor.