Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Energie

Chávez rationeel over teerzanden

Ondanks zijn anti-Amerikaanse retoriek heeft de Venezolaanse president Hugo Chávez zijn nationale energie-ontwikkelingsplannen niet beperkt tot de tegenstanders van Washington. Chávez heeft ongetwijfeld genoten van het bezoek van de Russische minister-president Vladimir Poetin dit weekeinde; de twee hebben samenwerkingsovereenkomsten gesloten op het gebied van wapens, kernenergie, mineralen en olie.

Toch is het patroon van Venezolaanse joint ventures om de teerzanden van de Orinoco-delta te ontwikkelen verrassend goed gediversifieerd, met Italiaanse, Spaanse, Vietnamese, Maleisische, Indiase, Japanse en zelfs Amerikaanse bedrijven naast grote Russische en Chinese oliemaatschappijen.

De teerzanden van de Orinoco-delta bevatten oliereserves die nog iets omvangrijker zijn dan die van het Canadese Athabasca, en ruwweg overeenkomen met het totaal van de momenteel bekende voorraden aan conventionele olie. Nu de olieprijs op 85 dollar per vat staat, zijn deze teerzanden in economisch opzicht aantrekkelijk geworden, vooral omdat de Orinoco-olie iets makkelijker te ontginnen is dan die uit Canada.

Toen Chávez drie jaar geleden de meeste Amerikaanse oliebelangen in het land nationaliseerde, leek het waarschijnlijk dat Chinese boormaatschappijen het recht zouden verkrijgen om de Orinoco-reserves te ontwikkelen, omdat China beschikte over zowel het benodigde technische vermogen als de langetermijnbehoefte aan olie. Rusland leek als olie-exporteur minder belang te hebben bij het doen van de zware kapitaalinvesteringen om de Orinoco tot ontwikkeling te brengen.

De andere mogelijkheid, het zelfstandig ontwikkelen van de Orinoco via de Venelozaanse oliemaatschappij PDVSA, werd gehinderd door het stijgende kapitaaltekort van Venezuela en de operationele tekortkomingen van PDVSA, die zijn verergerd sinds Chávez de managers van de staatsonderneming in 2004 verving. De Venezolaanse olieproductie is het afgelopen decennium met een derde gedaald.

Chávez heeft in plaats daarvan gekozen voor een gediversifieerde strategie, waarbij tot nu toe zeven joint venture-projecten zijn aangekondigd, met een uiteindelijke productie van 2,1 miljoen vaten per dag, vergelijkbaar met de hele huidige productie van Venezuela. In ruil voor het toestaan van de joint ventures heeft Venezuela aanzienlijke bedragen in contanten ontvangen, waaronder een bedrag van 600 miljoen dollar van het Russische consortium. Door Venezuela’s partners te diversifiëren, heeft Chávez het risico verminderd economisch of politiek afhankelijk te worden van één land of één geopolitiek blok.

Gezien de financiële beperkingen van Venezuela en de vastberadenheid van Chávez om niet afhankelijk te worden van de Verenigde Staten – van oudsher Venezuela’s belangrijkste olieklant – lijkt deze strategie verrassend rationeel.

Martin Hutchinson