Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

Cultuur

Langzaam groeiend afgrijzen

Hoewel ik Pasen vaak een beetje vergeet, is het eigenlijk leuker dan de meeste andere feesten. Kerst en verjaardagen worden gekenmerkt door allesverterende stress en opmerkingen over de ongare kalkoen, waarvan iedereen weet dat ze eigenlijk betekenen ‘het antieke servieskastje van oma was voor mij bestemd en je wéét het’. Pasen draait voornamelijk om bakken vol paaseitjes en de uitdaging om in twee dagen uit te vinden welke vulling bij welke kleur hoort – een vrij minimaal niveau van stress.

Dit jaar spendeerde ik de eerste dag met het beschilderen van eieren (die daarna niemand meer wilde eten omdat ze na het pellen nog steeds groenpaarsgevlekt waren) en meezingen met Jesus Christ Superstar. De tweede dag kwamen er mensen langs voor een paasbrunch.

En ik dacht: laat ik iets vrolijks doen. Laat ik eens eitjes verstoppen. De laatste keer dat ik dat had gedaan was ter ere van een paas-bezoek van mijn neefje. Toen had ik ze in het Vondelpark verstopt. Dit bleek een vergissing. De meeste eitjes waren niet door mijn neefje maar door joggers, zwervers en een langharige teckel gevonden, en ook de eitjes die mijn neefje wél vond vertrouwde ik niet helemaal meer. Ze roken naar teckel.

Dus ditmaal verstopte ik ze binnen. Nu is mijn huis een vrij kleine studio, maar ik vond genoeg fijne verstopplekken: een hardcover exemplaar van Vernon God Little, een linkergymp en dat sierlijke doch onhandige Chinese doosje waar ik niets anders mee kan dan mijn punaises in bewaren. Ik was er klaar voor.

De mensen die kwamen eten waren twee vrienden uit België. Ik had ze pas zo’n drie keer eerder gezien, en toen ze binnenkwamen was er even dat ongemakkelijke moment van plots samen in een kleine ruimte zijn. Maar ik dacht dit snel op te lossen door ze te vertellen over de verstopte eitjes. Blij keken ze om zich heen en begonnen te zoeken. Overal. Met langzaam groeiend afgrijzen bekeek ik het tafereel. Ik had er geen moment bij stil gestaan dat ze natuurlijk niet meteen naar het goede boek, de goede gymp en het goede doosje zouden lopen. Nee, ze keken bij mijn ooit voor de grap gekochte zelfhulpboek Niet Morgen maar Nu, zochten tussen mijn Toto cd-collectie, spitten door medicijndoosjes, openden een liefdesbrieven-schoenendoos en vonden een fotoalbum getiteld Snoedelboedel 2004-2006. Toen ze mijn slipjesla opentrokken riep ik heel hard dat de croissantjes klaar waren en bovendien alle eitjes alláng gevonden.

Goed dan. Geen eitjes buiten verstoppen en vooral geen eitjes binnen verstoppen.

Volgend jaar vier ik Pasen in een kippenhok.