Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Het lijken ontwikkelingswerkers met een helm op

Na de dood van drie Duitse militairen in Kunduz is twijfel gerezen over de manier waarop de Bundeswehr militairen op de missie voorbereidt.

In Duitsland is een debat ontbrand over de vermeende gebrekkige bewapening en scholing van het Duitse leger in Afghanistan, nadat op Goede Vrijdag in Noord-Afghanistan bij gevechten met Talibaanstrijders drie Duitse soldaten werden gedood en vijf gewond.

Waarom heeft het Duitse leger in Afghanistan zo weinig artillerie tot zijn beschikking? Waarom zijn er geen gevechtshelikopters? Oud-minister van Defensie Volker Rühe (CDU) eist „aanvullende bewapening” voor de Duitse soldaten. De huidige minister van Defensie, Karl-Theodor zu Guttenberg (CSU), sprak dit weekeinde van „oorlog” in Afghanistan. Een omschrijving waarmee hij verder gaat dan enig ander Duits politicus.

Duitsland is andermaal hard geconfronteerd met de gevolgen van de uiterst omstreden militaire missie. Wederom moet de regering melding maken van doden en gewonden, en tot overmaat van ramp ook nog van een drama door friendly fire. (zie kader)

Sinds de stationering van Duitse troepen in Afghanistan, ruim acht jaar geleden, zijn 39 Duitse militairen gesneuveld of door ongelukken om het leven gekomen. De Bondsrepubliek heeft ruim 4.500 militairen in Kunduz, waar het tot kort geleden relatief rustig heette te zijn. Met de rust is het gedaan; Noord-Afghanistan begint strijdgebied te worden.

De parlementariër die namens de Bondsdag is belast met Defensiezaken, Reinhold Robbe, zei gisteren dat hij door soldaten is aangesproken op het feit dat ze onvoldoende zijn opgeleid om in hun voertuigen adequaat op gevechtshandelingen te reageren. De oppositionele defensie-expert Rainer Arnold zegt in een interview met een regionale krant: „wat ontbreekt, zijn gevechtshelikopters”.

De stoffelijke resten van de gesneuvelde soldaten zijn inmiddels naar Duitsland overgebracht. Alle Duitse media hebben daar gisteren en vandaag beelden van laten zien.

Het voorval in Kunduz komt op een politiek gevoelig moment. Over een maand zijn er parlementsverkiezingen in de deelstaat Noordrijn-Westfalen. Hoewel de grote partijen elkaar met Afghanistan ontzien, is het thema voor veel kiezers belangrijk. Een militaire missie die volop in het teken staat van oorlog en bloedvergieten, zou wel eens op de landelijk regerende coalitie van christen-democraten (CDU/CSU) en liberalen (FDP) kunnen worden afgewend.

Duitse militairen in Afghanistan waren vorig jaar september betrokken bij een raketaanval op Talibaanstrijders waarbij veel burgerslachtoffers vielen. De aanval, de zwaarste onder Duitse verantwoordelijkheid sinds de Tweede Wereldoorlog, leidde tot grote maatschappelijke en politieke beroering. Een minister, een staatssecretaris en de hoogste Duitse militair moesten erdoor aftreden.

De gebeurtenis is inzet van een parlementair onderzoek. Later deze maand zal minister Zu Guttenberg van Defensie erover worden gehoord. De meerderheid van de Duitsers wil dat de missie wordt beëindigd. Maar Zu Guttenberg zei dit weekeinde: „We blijven in Afghanistan”.

De Duitse militairen in Afghanistan volgen sinds kort een gewijzigde strategie. Ze moeten zichtbaarder zijn en gaan meer ‘het veld’ in – met gevolgen. De Duitse commentator en veiligheidsexpert Josef Joffe zegt vandaag in een interview: „ze zijn gestuurd als ontwikkelingswerkers met een helm op. En nu is het oorlog. Daartoe ontbreken het mandaat en de middelen. (…) Met lichte wapens alleen gaat het niet”.