Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

Onderwijs

De leraar zet zélf een hiphopzender aan

Het beroepsonderwijs schiet niets op met pleidooien tegen de ‘straatcultuur’.

Ook op grote scholen kun je een omgeving creëren waarin leerlingen aandacht krijgen.

Leo Prick beschrijft in zijn kritische stuk over het beroepsonderwijs in nrc.next (25 maart) de gewenste situatie op scholen: ‘Net als de leraren … hebben ook leerlingen het nodig om het gevoel te hebben deel uit te maken van een bepaalde gemeenschap. Ergens bij te horen. Verbonden te zijn met een school met een eigen naam en een eigen karakter.’

Dat is precies hoe het eraan toe gaat op de school waar ik doceer, een vmbo in een middelgrote stad, berucht om zijn ‘straatterreur’. Op de verdieping waar ik werk, krijgen vijf brugklassen en vier tweede klassen les. Een team van docenten is verantwoordelijk voor deze, en alleen deze groep. Elke klas heeft één of twee leermeesters (mentoren) die de groep elke ochtend ontmoeten voor een mentoruur. Daarnaast heeft elke docent ook meerdere uren in de week ingeroosterd om een klas te begeleiden tijdens het zelfstandig werken. Zelfs met mijn deeltijdbaan (van 0.3 fte) leerde ik binnen de kortste keren vrijwel elke leerling kennen.

Op onze school wordt discussie gevoerd over Pricks kritiek op de gedoogcultuur. Wat laten we toe, en wat niet? Kunnen we regels stellen die door elke docent gehandhaafd moeten worden?

Maar laten we de situatie in het beroepsonderwijs – mbo en vmbo – niet nodeloos overdrijven. Een docent die bedreigd wordt als hij vraagt een pet af te doen, dat is natuurlijk helemaal niet in orde. Maar heeft ‘de straat’ daarmee ‘de school’ veroverd?

Elke school heeft leerlingen die veel te ver gaan. Elke school moet weleens leerlingen schorsen, tijdelijk of definitief. Maar op mijn school blijkt ook dat elke leerling, hoe onhandelbaar ook, minstens één docent heeft die wél tot hem weet door te dringen. En dat bereik je alleen maar met intensief en langdurig contact.

Als zoiets onmogelijk is door de grootte van de school is dat, zoals Prick signaleert, een probleem. De leerlingen zijn zoals ze zijn, en de school, of dat nu vmbo of mbo is, moet daar op in kunnen spelen. En daarvoor is kleinschaligheid nodig.

Maar ook binnen een groot gebouw is dat mogelijk. Geef elk onderdeel van de school een eigen vleugel op een eigen verdieping. Een ruimte met een paar lokalen en ruimtes voor het zelfstandig werken. Zo krijgen kleine groepen leerlingen met een vast team docenten hun eigen plek.

Is muziek in de klas erg? Als ik een klas begeleid tijdens zelfstandig werken, wordt er regelmatig gevraagd of er muziek geluisterd mag worden via YouTube. Inmiddels weten leerlingen van mij dat ik dat toesta, mits er goed gewerkt wordt. Aan het begin van het uur komt elke leerling naar mij of een collega toe om te laten zien wat hij of zij dat uur gaat doen.

Elke keer weer zie ik dat jongeren wel degelijk meerdere dingen tegelijk kunnen. Het toestaan van luisteren naar muziek heeft niet zoveel te maken met het toelaten van straatcultuur in de les. Er wordt juist een klimaat geschapen waarin kan worden gewerkt. Zonder oordopjes wordt de leerling afgeleid door ontelbare dingen. Met oordopjes is er alleen zijn of haar opdracht en de muziek. En de deadline, die de leerling van tevoren heeft afgesproken met de leraar. Want duidelijke afspraken, daar hebben leerlingen behoefte aan.

Een brugklas is rustig aan het werk met een opdracht voor geschiedenis. De leraar zet zélf Juize FM aan, een populaire zender met alleen hiphop en r&b. De leerlingen voelen zich nog meer op hun gemak in de klas en de leraar weet dat. Er wordt zachtjes geneuried – en er wordt rustig doorgewerkt.

YouTube luisteren tijdens computerwerk en hiphopzenders aan in de klas. Een overwinning van de straat, zal worden geroepen. Wij als docenten weten wel beter. Wij horen als school tevreden geluiden, van zowel de overheid als van de ouders.

Maar uiteindelijk het belangrijkste: ik zie elke dag vooral veel tevreden leerlingen. De één maakt de overstap naar vmbo-t (theoretische leerweg), de ander laat mij trots zijn voortgang zien met wiskunde. Er wordt wel eens iemand geschorst en elke dag is er weer iets aan de hand. Daartegenover staan ontelbaar veel gouden momenten.

Uiteindelijk is de grootste uitdaging niet de cultuur van de straat, maar de cultuur van de school.

Cor Klapwijk (22) is docent Mens en Maatschappij op een vmbo-school in Gouda