Vanaf dat moment begon ze met dood zijn

boekomslag Bonsai van Alejandro Zambra
boekomslag Bonsai van Alejandro Zambra

Alejandro Zambra: Bonsai. Vertaling en nawoord van Luc de Rooy. Karaat, 95 blz., € 13,95.

In de eerste regels van zijn korte debuutroman Bonsai geeft de jonge Chileense schrijver Alejandro Zambra een perfecte samenvatting én karakterisering van zijn boek: ‘Aan het eind sterft Emilia. En Julio sterft niet. De rest is literatuur.’ Wat dat laatste voorstelt, blijkt uit de rest van de roman, die met zijn krap tienduizend woorden meer weg heeft van een uit de kluiten gewassen verhaal. Zelfs dat lijkt Zambra nog in zijn boek te hebben samengevat: ‘In Bonsai gebeurt praktisch niets, de plot is genoeg voor een verhaal van twee pagina’s, en waarschijnlijk een niet zo goed verhaal.’

Misschien moeten we eerder spreken van twee verhalen. In het eerste ontmoeten de studenten Julio en Emilia elkaar, bedrijven langdurig de liefde, lezen en bediscussiëren boeken, en verlaten elkaar weer. In het tweede ziet Julio de opdracht de roman van een bekend schrijver in het net over te typen, aan zijn neus voorbijgaan. Maar om zich groot te houden verzint hij dan zélf maar de roman en geeft hem de titel Bonsai mee: het ‘niet zo goede verhaal’ uit het eerdere citaat.

Dat is een aardige vondst, al heeftt ze wel heel weg van een zoveelste Borges-imitatie. Met het literaire gehalte zit het dankzij die zelfverwijzing en intertekstualiteit dan wel snor, zou de literatuurprofessional zeggen.

Bonsai richt zich keurig naar het handboek voor de postmoderne schrijver. In het eerste deel van de roman volgt Zambra deels een andere strategie. Niet alleen omdat daarin de literatuur zélf zo nadrukkelijk ter sprake komt, maar vooral omdat hij zich overgeeft aan een bestudeerd slonzige stijl die de lezer voortdurend tracht te epateren met de pretentie kunstzinnig te zijn. Niets wordt er gezegd dat niet banaal is, maar dat gebeurt met zo’n aplomb dat het heel wat lijkt. Nadrukkelijk lijkt Zambra de literaire regel te willen bruuskeren dat er geen mus dood van het dak mag vallen zonder dat dat betekenis heeft. Met als gevolg dat níets in zijn roman nog iets betekent en het ene flauwe voorval zich aan het andere rijgt.

Parelt er te midden van die literaire lusteloosheid niet af en toe iets moois tussen de regels door? Jawel, soms weet Zambra met een trefzekere formulering te overtuigen. Zoals over Emilia wier eerste vriendje een ‘lomperik’ was: ‘Allebei waren ze vijftien toen ze begonnen uit te gaan, maar waar Emilia zestien en zeventien werd, daar bleef de lomperik vijftien.’ Maar aan het einde van diezelfde alinea verpest de koketterie van Zambra dat weer grondig: ‘vijftien, steeds maar door, tot haar dertigste jaar, [...] omdat Emilia stierf, enkele dagen nadat ze dertig werd, en dus vanaf toen niet meer jarig zou worden, omdat ze vanaf dat moment begon met dood te zijn.’