Leger zonder houvast

In de Grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden staat dat „de regering de ontwikkeling van de internationale rechtsorde bevordert”. Wil dat meer zijn dan een vrijblijvende belofte, dan hoort daar een krijgsmacht bij die deze pretentie kan waarmaken. In het rapport Verkenningen dat een interdepartementale werkgroep maandag presenteerde, wordt gepleit voor „een moderne en capabele krijgsmacht” die is toegerust voor zijn taak: „De samenleving wapenen tegen voorziene en onvoorziene veiligheidsrisico’s.”

Het rapport levert de bouwstenen voor een politieke discussie. Wil Nederland een leger dat op hoog niveau meedoet aan vredes- en/of gevechtsmissies, zoals in Afghanistan? Of volstaat het om het eigen Koninkrijk te verdedigen en verder te voldoen aan verplichtingen die de lidmaatschappen van de NAVO en de Europese Unie met zich meebrengen?

Toen minister Van Middelkoop (Defensie, ChristenUnie) ruim twee jaar geleden de werkgroep installeerde, zei hij dat Nederlanders maar moesten wennen aan het idee dat ook hogere defensie-uitgaven denkbaar en nodig kunnen zijn. In strijd met een jarenlange trend. Toen had de financiële crisis zich nog niet aangediend. Toch herhaalde de demissionaire bewindsman gisteren zijn woorden. Terwijl deze week nog een andere ambtelijke werkgroep zal aangeven welke bezuiniging er op ‘internationale veiligheid’ mogelijk zal zijn.

Nu heeft Van Middelkoop gelijk met zijn constatering dat het niveau van de defensiebestedingen na de Koude Oorlog flink is gedaald. Nederland voldoet ook niet aan de NAVO-richtlijn om 2 procent van het bruto nationaal product aan defensie uit te geven. Niettemin ligt het niet in de rede dat Defensie bij de komende bezuinigingsronde buiten schot zal blijven.

Het ambtelijk rapport richt zich op de jaren 2020-2030 en wil „houvast voor de krijgsmacht van de toekomst” bieden. Dat is om diverse redenen het scheppen van schijnzekerheid. Niemand weet waarover komende oorlogen zullen gaan. Grondstoffen, energiebronnen, water, internationaal terrorisme? Geen politieke partij zal zich voor zo’n lange termijn aan vergaande afspraken willen binden over het takenpakket van het leger.

De grootste onzekerheid vormen de internationale verhoudingen. De belangrijkste veiligheidsgarantie voor Nederland is nu nog het lidmaatschap van de NAVO. Maar hoe de NAVO zich ontwikkelt, is onzeker. Zij werkt aan een nieuw strategisch concept. Intussen groeit in de Verenigde Staten de scepsis over het Atlantisch bondgenootschap en over de rol die Europa speelt. In het Verdrag van Lissabon van de Europese Unie hebben de lidstaten zich in 2009 gebonden aan een gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid. Dat klinkt nu als een prelude op een afbrokkelende Atlantische samenwerking. Desondanks zijn de Europese krijgsmachten nog altijd primair nationaal georganiseerd. Zowel de rol van de EU als de herijking van de NAVO is zo bezien van meer betekenis voor de positie van het leger dan wat Nederlandse politici daar nu van gaan vinden.