Ik hoor helemaal niet in de rij Dresselhuys-Mees

In de opiniestukken van H.M van den Brink en Els Kloek (resp. 27 en 30 maart) word ik ten onrechte opgenomen in het rijtje Heleen Mees en Cisca Dresselhuys. Beiden becommentarieerden het vertrek van Bos en Eurlings uit de politiek negatief. Dresselhuys geloofde het motief van Wouter Bos om voor zijn gezin te kiezen niet; Mees noemde Bos een watje. In mijn opiniestuk (13 maart) noem ik de keuze van beide politici juist verfrissend en roem ik hen als ‘emancipatierolmodellen’. Ik schrijf dat er misschien een neiging is om hun vertrek te wantrouwen, maar dat ik dat niet doe. Van den Brink en Kloek tonen zich hiermee niet alleen onzorgvuldige lezers, maar maken – door drie feministen rücksichtslos op dezelfde hoop te gooien – zo ook een gemakkelijke en eendimensionale karikatuur van ‘het feministische standpunt’ dat veelkleuriger en tegenstrijdiger is dan zij suggereren. Els Kloek maakt het daarbij wel erg bont. Zij zet zich eerst af tegen ‘Mees, Dresselhuys en Jensen’ om vervolgens, net als ik, te wijzen op een asymmetrie als het gaat om emancipatie van de seksen en dezelfde vergelijking als ik te maken – namelijk die met Agnes Kant. Dat doet vrezen dat zij de weergave van mijn positie uit het stuk van H.M. van den Brink heeft overgenomen en mijn stuk niet heeft gelezen.

Stine Jensen

Amsterdam