Informateur trekt het land in

De (in)formateur doet zijn intrede in de stad. Liefst boven de partijen zwevend moet hij of zij voor een soepele vorming van het nieuwe college zorgen. Een „erebaan”.

Nu ook op lokaal niveau verkrijgbaar: de formateur of informateur. In alle grote gemeenten worden de collegebesprekingen dit voorjaar geleid door een externe ervaringsdeskundige. Er lijkt sprake van een trend die is afkeken van het Binnenhof.

„Langzamerhand is heel Nederland besmet door regeerakkoorden. In de steden moet gescoord worden”, verklaart politicoloog en bestuurskundige André Krouwel. „Tot de jaren zeventig had je afspiegelingscolleges en werden helemaal geen programma’s geschreven. Ze begonnen gewoon en zagen wel wat er op hun weg kwam. Nu heeft de politisering toegeslagen en kunnen ze niet meer zonder een formateur of informateur.”

Die behoren net als in de landelijke politiek boven de partijen te staan. Ook al zijn ze zelf lid van een partij en vaak ook benaderd door die partij. Uitzondering is VVD’er Pieter Winsemius, die in Rotterdam door alle partijen een geschikte informateur werd bevonden. De neutraliteit is geen vanzelfsprekendheid, blijkt uit de reacties uit het kamp van Geert Wilders die de ‘linkse kerk’ verwijt de PVV bij voorbaat uit te sluiten.

Zo schamperde de PVV in Almere over de benoeming van PvdA-informateur Hans Andersson en hekelde de partij in Den Haag de daadkracht van Boele Staal. Deze D66-informateur wil een college vormen zonder deelname van de PVV – wegens de weigering het hoofddoekjesverbod dat die partij voorstaat juridisch te laten toetsen. Staal is oud-senator en voormalig commissaris van de koningin in de provincie Utrecht. Hij werd benaderd door D66-onderhandelaar én fractievoorzitter Marjolein de Jong, die van „een erebaan” spreekt.

Staal krijgt volgens haar geen geld voor zijn inspanningen. De Jong: „We zochten iemand die unaniem werd geaccepteerd. Hij moest boven de partijen staan, autoriteit uitstralen, met kennis en ervaring op welk gebied dan ook. Staal beantwoordde aan dat profiel.” Staal is voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) en lid van de SER. Hij is ook lid van D66. „Maar het is toeval dat er iemand van D66-huize is uitgerold”, beweert De Jong.

Zij bevestigt dat de zoektocht naar een informateur ontstond uit onvrede over de formatievorming onder leiding van PvdA-collega Jeltje van Nieuwenhoven. Zij was volgens De Jong „niet doortastend” genoeg. „Het liep bepaald niet vlekkeloos. Dus hebben we toen met diverse partijen een brief geschreven met het voorstel tot een benoeming van een informateur.”

PvdA’er Krouwel was in 2006 formateur in Almere, maar is daar nu ‘gepasseerd’ door partijgenoot en informateur Andersson. De PVV vond dat hij in een tv-interview voor zijn beurt had gepraat. Krouwel kan er niet mee zitten, zegt hij lachend door de telefoon. De voordelen van een (in)formateur zijn voor hem evident. „De ideeën van lokale partijen zijn minder bekend, dus is het noodzakelijk eerst een rondje langs de velden te maken. Dan kom je al snel bij een informateur.”

Behalve in Rotterdam, Den Haag en Almere zijn ook in Amsterdam en Utrecht (in)formateurs aangesteld. In Amsterdam lag het initiatief bij de grootste partij, de PvdA. Die vroeg demissionair minister Eberhard van der Laan. Hij kreeg al snel te maken met verzet van de potentiële coalitiepartner D66, dat de besprekingen afbrak na bezwaren over de dubbelfunctie van Lodewijk Asscher: PvdA-lijsttrekker én waarnemend burgemeester.

Van der Laan wilde weten waar het mis was gegaan, zegt een woordvoerder van D66. „Misverstanden en ongelukjes uit de weg ruimen.” Toen kwam Van der Laan met het initiatief een D66-informateur naast zich te plaatsen. Het werd oud-Kamerlid Gerrit-Jan Wolffensperger. „Ze vertrouwen elkaar voor de volle honderd procent”, toonde de woordvoerder van D66 zich vorige week nog optimistisch.

Dat een goede relatie tussen twee informateurs geen garantie is voor succes, bleek begin deze week. De besprekingen tussen de PvdA en D66 liepen alsnog stuk rondom de positie van Asscher.

Tof Thissen, fractievoorzitter van GroenLinks in de Eerste Kamer, is soloformateur bij de collegebesprekingen in Utrecht. „Mijn taak is compromissen sluiten en conclusies trekken. Het moet geen haastklus worden. De extra tijd die je er nu insteekt, werkt de komende vier jaar in je voordeel”, verwijst Thissen naar de honderden wethouders die tijdens de vorige periode in vier jaar tijd het college hebben verlaten. „De meeste door conflictsituaties.”

Thissen heeft „geen moeite” met de neutrale rol. Hij probeert een links college te vormen, dat zal bestaan uit GroenLinks, D66 en de PvdA. Hij is vol vertrouwen, want hij ziet in Utrecht „geen scheurtjes zoals in Amsterdam”, aldus Thissen. „Ik ga niet over de verdeling van de portefeuilles, maar zal mijn mening wel geven als ze niet logisch verdeeld worden”, zegt de senator die volgens Marry Mos, fractievoorzitter van GroenLinks, met een bos bloemen en fles wijn zal worden bedankt voor bewezen diensten. Mos was zelf informateur bij de collegebesprekingen in Utrecht. Na verkennende gesprekken met D66 en de PvdA neemt partijgenoot Thissen het over. „Het is logisch dat de grootste partij de formateur levert”, zegt Mos. Over Thissen niets dan lof. „Hij kent de politiek van voor naar achteren. Lokaal, landelijk en bestuurlijk.”