Masterplan voor een mislukt land

Hoe kan het armste land van het Westelijk halfrond worden opgebouwd? Een conferentie van donoren buigt zich vandaag over het masterplan voor Haïti.

Op de internationale donorbijeenkomst over de toekomst van Haïti vandaag in New York wacht de Haïtiaanse president René Préval een lastige klus. Hoe kan hij donoren ervan overtuigen geld over te maken voor de wederopbouw van een land dat eigenlijk nooit behoorlijk is opgebouwd, ondanks jarenlange internationale bemoeienis?

Bijna alle betrokkenen zijn het daar ondertussen wel over eens: de aanwezigheid van duizenden hulporganisaties uit de hele wereld noch de Verenigde Naties hebben Haïti, voordat de aardbeving van 12 januari toesloeg, veel opgeleverd. Waarom zou dat in de toekomst veranderen?

De afgelopen weken is er in en buiten de hoofdstad Port-au-Prince door allerhande commissies, waarin overheid, privé-sector en hulporganisaties aan één tafel zaten, in hoog tempo nagedacht en gesproken over de toekomst van Haïti. Vandaag zal de regering haar masterplan presenteren.

„Een van de belangrijkste stappen is de oprichting van de Haïtiaanse Ontwikkelingsautoriteit”, zegt Jacky Lumarque, rector van de Quisqueya Universiteit in Port-au-Prince en lid van de presidentiële commissie die zich over de toekomst buigt. Deze autoriteit gaat leiding geven aan de opbouw. In dit orgaan zullen onder andere vertegenwoordigers van regering, niet gebonden hulporganisaties, VN en Wereldbank plaatsnemen. Zij moeten projecten goedkeuren, terwijl de controle op geldstromen in handen komt van een onafhankelijke, externe accountant. De Wereldbank wordt daarnaast verantwoordelijk voor een donorfonds, dat geld kan vrijmaken voor grote projecten.

Lumarque zegt : „Voorheen was er niet één hoogste autoriteit in het land die beslissingen nam over projecten. Er was geen overzicht, geen overleg.” Daardoor kon het gebeuren dat een bepaalde hulporganisatie bezig was met de aanleg van wc’s in een sloppenwijk in Port-au-Prince, terwijl een andere organisatie precies hetzelfde werk wilde doen.

In het verleden is Haïti altijd gebukt gegaan onder sociale onrust, politieke omwentelingen en internationale embargo’s. Zwakke en corrupte regeringen, de extreem scheve inkomensverdeling en voortdurende onveiligheid als gevolg van gewapende criminele jeugdbendes maakten het land bijna onbestuurbaar. Pas nadat de VN een veiligheidsmissie installeerden in 2004 keerde de rust enigszins terug.

Een stabiele structuur, met een gezonde democratie, een daadkrachtige regering en langdurige betrokkenheid van de internationale gemeenschap, moet straks een terugval naar dat verleden voorkomen, zegt Lumarque. De ontmoeting met de rector is in Montrouis, een plaatsje op twee uur rijden van de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince. Daar, in het chique ressort Club Indigo,staat het nieuwe Haïti centraal op een bijeenkomst van vertegenwoordigers van hulporganisaties, van de regering en zakenmensen.

In de toekomst zullen de hulporganisaties en donorlanden in clusters werken, vertelt Eduardo Almeida, directeur van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank in Haïti. „De landen en hulporganisaties die bijvoorbeeld goed zijn in infrastructuur komen in één groep, waarbinnen alles wordt gecoördineerd.”

Het sleutelwoord voor de toekomst is decentralisatie. Van oudsher vormt hoofdstad Port-au-Prince, met zijn haven en internationaal vliegveld, het hart van de Haïtiaanse economie. Maar dat zwaartepunt moet gelijkmatig worden verdeeld over de provincies, alleen al noodzakelijk vanwege de exodus, na de aardbeving, van zo’n 500.000 mensen uit de hoofdstad naar de andere regio’s.

In het masterplan heeft de economie drie pijlers: landbouw, toerisme en industrie, in het bijzonder de kledingsector. Nieuwe industriële parken zijn nodig, in andere delen van het land. Bankier Almeida zegt: „De laatste keer dat ze hier een industriepark hebben gebouwd, was 25 jaar geleden.”

Een belastingvriendelijk handelsverdrag met Washington is al in de maak. Dat moet de export van textiel naar de VS een nieuwe stimulans geven. Nu is de Haïtiaanse kledingindustrie, die vooral eenvoudige massaconfectie produceert, goed voor 25.000 banen. Na het sluiten van het verdrag en financiële injecties kan dat getal oplopen tot 150.000, hoopt Almeida.

De afgelopen jaren is er amper geld gestoken in landbouw, terwijl driekwart van de bevolking direct of indirect afhankelijk is van die sector. Grofweg 70 procent van de etenswaren moet nog altijd geïmporteerd worden. De voornaamste producten uit eigen land zijn behalve vlees en rijst, banaan, mango en avocado. Kortom: investeringen in landbouw zijn onontkoombaar. In zaden, irrigatie en kunstmest, in een voedingsindustrie.

In Club Indigo Montrouis is ook een speciale bijeenkomst voor de toeristenindustrie. De minister van Toerisme, Patrick Delatour, is aanwezig om geldschieters over de streep te trekken. Haïti moet weer een vakantiebestemming worden in de Caraïben, zo is de gedachte. Als buurland de Dominicaanse Republiek het kan, waarom Haïti niet? Stranden zijn er genoeg, met koraalriffen, watervogels en andere natuurlijke attracties.

Club Indigo is zelf een illustratie van hoe Haïti er als vakantiebestemming uit kan zien. Het ressort, omringd door palmbomen, ligt aan parelwitte stranden met helder blauwgroen zeewater. Niets doet er denken aan het andere Haïti, dat arme, kapotte land. Maar wie de club verlaat, en de verpauperde gemeenschap aan de overkant van de straat ziet, weet meteen weer wat er op de donorconferentie op spel staat: de toekomst van het armste land van het Westelijk halfrond.

Vier vragen over de donorconferentie op nrc.nl