Ze kunnen mij niet plaatsen

José James vindt het zingen van ‘standards’ niet uitdagend genoeg.

Hij maakt nieuwe teksten op muziek van Coltrane.

Aan de winkelstraat Parkway, in de hippe wijk Camden waar straatcultuur de winkels definieert, weet zanger José James een theehuis te zitten. Hij heeft geen vaste verblijfsplaats, vertelt hij tijdens de wandeling er naar toe. Hij verblijft periodes in New York en Londen, keert af en toe terug naar zijn geboorteplaats Minneapolis, huurt hotelkamers en logeert bij vrienden. In deze fase van zijn leven, zegt de jazz-zanger, is het „niet handig” een huis te bezitten.

In de spierwitte theewinkel kiest James in alle rust zijn organische thee uit. Hij voorziet zijn thee van een scheut sojamelk, neemt een dikke chocomuffin en nestelt zich in een van de zitjes. Nee, José James (32), zoon van een Ierse moeder en Panamese vader, is geen druktemaker. Je zou hem kunnen beschouwen als een ‘jazz homie’ – een jongen van de straat met een lome uitstraling en een fluwelen stem. Van de hiphopinvloeden die latent aanwezig zijn in zijn jazz, komt vooral het element ‘relaxed’ terug in zijn persoonlijkheid.

Hij moet eerst zijn ei kwijt over zijn concert gisteravond in het Londense JazzCafe. De zanger keek er naar uit om zijn recente album BlackMagic te presenteren in wat hij tot nu toe als prettigste club ter wereld beschouwde. Maar de nieuwe eigenaar van het JazzCafe blijkt „een op geld belust type dat alle jazz in de programmering inwisselt voor commerciële rommel”. En dus liep het anders.

In de mooie, zij het wat ingetogen show werkte James in een uurtje langzaam toe naar de climax van het concert. De nadruk lag op zijn meer zoetgevooisde souljazzrepertoire, de elektrische dance grooves van het album zijn hem live te statisch. De sfeer was goed, een uitverkochte zaal wiegde mee. Tot James even van het podium stapte, voor de toegiften. Prompt zette de dj een partij oudbakken danceclassics in. Baf, wég was de sfeer. De zanger had nog vijf nummers zullen brengen.

James’ debuut The Dreamer, een jazzplaat met hiphopstructuren, was twee jaar terug een hemels album. Er klonk een ander soort vocale jazz: langs soul en hiphop razende jazzscats zonder clichés, een zachtromig laag stemgeluid, verrassend sterke improvisaties die klonken als geen ander. Het was een verademing na al die jonge crooners die vooral imiterend te werk gaan.

Hoewel zijn vader jazzsaxofonist is, ontdekte James de jazz zelf, op zijn veertiende, luisterend naar lokale radiozenders in Minneapolis. Zijn vader kent hij nauwelijks. Toen op zijn veertiende zijn stem donkerder en lager kleurde, ging James zingen in het koor van zijn katholieke school. Grinnikt: „Ik vond de aandacht leuker dan de klassieke kerkmuziek. Tot mijn zeventiende heb ik zingen alleen als een leuke hobby beschouwd. Als ik langer was geweest had ik wellicht in het basketbalteam gezeten.”

De muziek van John Coltrane veranderde zijn tienerleven. Instrumentale nummers als Equinox en Central Park West voorzag hij, al op zijn zeventiende, van eigen teksten. Wat greep hem in die muziek? „Als ik er nu over nadenk denk ik dat het mij aansprak dat er iets avontuurlijks in school. Ik had zeker niet de makkelijkste jeugd. Ik herkende iets in de ingewikkeldheid, ik werd er helemaal door opgeslokt.”

Met hoge verwachtingen trok James na zijn middelbare school naar New York. Hij moest zijn muziek laten horen, hoopte op een platencontract. Een paar jaar later keerde hij, een illusie armer, terug naar huis. „Ik drong helemaal niet door tot die hechte jazzgemeenschap. Ik kende niemand en wanneer je niet een van de muziekopleidingen volgt, is het lastig ertussen te komen.”

Even probeerde hij de jazzopleiding aan de New Yorkse New School. „Maar jazz in de schoolbanken blijft een contradictie.” Toen hij ook bij jazzcompetities bleef misgrijpen besloot hij zijn geluk in Groot-Brittannië te gaan zoeken. Daar ging het ineens opmerkelijk snel. Zijn demo kwam terecht bij de invloedrijke dj/platenbaas Gilles Peterson. Onder diens hoede maakte James The Dreamer en BlackMagic. „Mijn muziek paste niet in de States”, concludeert James nu. „Men kan mij niet plaatsen: je bent daar of crooner of edgy avant-garde. Peterson zag iets in me, en gaf me alle vrijheid.”

Natuurlijk, ook James legde een basis met standards. „Ze dagen me echter niet niet genoeg uit. Bovendien kan niemand beter straight ahead-jazz zingen dan Ella Fitzgerald en zingt niemand mooier een ballade dan Billie Holiday. Wat kun je dan als vocalist nog toevoegen? Ik voel een verantwoordelijkheid om de jazz opnieuw te definiëren. Wie tegenwoordig zijn iPod beluistert switcht moeiteloos tussen de genres. De muziekgeschiedenis moet niet als last op mijn schouders rusten.”

Daarom kiest James nadrukkelijk niet. En verbindt hij op zijn recente album jazz met slaapkamersoul, r&b en de stevig pulserende dancebeats van onder meer producer Flying Lotus. En is er ook een traditioneler jazzalbum in aantocht. Op For All We Know, dat in mei internationaal uitkomt op het fameuze jazzlabel Impulse, staan verkenningen met de Vlaamse superpianist Jef Neve. „Ik vind het een mooie gedachte dat wanneer muzikanten als John Coltrane en Miles Davis nog leefden ze ook nog creatieve geesten waren gebleven. Misschien hadden ze wel met Björk of The Neptunes gewerkt. Of waren ze van instrument veranderd.”

Vorig jaar voorzag de zanger wederom een aantal Coltrane-nummers van tekst. De teksten die James maakte op nummers uit Coltrane’s magnum opus A Love Supreme, Resolution en Pursuance, zijn korter en poëtischer dan toen. „Ik richt me nu meer op de melodie. Mijn stem hoeft de saxofoon niet meer te vervangen. Daarom heb ik een eigen saxofonist mee.”

Met een serieus gezicht zegt James „te bouwen aan een catalogus”. „Spike Lee zei eens: je kunt een artiest pas respecteren als er een ‘body of work’ ligt. Je kunt veelbelovend zijn, maar je moet jezelf bewijzen op meerdere werken. Kijk, ik weet dat ik tamelijk op mijzelf sta in deze business. Men zat niet bepaald op mij te wachten. Dat superontwikkelde, harmonische avant-gardegedoe in New York klinkt mij te academisch. Geef mij maar warm, aards, bluesy en soulvol. Losjes – ik heb ruimte nodig.”

José James vanavond op in Tivoli, Utrecht. De cd Blackmagic (Brownswood) is nu verkrijgbaar.