Servië worstelt nog met Srebrenica

Servië maakt excuses voor het bloedbad in Srebrenica, maar daarmee is het oorlogsverleden nog lang niet verwerkt.

Het Servische parlement heeft met een veroordeling van het bloedblad van Srebrenica en excuses aan nabestaanden een begin genaakt met de verwerking van het oorlogsverleden. Een kleine meerderheid stemde voor, ook al omdat de in Servië omstreden term ‘genocide’ in de aangenomen tekst handig werd omzeild.

Want voor een groot deel van de Servische bevolking is de hoofdverantwoordelijke voor het bloedblad, de voortvluchtige Ratko Mladic, nog steeds een held. Dat vonden niet alleen de paar honderd betogers voor het Servische parlement gisteravond in Belgrado, maar ook parlementariërs van de Servische Radicale Partij, die dat standpunt luidruchtig verkondigden in het parlement.

Na drie maanden voorbereiding, ruim dertig uur debat en een pittig slotdebat van dertien uur stemden afgelopen nacht 127 parlementariërs van de 250 voor de resolutie. 21 stemden tegen, één onthield zich, de rest had het parlement al verlaten, ook al omdat voorzitter Slavica Djukic Dejanovic enkele minuten voor de stemming had laten doorschemer dat het debat vandaag zou worden voortgezet.

De resolutie veroordeelt de „misdaden zoals beschreven door het Internationaal Gerechtshof.” Daarmee omzeilde de meerderheid het heikele woord genocide, want ook de pro-westerse coalitie is het onderling niet eens over die term. In de resolutie werd ook een oproep opgenomen aan andere voormalige deelrepublieken van Joegoslavië om misdaden begaan tegen Serviërs te veroordelen. Tegelijk erkende het parlement dat Servië indertijd onvoldoende inspanningen heeft geleverd om het bloedblad te vermijden.

Bij de aanval op de moslimenclave Srebrenica in Bosnië kwamen, volgens de laatste aanklacht van het Joegoslavië-tribunaal tegen Radovan Karadzic, in juli 1995 9.210 moslimmannen om het leven. Het is de grootste massamoord in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. Karadzic en Mladic worden beschouwd als belangrijkste verantwoordelijken, respectievelijk als politiek en militair leider van de Bosnische Serviërs. Karadzic staat in Den Haag terecht, Mladic is al dertien jaar voortvluchtig.

Voor de coalitiepartijen illustreert de resolutie de breuk met het oude Servië en de ideeën van ‘oorlogspresident’ Slobodan Milosevic. De regering presenteerde op 22 december vorig jaar de Servische kandidatuur voor de Europese Unie en hoopt tegen eind dit jaar kandidaat-lidstaat te worden. Daarvoor is niet alleen een woordbreuk met het verleden noodzakelijk, maar ook samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal. Vooral Nederland dringt daarbij aan op de arrestatie van Mladic. Omdat Mladic onvindbaar blijft, probeert de coalitie op andere manieren haar goede wil te illustreren.

Daarbij is het steeds spitsroeden lopen, want niet alleen de nationalistische oppositie meent dat Servië door het Westen wordt geviseerd als het gaat om de oorlogen die het einde van Joegoslavië betekenden, ook de coalitie worstelt daarmee. Voorstanders van de resolutie benadrukken het belang van het onderkennen van de eigen verantwoordelijkheden om toe te kunnen treden tot de Unie en de ‘westerse gemeenschap’. Critici vinden het beschamend en onjuist dat Servië naar hun mening zo diep door het stof gaat en op die manier een last legt op de schouders van toekomstige generaties.