Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Religie

Kousbroek en de religieuze eigenwaan

Rudy Kousbroek was een scherpzinnig rationalist en anti-religieus denker. Hij overleed op Eerste Paasdag, maar met de christelijke kalender kan dat niets van doen hebben. Als hij bijvoorbeeld ergens een aan razernij grenzende hekel aan had, dan was het de eigenwaan van de gelovige die denkt dat hij of zij de enige is die de passiemuziek van Bach naar waarde kan schatten.

Het enige wat telt in de kunst, betoogde hij herhaaldelijk, is of de emotie die erdoor wordt veroorzaakt echt is, of misschien dat niet eens, zolang die emotie maar zijn uitdrukking vindt in de vorm van een groot kunstwerk. De gedachte dat een niet-gelovige nooit echt de muziek van Bach kan ‘begrijpen’, komt volgens Kousbroek op hetzelfde neer als de redenering dat wie bezwaren heeft tegen de godsdienst ook wel immoreel zal zijn of geen inzicht in morele vraagstukken kan hebben.

Donderdag hoorde ik in het Amsterdamse Concertgebouw de Johannes Passion door het Orkest van de Achttiende Eeuw onder leiding van Frans Brüggen, het was prachtig; ondertussen viel me op dat de schitterende koralen die Bach gebruikt uit de Dertigjarige Oorlog stammen, de tijd waarin de Duitse lutheranen, katholieken en calvinisten elkaar op grote schaal uitroeiden. Brandschatten, plunderen, martelen, roven, moorden, zodanig dat hele gebieden ontvolkt raakten: dat was de Europese godsdienstoorlog (die volgens moderne historici voornamelijk over dynastieke belangen en rechten van de Habsburgse keizer en de Duitse vorsten ging). Ik wil maar zeggen: ik had helemaal niet het gevoel door Bach in déze christelijke traditie te zijn opgenomen. Wel in een Nederlandse Bachtraditie, waaraan het te danken is dat hier jaarlijks de mooiste muziek die bestaat wijd en zijd wordt uitgevoerd.

Als Kousbroek zich boos maakte over de eigenwaan van gelovigen, beperkte dat zich uiteraard niet tot de monopolisering van Bach door christenen. Wat hem vooral stak was dat hun religie nog altijd pretendeert de bron van onze normen en waarden te zijn, wat hij „de meest absurde omstandigheid van onze tijd” noemde. „Het is absoluut waar dat de gelovigen het nog altijd volkomen gewoon vinden dat zij hun opvattingen aan ons mogen opdringen.”

En waarachtig, in Trouw (3 april) meldt politiek commentator Hans Goslinga dat het CDA op het laatste nippertje nog een passage in het verkiezingsprogramma heeft gefrommeld over ‘religie en levensbeschouwing’. Weliswaar mag iedereen die naar Nederland komt van het CDA in vrijheid zijn geloof belijden, maar voorwaardelijk. De joods-christelijke en humanistische traditie en cultuur zijn ‘leidend’. Volgens Goslinga, die goed thuis is in de diepste krochten van het christen-democratische denken, is dit mogelijk bedoeld als het achterdeurtje dat het CDA kan gebruiken om eventueel samenwerking met de PVV te rechtvaardigen. Aan de ene kant vrijheid van godsdienst, aan de andere kant ‘dominante’ normen en waarden – dat is volgens de Trouwcommentator een verrassend ongegeneerd vertoon van inconsistentie.

Misschien moeten wij dankbaar zijn dat het CDA naast joods-christelijke ook humanistische waarden en tradities leidend verklaart, maar dat de overheid zich zou moeten of mogen bemoeien (met een keurige buiging naar de Grondwet en de vrijheid van godsdienst) met religie en levensbeschouwing van de burgers, staat in ieder geval met de humanistische traditie op gespannen voet. Als het waar is dat we hier te maken hebben met een opening naar de PVV, dan is het CDA alweer vergeten wat minister Donner daarover in juni 2009 opmerkte. Hij keerde zich toen expliciet tegen het misbruik dat Wilders maakt van vermeende christelijke waarden en westerse tradities om moslims te discrimineren en uit te sluiten „Dat wordt dan gerechtvaardigd met een beroep op de bescherming van joods-christelijke waarden en cultuur”, zei hij, om eraan toe te voegen: „Eén ding weet ik zeker, daar waren die waarden nooit voor bedoeld. Wie ze wil beschermen, zou kunnen beginnen met zondags naar de kerk te gaan; daar leert men wat anders.”

Intussen weet ik nog steeds niet wat het CDA bedoelt met joods-christelijke waarden. „Gelijke rechten voor vrouwen, de afschaffing van de slavernij, van de doodstraf, het recht op onderwijs, de bescherming van kinderen, de erkenning van homoseksualiteit, het verwerpen van discriminatie, waardenvrije wetenschap – niets daarvan komt uit de joods-christelijke tradities.” Aldus een constatering van Rudy Kousbroek in het interviewboek Leven zonder God: „Onze normen en waarden danken wij aan de Verlichting.”

In ieder geval sprak men ten tijde van Johann Sebastian Bach nooit over joods-christelijke waarden, want over één ding waren katholieken en lutheranen het destijds en nog eeuwen daarna eens, de Joden waren schuld aan alles. Betekent het begrip ‘joods-christelijke waarden’ voor het CDA iets anders dan voor de PVV, namelijk uitsluiting van moslims? Of betekent het, zoals extremistische groepringen in de Verenigde Staten en Israël willen doen geloven, dat de Bijbel de legitimatie vormt voor het bouwen van Israëlische nederzettingen in bezet gebied? Of dat, zoals fundamentalistische christenen in de VS betogen, dat Judea en Samaria veilig moeten worden gesteld voor de tweede komst van Christus? De valse vrienden van Israël willen de joodse bevolking desnoods opofferen als een voorpost in de strijd tegen ‘de’ islam zoals zij die zien, als een vijandige ideologie in plaats van een godsdienst.

Het conflict tussen de westerse cultuur en de islam, schreef Kousbroek, is niet gesitueerd op het terrein van die abjecte knoeiboel die de gelovigen ons als onze normen en waarden proberen op te dringen. „Het werkelijke conflict is tussen de religie – alle religies – en het rationalisme.” Hij heeft het goed gezegd.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/etty