Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Rotterdamse PvdA mag Leefbaar niet uitsluiten

Van hoog tot laag is men het erover eens dat Leefbaar Rotterdam en de PvdA samen de stad moeten gaan besturen. Negeer de wens van de kiezer niet, vindt Rinus van Schendelen.

Na de Hoekse rellen en de stembusperikelen worstelt het Rotterdamse stadhuis nu met de collegevorming. De door de plaatselijke PvdA medio maart als ‘verkenner’ hiervoor aangezochte Pieter Winsemius heeft intussen een paradoxaal advies gegeven. Hij stelde voor nader onderzoek te doen naar een college van de PvdA (14 zetels) plus de drie kleinere partijen CDA, D66 en VVD. Publiekelijk lichtte hij toe daarin liever ook Leefbaar Rotterdam (LR, ook 14 zetels) te hebben. Waarom adviseerde hij niet tot wat hij het beste vond? Omdat de PvdA dit conceptadvies de dag ervoor afwees, waarna Winsemius koos voor wat ‘haalbaar’ is. De hem verstrekte en ruim gestelde opdracht noopte hem hiertoe niet. Het criterium‘haalbaarheid’ ontbreekt daarin zelfs, en terecht, want zoiets kan pas blijken bij de volgende fase van (in-)formatie.

Waarom is een breed college met daarin zowel PvdA als LR het beste voor de stad? In de van straat tot stadhuis verdeelde stad moeten de twee grote blokken samen besturen, aldus Winsemius. Bestuurders van Rotterdamse organisaties als de EDBR, VNO-NCW Rijnmond en Deltalinqs riepen hiertoe al publiekelijk op en anderen uit de sectoren van zorg, onderwijs en corporaties deden dit binnenskamers. De inhoudelijke verschillen die tussen politieke partijen altijd (behoren te) bestaan, achten zij gering, overbrugbaar en ondergeschikt aan het hogere belang van een krachtig stadsbestuur, zeker in een tijd van ook nog economische terugslag. Insluiting en niet op voorhand uitsluiting van een grootste partij is nodig.

Waarom is de Rotterdamse PvdA tegen brede samenwerking? Haar voorman Dominic Schrijer noemt als redenen dat LR inhoudelijk verschilt van de PvdA, zich jegens burgemeester Aboutaleb heeft misdragen (per motie van wantrouwen inzake de Hoekse rellen) en de verdeeldheid in de stad aanjaagt. De overbrugging van verschillen behoort echter tot het politieke metier, waarover geen beroepspoliticus moet klagen. Over die vermeende misdraging heeft de burgemeester verklaard dit zelf niet zo te zien, waarmee die reden overkomt als inmiddels achterhaald. Aboutaleb is er zelf trouwens voor dat PvdA en LR gaan samenwerken in het stadsbelang, wat hem tevens van het schootsveld tussen PvdA en LR zou bevrijden. Dat LR de plaatselijke verdeeldheid aanjaagt, is te veel eer voor die partij, want die verdeeldheid is een sociologisch gegeven.

De verklaring van de opstelling van de PvdA moet vooral intern worden gezocht. De partij is verdeeld en Schrijers positie is dus kwetsbaar. Van de veertien fractieleden zijn er elf, onder wie alle acht van allochtone herkomst, (mede) op eigen kracht van voorkeursstemmen (een kwart van de kiesdeler) verkozen. Zij hebben dus een eigen achterban ofwel een machtsbasis. Vooral de acht allochtone leden zijn tegen samenwerking met LR. Het plaatselijke partijbestuur kijkt gelaten toe, evenals het landelijke bestuur van Job Cohen, dé pleitbezorger van insluiting. Vanwege die interne verdeeldheid mocht Winsemius zijn voorkeur voor brede samenwerking zelfs niet op haalbaarheid testen. Dezelfde interne verdeeldheid kan echter evenzeer opspelen bij het smalle college (25 van de 45 zetels) dat hij alsnog adviseerde. Drie dwarsliggende PvdA-fractieleden zijn voldoende om het college een kort leven te bezorgen.

Hoe nu verder? Winsemius’ advies is voorlopig voor kennisgeving aangenomen. De burgemeester maakt dezer dagen een rondje langs alle fractievoorzitters. Als eerste heeft hij nu zelf de sleutel tot een oplossing in handen. Het belang van de stad en van hemzelf lopen parallel bij de brede samenwerking die Winsemius het beste vond. Binnen zijn eigen PvdA kan hij de fractieleden doen inzien dat de brede samenwerking ook in hun belang is en hij kan Schrijer de positie bezorgen van ‘redder van het stadsbelang’. De tweede sleutel ligt bij CDA, D66 en VVD. Bij gemeenschappelijk optreden bepalen zij de collegevorming, met onder handbereik de brede samenwerking die, volgens Winsemius, ook zij steunen. Uit goed begrepen eigenbelang, de meest stabiele basis van vertrouwen, zal de PvdA dan met LR daadwerkelijk samenwerken in een krachtig stadsbestuur, tot tevredenheid van het grootste aantal kiezers en de maatschappelijke organisaties. Wie kan tegen zo’n democratische uitkomst zijn gekant?

Rinus van Schendelen is hoogleraar politicologie aan Erasmus Universiteit Rotterdam.