Mijnbouwers benadelen zichzelf

China lijkt in de hoek gedreven door een verandering van de manier waarop ijzerertsprijzen worden vastgesteld. Mijnbouwconcerns BHP Billiton en Vale hebben Aziatische staalproducenten ertoe overgehaald akkoord te gaan met kwartaalprijzen. Daarmee lijkt het decennia oude systeem van jaarcontracten op de helling te zijn gezet. China, dat ongeveer de helft van alle ijzerterts verbruikt, kan daarover klagen, maar zijn honger naar de grondstof betekent dat het vermogen om er iets aan te doen beperkt is.

De stap is een grote symbolische overwinning voor BHP, dat meer dan vijf jaar campagne heeft gevoerd voor een verschuiving in de richting van kortetermijnprijzen. In de tweede helft van vorig jaar heeft BHP 46 procent van zijn ijzererts zo verkocht, inclusief zogenoemde spot sales (een systeem van directe vraag en aanbod) en kwartaalcontracten. Nieuwe overeenkomsten met klanten in Azië betekenen dat kortetermijnprijzen nu het grootste deel van de ijzerertsverkoop van BHP bepalen.

Vale is van oudsher een voorstander geweest van jaarcontracten. Maar nu de spotprijzen een niveau van 150 dollar per ton hebben bereikt – tweeënhalf maal hoger dan wat in het jongste jaarcontract met de Japanners in juni 2009 werd afgesproken – staat het Braziliaanse mijnbouwconcern open voor verandering.

De mijnbouwers betogen dat het nieuwe systeem een traditioneel geheimzinnig proces transparanter zal maken en zal helpen de ontluikende markt voor ijzerertstermijncontracten tot ontwikkeling te brengen. Toch is het makkelijk te begrijpen waarom Chinese overheidsfunctionarissen bezwaar aantekenen. Prijsschommelingen maken het lastiger langetermijninvesteringen in staalfabrieken te plannen. Als het aanbod krap is, zullen kwartaalcontracten waarschijnlijk betekenen dat de staalfabrieken een hogere prijs voor hun ijzererts moeten betalen dan met jaarcontracten het geval zou zijn geweest.

In werkelijkheid stond dat systeem al een tijdje onder druk. China heeft geen jaarcontract meer afgesproken nadat het er niet in was geslaagd een lagere prijs te bedingen dan de Japanners.

Als Rio Tinto het voorbeeld van BHP en Vale volgt, zal het voor China moeilijk worden zijn zin te krijgen: de drie concerns controleren 80 procent van de markt. Op korte termijn is dat slecht nieuws voor China. Maar op langere termijn moet het aanbod weer op gelijke hoogte kunnen komen met de vraag. Als het zover is, zullen kwartaalprijzen voor de staalfabrieken profijtelijker zijn dan voor de mijnbouwers.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com