Mens, ga toch werken

Het gebeurde op dezelfde dag. De ‘Taskforce DeeltijdPlus’ presenteerde gisteren zijn eindrapport met een oproep om alle beslissingen van overheid, sociale partners, bedrijven en gezinnen erop te richten dat vrouwen meer gaan werken. En het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kwam met cijfers die een trend bevestigden: het hoger onderwijs leidt meer meisjes en vrouwen op dan jongens en meisjes. Maar hoogopgeleide vrouwen van 25 tot 35 jaar zijn vaker dan mannen niet aan het werk en ook niet op zoek naar werk. Terwijl er ook in die leeftijdsgroep al wel meer hoogopgeleide vrouwen dan mannen zijn.

Deze ontwikkeling duidt op een verspilling van zowel geld als talent. Volgens het CBS geven de niet-werkende, hoogopgeleide vrouwen het verrichten van zorgtaken als reden op waarom ze geen betaalde arbeid op zich nemen. Uit eerder onderzoek is gebleken dat middelbaar opgeleide en oudere vrouwen hetzelfde argument aanvoeren. Dat alles vergroot het respect voor vrouwen die al wel jarenlang werk en gezin weten te combineren.

Des te meer reden om naar de bevindingen te kijken van de Taskforce DeeltijdPlus die heeft onderzocht hoe vrouwen kunnen worden gestimuleerd de arbeidsmarkt op te gaan.

De Taskforce zet vooral in op flexibilisering van het werk als norm voor het personeelsbeleid. Hij wil het recht op flexibele werktijden zelfs wettelijk verankeren. Ook thuiswerken moet gemakkelijker worden gemaakt, vindt de Taskforce terecht, die verder pleit voor het samenvoegen van scholen en kinderopvang onder één dak. Realisatie daarvan zal trouwens niet eenvoudig zijn.

Hoe dan ook: als zorgtaken de grootste belemmering zijn voor vrouwen om (meer) te werken, moeten de stimulantia zich daarop richten. Het moet eenvoudiger worden om werk en gezin te combineren. Voor vrouwen én voor mannen.

Maar terecht wijst de Taskforce erop dat ook een minder populaire prikkel invoering verdient. Dat is de afschaffing van de ‘aanrechtsubsidie’, het fiscale voordeel voor echtparen als een van de partners geen betaalde arbeid verricht.

Dit pleidooi zal bij het demissionaire kabinet niet in goede aarde vallen, en zeker niet bij de minister van Jeugd en Gezin Rouvoet (ChristenUnie). Maar te hopen is dat een volgende coalitie die stap wel durft te zetten.

Een grotere arbeidsparticipatie van vrouwen is een algemeen belang. De huidige economische crisis verhult het enigszins, maar Nederland heeft een arbeidsmarktprobleem. De werkloosheid van nu gaat een keer plaatsmaken voor een tekort aan werknemers. Dat is slecht voor de economie en voor de betaalbaarheid van sociale voorzieningen als AOW.

Minister Donner (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, CDA) herinnerde er gisteren aan dat het kabinet onder meer heeft voorgesteld om de AOW-leeftijd te verhogen en al een ‘doorwerkbonus’ heeft ingesteld voor 62-plussers. Dat helpt tegen de krapte op de arbeidsmarkt, maar het is niet genoeg. Vrouwen moeten, zonder belemmeringen, aan het werk.