Mensenrechten? Hier even niet

Het harde Nederlandse vreemdelingenbeleid staat haaks op een fatsoenlijke samenleving, vindenRené Gabriëls en Yolande Jansen.

Nederland schendt mensenrechten door kinderen van uitgeprocedeerde asielzoekers op straat te zetten, aldus het Europees Comité voor Sociale Rechten in Straatsburg (NRC Handelsblad, 5 maart). Volgens een bindende uitspraak van dit comité moet het op straat zetten van kinderen direct worden beëindigd.

Ondanks het feit dat tegen de uitspraak van het Europees Comité voor Sociale Rechten geen beroep mogelijk is, wil demissionair minister van Justitie Hirsch Ballin nog op de uitspraak studeren. De houding van de minister is exemplarisch voor het feit dat gedurende het laatste decennium een keiharde behandeling van vreemdelingen is genormaliseerd en gelegitimeerd. Het beoogde doel van de aanscherping, namelijk het tevreden stellen van dat deel van het electoraat dat zich voelt aangetrokken tot dit harde beleid, is echter niet bereikt en zal ook niet worden bereikt.

Een ander recent voorbeeld van deze verharding was de door staatssecretaris Albayrak (Vreemdelingenbeleid, PvdA) voorgenomen wijziging van de Vreemdelingenwet, die wegens de val van het kabinet niet meer door de Tweede Kamer in behandeling is genomen. Door een wijziging van artikel 16 zou het mogelijk worden om personen die illegaal in Nederland verblijven of verbleven, alleen op die grond verblijfsrecht te ontzeggen. Velen wezen erop dat dit de zwaksten onder de illegalen zou treffen. Het feit dat Albayrak deze wetswijziging wilde doorvoeren, laat zien dat hard beleid inmiddels ook door progressieve politici wordt ondersteund.

Zelfs elementaire rechtstatelijke bescherming wordt aan uitgeprocedeerde asielzoekers en illegalen vaak niet meer geboden. Dit zien wij terug in het handelen van IND, de Dienst Terugkeer en Vertrek van het ministerie van Justitie en de vreemdelingenpolitie. In het rapport van Amnesty International The Netherlands: The Detention of Irregular Migrants and Asylum-seekers (2008) werd al gesteld dat Nederland de internationale regels voor de behandeling van illegale vreemdelingen regelmatig schendt en een uiterst problematisch detentiebeleid ten aanzien van illegalen heeft ontwikkeld. Hierin is nog weinig veranderd.

Een recent voorbeeld is de behandeling door de overheid van de Armeense familie A., die sinds 2000 in Nederland woonde, en sinds vier jaar in noodopvang in Maastricht. Eind januari is dit gezin – vader, moeder en twee dochters van 8 en 9 jaar – door de Vreemdelingenpolitie in opdracht van de Dienst Terugkeer en Vertrek met veel machtsvertoon naar een detentiecentrum in Rotterdam overgebracht met de bedoeling hen naar Armenië uit te zetten. Omdat de advocaat hun uitzetting voorlopig heeft weten uit te stellen en kinderen maximaal twee weken gevangen mogen zitten, is het gezin inmiddels naar Ter Apel gebracht. Daar zit het gezin in de Vrijheidsbeperkende Locatie. De vader is vanwege vermeend vluchtgevaar wekenlang opgesloten geweest in de Penitentiaire Inrichting verderop. Deze kinderen zijn geboren en getogen in Nederland, maar net als veel andere kinderen dreigen zij binnenkort op straat te worden gezet.

De verharding van het beleid treft velen. Amnesty International wijst bijvoorbeeld op het geval van een man die al twee jaar in detentie zit en wiens chirurg meent dat dit wegens een ernstige darmafwijking volstrekt onverantwoord is. In 2008 werden 8.585 vreemdelingen gedetineerd in omstandigheden die eigenlijk voor strafrechtelijke vergrijpen zijn bedoeld, en zaten nagenoeg 1.400 mensen langer dan zes maanden vast. Voor kinderen is detentie aantoonbaar schadelijk – evenals intimiderend gedrag door de politie.

Uit onderzoek van Margrite Kalverboer van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat kinderen die uitgezet worden nadat zij langer dan vijf jaar in Nederland verbleven, een grote kans hebben om ernstige psychische schade op te lopen.

Het is de vraag wie in de Haagse politiek het aandurft om, na jaren van steeds verder naar rechts opgeschoven debatten, weer in het openbaar te benoemen welk leed achter dit vreemdelingenbeleid schuilgaat. In ieder geval zal dit de lakmoesproef zijn voor het daadwerkelijk tegenspreken en tegenwerken van het rechtse populisme. Het huidige vreemdelingenbeleid past niet bij een fatsoenlijke samenleving.

René Gabriëls is universitair docent wijsbegeerte aan de Universiteit van Maastricht. Yolande Jansen is universitair docent politieke filosofie aan de Universiteit van Amsterdam.