Kamer wil tapdata afdwingen

Een meerderheid van de Tweede Kamer wil weten hoe vaak de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten telefoongesprekken aftappen. De Kamer wil minister Hirsch Ballin (Binnenlandse Zaken en Justitie, CDA) per motie dwingen deze gegevens openbaar te maken, zo kondigden enkele partijen gisteren tijdens een debat aan.

Hirsch Ballin heeft grote bezwaren tegen openbaarmaking van de tapstatistieken. Hij vindt het voldoende dat de gegevens iedere drie maanden worden verstrekt aan de Kamercommissie voor de inlichtingendiensten. In de commissie stiekem, zoals deze commissie ook wel genoemd wordt, zitten de voorzitters van de Tweede Kamerfracties. Zij mogen informatie uit de commissie niet doorspelen.

Volgens Hirsch Ballin zouden de tapstatistieken „te veel inzicht geven in de werkwijze van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten”. Andere landen geven zulke gegevens ook niet vrij, zei hij. Nederland zou in een uitzonderingspositie komen door tapgegevens openbaar te maken. „Het inlichtingenwerk is zó verweven met wat andere landen doen. Om die reden moeten we internationaal gewoon een beetje normaal doen.” De motie die de Kamerfracties volgende week in stemming willen brengen, was eerder op verzoek van toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Ter Horst (PvdA) in de ijskast gezet.

Het debat ging ook over de rol van de commissie stiekem. Heerts (PvdA) vindt dat de parlementaire controle op de inlichtingendiensten beter moet en opperde dat de fractievoorzitters vakspecialisten uit de Kamer moeten kunnen raadplegen. Dat wil de SP al langer. CDA en VVD vinden het geen bezwaar dat alleen de fractievoorzitters in de commissie zitten. Wel moeten die vergaderingen vaker bijwonen, vinden zij. De opkomst is nu vaak te gering.