Machtsstrijd duurt na stembusuitslag voort

Het is zeer de vraag of de winnaar van de Iraakse verkiezingen premier kan worden. Maar ook voor zijn rivaal zijn er grote obstakels.

De Iraakse premier Nouri al-Maliki heeft voor en na de parlementsverkiezingen van 7 maart geen geheim gemaakt van zijn grenzeloze ambitie om aan te blijven als premier. Zodra uit voorlopige uitslagen een lichte voorsprong bleek van de Iraqiya-alliantie van zijn rivaal Iyad Allawi, kwam hij met beschuldigingen van fraude. Allawi’s uiteindelijke overwinning met 91 om 89 van de in totaal 325 zetels begroette hij met een uitval naar VN-vertegenwoordiger Melkert, omdat deze zijn eis van een hertelling van de stemmen niet steunde.

Allawi, een seculiere shi’iet die zijn zetels voor een groot deel aan de sunnitische kiezers te danken heeft, ging ervan uit dat de grondwet hem als leider van het grootste partijblok het recht gaf een nieuwe coalitie te vormen. Een regering moet de steun hebben van ten minste 163 parlementsleden. Maar nog voor de einduitslag vorige week bekend werd, vroeg en kreeg Maliki een uitspraak van het Hooggerechtshof dat dat grootste blok ook ná de verkiezingen kan worden gevormd.

Nu zitten tot zeer publieke woede van Allawi vertegenwoordigers van Maliki’s overwegend shi’itische Staat van het Recht-blok in Teheran te onderhandelen met de fundamentalistisch-shi’itische Iraakse Nationale Alliantie (INA, 70 zetels) over hereniging. Maliki scheidde zich voor de verkiezingen af van de INA, omdat hij dacht meer kans te maken als hij zijn eigen weg ging.

In een vraaggesprek met de BBC noemde Allawi het gisteren „overduidelijk” dat Teheran probeert te voorkomen dat hij premier wordt. Maliki en veel kopstukken van de INA hebben in ballingschap in Iran geleefd en onderhouden prettige relaties met het bewind.

Allawi is de favoriet van Arabische buurlanden, Saoedi-Arabië en Syrië voorop. De Saoedische krant Asharq al-Awsat begroette zijn overwinning met de kop: ‘Het ontwaken van gematigdheid in Irak’.

Het is de vraag of Allawi, die in 2004 een interim-regering leidde, opnieuw premier kan worden – of de Iraniërs zich er nu mee bemoeien of niet. Hij is begonnen als aanhanger van Saddam Husseins seculiere, socialistische Ba’ath-partij. Al na korte tijd nam hij er afstand van, en in ballingschap in Londen overleefde hij ternauwernood een aanslag door Saddams geheime dienst. Maar binnen de shi’itische meerderheid, die hij voor een coalitie nodig heeft, overheerst wantrouwen over zijn bedoelingen.

Dit te meer omdat zijn Iraqiya-alliantie een sunnitische partij omvat waarvan de leider, de invloedrijke politicus Saleh al-Mutlaq, vlak voor de verkiezingen van ba’athistische sympathieën werd beschuldigd. Mutlaq was een van honderden kandidaten, van wie een groot aantal van Iraqiya, die daarom als kandidaat werden geschrapt. Maliki steunt deze zuivering, die nog doorgaat, voluit.

Maar ook Maliki heeft een groot probleem. De nieuwe sterke man van de INA is een oude bekende, de populistische geestelijke Muqtada Sadr. Met zijn nadruk op sociale programma’s voor de shi’itische onderklasse en zijn anti-Amerikaanse nationalisme kreeg hij 39 van de 70 INA-zetels. Sadr zelf verdiept zijn religieuze kennis sinds een paar jaar in de Iraanse heilige stad Qom.

Dankzij Sadrs steun werd Maliki indertijd als premier aangewezen, maar de onderlinge verhoudingen zijn verkild. Maliki zelf zag in 2008 toe op de vernietiging van Sadrs Leger van de Mahdi in de grote zuidelijke stad Basra, waar de militie een terreurbewind voerde. Ook in Bagdad heeft de premier hard optreden tegen het Leger van de Mahdi gesteund.

Sadristische bronnen zeggen dat Maliki wat hen betreft niet opnieuw premier kan worden, wat een breekpunt in de fusie-onderhandelingen kan zijn. Volgens de Iraakse krant Azzaman probeert de premier met concessies Sadr te vermurwen. Azzaman schreef dat Maliki onder andere heeft aangeboden alle gevangen sadristen – overblijfsel van de offensieven tegen het Leger van de Mahdi – vrij te laten; volgens andere berichten zijn de vrijlatingen al begonnen. Daarnaast zou de premier Sadr zes ministersposten willen geven.

Ook vertegenwoordigers van het Koerdische blok van nationaal president Talabani en regionaal president Barzani pendelen naar Teheran met het oog op een nieuwe coalitie. Zij eisen ongetwijfeld concessies inzake Kirkuk. Hun streven de noordelijke oliestad in te lijven bij hun autonome regio is de afgelopen vier jaar op onverzoenlijk verzet gestuit van Maliki.

De enigen die er ontbreken zijn Allawi’s sunnitische kiezers. Die dreigen buiten de boot te vallen, met alle gevolgen van dien voor de stabiliteit van het land.