Leger met laptops maakt geen haast

Een schrijver volgt een politicus. Franca Treur schaduwt deze week Jan Peter Balkenende. Deel 3: Na middernacht belt een voorlichter: „Balkenende wil kennismaken.”

Het is een uurtje of elf in de ochtend als ik met ferme stappen het gebouw binnenstiefel waar de EU-top wordt gehouden. Ik houd mijn kaart voor de scanner, gooi mijn jas, tas en paraplu op de band.

Brussels here I am.

Ergens boven mijn hoofd praten 27 Europese regeringsleiders over de financiële problemen van Griekenland. Over een uur is het klaar en zullen alle leiders in hun eigen zaaltje een persconferentie geven. Dat is althans de verwachting, je kunt er niet de klok op gelijkzetten. Daarom ben ik er maar vast.

Binnen haal ik koffie bij de bar en een broodje uit de koelkast. Alles is hier gratis. In de hal zit een leger journalisten met laptops aan tafels te wachten tot een tv-scherm meldt dat de regeringsleiders klaar zijn. Dat gebeurt drie kwartier later. Er komt beweging in het leger. Ik ga ook.

Bij het Nederlandse perszaaltje is nog niemand. Mijn collega’s hebben geen haast, omdat Balkenende dat ook niet heeft. Ze komen pas na een sms’je van voorlichter Tony Agotha. Dat duurt nog wel een minuut of twintig. Zo ging het een dag eerder tenminste.

Toen was ik hier nog nieuw. Ik liep er zo onwennig rond dat de Egyptische televisie me vroeg of ze iets voor me konden doen. Maar tussen nu en gisteravond is er wel het een en ander veranderd: voor de Grieken is een oplossing bedacht en ik en Jan Peter zeggen inmiddels je en jij.

Vlakbij de Nederlandse perszaal is een tv. Ik kijk naar Van Rompuy en vraag me af hoe het zou zijn om een weekje met hem mee te lopen. De journalisten druppelen binnen. Ze klagen dat de voorlichters weer lang werk hebben om Balkenende klaar te stomen voor de persconferentie. Nee, Agotha heeft hen nog niet ge-sms’t.

Ik sta te geeuwen. Het was gisteren 04.00 uur voor ik in bed lag. Na de middernachtelijke persconferentie belde de voorlichter mij: „Balkenende wil kennismaken.” Om kwart voor één arriveerde ik bij zijn hotel. Onder het oog van drie gapende voorlichters en twee beveiligers hebben we bier gedronken tot de lobby dichtging. Dat betekent niet dat Balkenende mij heeft leren kennen. Iemand die acht jaar minister-president is geweest, is gewend om zelf te praten. Hij zei dat hij met Pasen weer naar Zeeland ging. Naar zijn moeder. Hij vertelde over zijn gelovige opvoeding. En over zijn onvoorziene carrière: „En dan ben je opeens premier van Nederland.”

Het ijs is gebroken. Later zou ik hem vragen waarom hij als enige zo lang wacht met zijn persconferentie. Daar had hij inderdaad een reden voor. „Je kunt wel meteen naar de pers rennen, zoals mijn collega’s doen, maar ik vind het belangrijk om eerst mijn eigen ambtenaren te vertellen wat er nu eigenlijk gebeurd is op de top.”

Van Rompuy is alweer uitgepraat. Dan begint de ene na de andere telefoon te piepen. We slenteren naar het zaaltje. Ik zet mijn telefoon op stil. Tot mijn verrassing zie ik dat ik ook een berichtje heb: ‘MP in aantocht’.

Wordt morgen vervolgd