Silvio Berlusconi zit steviger in het zadel

De Italiaanse premier maakte van de regionale verkiezingen een referendum over zichzelf en zijn regering

En zo zag hij zijn centrum-rechtse coalitie winnen.

De Italiaanse premier Silvio Berlusconi is versterkt tevoorschijn gekomen uit de regionale verkiezingen van afgelopen zondag en maandag. Zijn centrum-rechtse regeringscoalitie behoudt ruime steun van de Italiaanse bevolking.

De verkiezingen waren cruciaal voor Berlusconi. Door de corruptie- en seksschandalen van de laatste maanden was het vertrouwen in zijn regering volgens opiniepeilers gedaald van 60 tot 40 procent. Berlusconi heeft die ontwikkeling weten te keren door de regionale verkiezingen als een vertrouwensstem rondom zijn persoon te presenteren. Hij vroeg steun in zijn strijd tegen de „communistische” media en rechterlijke macht die „mij eruit willen gooien”.

In een felle campagne, opgebouwd rond Berlusconi, veroverde zijn partij Volk van de Vrijheid de zuidelijke regio’s Calabrië en Campanië op centrum-links. Maar de overwinning van zijn coalitie was niet mogelijk geweest zonder de grote triomf van Lega Nord van Umberto Bossi in het noorden van Italië. Die xenofobe partij levert nu de gouverneur in Veneto en in het op centrum-links veroverde Piemonte. Ook groeide deze partij fors in Lombardije, waar ze Berlusconi’s partijgenoot Roberto Formigoni opnieuw aan de macht hielp.

Euforisch is de regeringscoalitie over de winst in het voormalig centrum-linkse Latium, waar hoofdstad Rome ligt. Door een procedurele fout mocht Volk van de Vrijheid daar niet meedoen. Maar de kandidaat van de centrum-rechtse coalitie, Renata Polverini, wist met een eigen lijst toch nipt van ex-eurocommissaris Emma Bonino te winnen.

De campagne was zeker geen feest voor de democratie. Het door Berlusconi’s regering gecontroleerde bestuur van tv-zender RAI verbood alle belangrijke actualiteitenrubrieken in de aanloop naar de verkiezingen. De meest kritische politieke talkshows probeerden met protestuitzendingen via kranteninternetsites en lokale radio- en tv-stations hun publiek te bereiken. Maar kritische geluiden over de corruptieschandalen waren nauwelijks nog hoorbaar voor de bevolking. Ook de economische crisis en de oplopende werkloosheid speelden geen rol in de campagne, terwijl 70 procent van de Italianen dat juist als het belangrijkste onderwerp beschouwt.

Berlusconi was net als bij vorige verkiezingen op alle radio- en tv-stations volop aanwezig. Het belangrijkste journaal op de RAI kreeg een late, symbolische boete omdat het de regering veel meer zendtijd gaf dan de oppositie. In de journaals van Berlusconi’s commerciële zenders was meer dan tweederde van de politieke zendtijd ingeruimd voor Berlusconi’s coalitie.

In het weekend voor de verkiezingen organiseerde de Italiaanse premier een grote demonstratie in Rome om zijn enigszins gedesillusioneerde aanhang opnieuw te motiveren. Het gevreesde „Franse scenario”, waar Sarkozy bij de regionale verkiezingen mede door een lage opkomst werd afgestraft, bleef uit. De opkomst daalde met 8 procentpunt tot 64,2 procent, maar Berlusconi leed er niet onder.

De premier zit voor de komende drie jaar stevig in het zadel. „De Italianen staan achter mij. Nu is het tijd voor hervormingen”, aldus Berlusconi. Hij wil de rechterlijke macht, waarvan hij vindt dat ze hem te kritisch volgt, aanpakken. En hij wil directe verkiezingen van de premier of de president. Dankzij de overwinning heeft Berlusconi zijn kritische partijgenoot en mogelijke kroonprins Fini, opvallend afwezig tijdens de campagne, weer in de wacht gezet. Coalitiegenoot Bossi hernieuwde zijn loyaliteit aan Berlusconi.