Ons eigen geld

Nederland voelt zich veelal meer de gevangene van, dan thuis in Europa. Dat is al een aantal jaren zo. De moed ontbreekt weliswaar om zich ervan te bevrijden, het hemd is immers nader dan de rok. Maar het humeur en de energie om er iets moois van te maken zijn er evenmin. Verongelijkt aan de zijlijn is dan het lot.

Maar binnen de krijtlijnen is een fascinerend spel aan de gang, met nieuwe patronen. Voor het invloedrijkste land, Duitsland, schuiven binnen- en buitenlandse politiek op een nieuwe manier in elkaar. Vroeger had bondskanselier Helmut Kohl uiteindelijk de portemonnee getrokken voor Europa, aan die liefde ontleende zijn land zijn naoorlogse identiteit. Angela Merkel heeft daar geen last meer van. Zij ziet vooral de weeffouten die uit vroegere hartstocht zijn ontstaan en die maken dat een land als Griekenland het überhaupt zo ver heeft kunnen brengen met de euro. Met haar handelsmerk van ogenschijnlijke besluiteloosheid en betrekkelijke terloopsheid heeft zij nu ook buiten Duitsland school gemaakt als laatste instantie: als niemand meer weet hoe het verder moet, kijken mensen naar haar. „Het einde van het naoorlogse Duitsland”, concludeerde The New York Times dit weekeinde. „Een Duitsland met een beperkte, men zou ook kunnen zeggen, een egoïstische blik”, foeterde de Financial Times. „Een verstandige manoeuvre om noodhulp te bieden en tijd te winnen om verdragen aan te passen”, constateerde de Süddeutsche Zeitung nuchter.

Want de euro klinkt wel financieel, maar is tenslotte politiek. En van de hoogste orde. Duitsland schuift deze euro nu een nieuw tijdperk binnen. Europese en IMF-middelen worden achter de hand gehouden om een Grieks lek te stoppen. En met het IMF is er ook een rechtstitel om de Grieken desnoods in surseance te duwen. Niet de stabiliteit van de Grieken, maar primair van de euro is daarmee gewaarborgd. Mocht het de Grieken lukken, des te beter, en de manoeuvres van vorige week bieden voorlopig goede vooruitzichten. Maar in uiterste nood trekt de karavaan zonder Athene verder, al zal dat voor niemand in euroland een gratis afscheid worden.

Dit was niet het Europese ideaal van de Europese Centrale Bank, waar nog maar anderhalve week geleden voorzitter Trichet het „erg, erg slecht” zou vinden als het IMF in het reddingsplan een rol zou spelen. Maar ook Trichet maakte vorige week de bocht en noemde het compromis „werkbaar”. Eurolanden delen „veel meer dan een monetaire afspraak, het is een gemeenschap met een gezamenlijke lotsbestemming”, zei Trichet nog vol goede moed.

Minstens zo interessant is hoe de eurolanden in de richting van de nieuwe gezamenlijkheid worden gedreven. Terwijl de elf regeringsleiders van de niet-eurolanden een tijdje in de bar moesten wachten, kreeg de nieuwe voorzitter Van Rompuy er een nieuwe functie bij. Hij werd tot voorzitter van de niet-bestaande Raad van Eurolanden gebombardeerd en mocht daar het Duits-Franse compromis van zo-even presenteren.

Niet via de supranationale regels en de Europese Commissie, maar via de Europese Raad gaan de dingen straks lopen. Hier heeft iedereen een veto maar moet iedereen aan het eind van de dag ook de knopen tellen en bepalen wat zo’n veto waard is. De grijze muis van drie maanden geleden blijkt in een paar weken tijd middenin het Europese regelwerk te zitten. Van Rompuy gaat bekijken hoe eurolanden hun inkomsten en uitgaven beter op elkaar kunnen afstemmen. Dat raakt, alle veto’s ten spijt, de soevereiniteit van alle eurolanden. Weliswaar wordt, mede op Nederlands en Brits aandringen, niet meer gesproken over een project voor een ‘economische regering’ maar slechts over ‘Europese governance’. Maar in de Franse tekst staat gewoon gouvernement (net als in het Spaans) en in de Duitse tekst wirtschaftspolitische Steuerung, wat weer veel ruimte biedt voor interpretatie. Straks zal moeten blijken hoeveel speelruimte alle eurolanden houden. Die dingen kennen hun eigen logica. In elk geval zijn de Britten als euro-buitenstaanders slechts van betrekkelijke waarde om verdere Steuerung van het lijf te houden.

Eerder had Nederland vastgesteld dat er geen eurocent naar het rommelende olijfolieland zou gaan. Nu het eventueel anders uitpakt, overheerst onder parlementariërs toch nog betrekkelijke tevredenheid, mede dankzij de mogelijkheid van een veto. Onder het schijnzekere motto Baas over de eigen Portemonnee.

„Wij gaan nog altijd over ons eigen geld”, zei een Haags parlementariër (Frans de Nerée tot Babberich) vorige week in deze krant.

Maar dat is niet zo. Afhankelijk van het gedrag van alle betrokkenen, Duitsland voorop, veranderen waarde en betekenis van de euro. Lotsverbondenheid was het – inderdaad, politieke – idee erachter. Wie dat ontkent, schetst een verkeerd beeld en zal frustratie oogsten. De gulden was ons eigen geld, de euro heet niet voor niets euro.

Zoals gezegd, een fascinerend spel, met nieuwe patronen binnen de krijtlijnen. Wie alleen op Nederlandse media is aangewezen, zal het waarschijnlijk zijn ontgaan: vanochtend nam Christine Lagarde, Franse minister van Financiën, deel aan de wekelijkse zitting van het Duitse kabinet. Dat zal vaker gebeuren. De aanleiding dit keer is dat Fransen en Duitsers een speciale heffing voor banken willen invoeren. Banken moeten voor de financiële schade van de crisis meebetalen, vinden ze. „Het zou wel eens een Europees plan kunnen worden, het ziet er goed uit”, aldus de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble.

Spanning drijft landen naar elkaar. Of uit elkaar.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/knapen