Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

Moord rijt wonden van apartheid weer open

Blanke politici beschuldigen na de dood van Eugène Terre’Blanche het ANC van haat zaaien. President Jacob Zuma veroordeelt de moord en roept op tot kalmte.

De moord, zaterdag, op Eugène Terre’Blanche heeft in Zuid-Afrika oude wonden opengereten, maar het leven gaat door als normaal. „Zuid-Afrika staat niet aan de vooravond van een raciale oorlog”, benadrukte politiek analist Steven Friedman van de Universiteit van Johannesburg vanmorgen, na opgewonden berichten in internationale media.

Veel volgelingen had de voorman van de rechts-extremistische Afrikaner Weerstandsbeweging immers niet meer. Maar de Zuid-Afrikaanse overheid nam geen enkel risico: president Zuma maande op Paaszondag in een televisietoespraak het land tot kalmte en de top van politie en justitie kwam in Terre’Blanches woonplaats Ventersdorp polshoogte nemen.

Daar liepen vanochtend de spanningen tussen blanke en zwarte demonstranten niettemin op toen in het lokale gerechtshof de twee verdachten van de moord moesten voorkomen. Blanken hieven het oude Zuid-Afrikaanse volkslied ‘Die Stem’ aan en zwaaiden met vlaggen uit de tijd van de apartheid. Zwarte demonstranten zongen ANC-strijdliederen uit diezelfde tijd. Voor even hield de politie zwart en blank weer met prikkeldraad uit elkaar.

De zaak tegen de twee landarbeiders vindt plaats achter gesloten deuren omdat de jongste verdachte pas 15 jaar oud is. De andere verdachte is 28 jaar. Volgens de politie hebben ze Terre’Blanche met een metalen pijp en een kapmes om het leven gebracht na een conflict over de uitbetaling van hun maandsalaris van 30 euro. De moeder van de 15-jarige verdachte zei gisteren dat de twee al maanden niet betaald kregen.

De AWB dreigde in een eerste reactie de dood van haar leider te wreken. De moord was volgens secretaris-generaal André Visagie een „oorlogsverklaring”. Hij raadde voetbalfans aan om het wereldkampioenschap voetbal in juni en juli te mijden. Maar gisteravond trok de AWB die naar eigen zeggen „emotionele” eerste uitspraken in. „Geweld en intimidatie zullen niet getolereerd worden”, zei woordvoerder Pieter Steyn. Hij zei te vertrouwen op het Zuid-Afrikaanse opsporingsapparaat.

„Het is tragisch als een leider van zijn statuur wordt vermoord”, zei de voormalige anti-apartheidsstrijder Zuma zondag over de man voor wie het apartheidsbewind nog te liberaal was. Zuma verzocht politici goed na te denken voor ze zich over de moord uitlaten.

Maar daarvoor was het toen eigenlijk al te laat. De grootste oppositiepartij van Zuid-Afrika, de overwegend blanke Democratische Alliantie (DA), en belangengroepen van blanke Zuid-Afrikanen hadden met een beschuldigende vinger gewezen naar voorzitter Julius Malema van de jeugdliga van het ANC.

Sinds enige weken heft Malema op publieke bijeenkomsten het oude anti-apartheidslied ‘Dood de boer’ aan. Malema zou een „klimaat” geschapen hebben waarin „geweld als een geschikt antwoord op problemen” wordt gezien, vindt de DA. Een rechter heeft het lied vorige week verboden omdat het zou oproepen tot raciaal geweld. Het ANC zegt dat het lied deel uitmaakt van het erfgoed van de strijd tegen apartheid.

„Hoewel wij Zuma’s krachtige veroordeling van de moord op Terre’Blanche verwelkomen, botst dit lijnrecht met de aanhoudende steun van Zuma en het ANC voor het lied ‘Dood de boer’”, zei woordvoerder Flip Buys van AfriForum, een belangengroep van blanke Zuid-Afrikanen.

Zijn organisatie grijpt de moord aan om aandacht te vragen voor het „bovengemiddeld hoge aantal moorden op boeren” in Zuid-Afrika. Sinds het eind van de apartheid zijn ruim drieduizend blanke boeren gedood. Maar de moorden zijn volgens onderzoekers zelden politiek geïnspireerd: de geïsoleerd wonende boeren zijn een makkelijke prooi voor criminelen. Veel aanslagen houden ook verband met de feodale verhoudingen op het platteland, waar zwarte arbeiders zelfs voor Afrikaanse begrippen een habbekrats verdienen.