Enkel voordelen (voor de baas dan)

In Nederland werken er 90.000 werknemers met een zogenoemd payrollcontract.

Het payrollbedrijf doet alsof het de werkgever is. Maar is dat juridisch houdbaar?

Uw medewerker kan net zo makkelijk afscheid nemen van u, als u van uw medewerker. Deze waarschuwing is te lezen op payroll-informatie.nl, het online informatiepunt over Payroll en Payrolling.

Voor de rest heeft payrolling alleen maar voordelen, volgens de website: „U hoeft niet door te betalen in het geval van ziekte. U kunt het contract letterlijk op ieder moment beëindigen. U hoeft geen loonadministratie bij te houden en loonbelasting aangiftes in te dienen.”

Een payrollbedrijf neemt alle werkgeversverantwoordelijkheden over van het bedrijf waardoor het wordt ingehuurd. Een bedrijf zoekt zelf zijn werknemers, maar huurt deze in via het payrollbedrijf. Zo hoeft de werkgever zich geen zorgen te maken over de loonadministratie en het pensioen van de werknemer. Maar ook niet over een opzegtermijn of loon bij ziekte.

De populariteit van deze constructie neemt toe, volgens brancheorganisatie VPO (Vereniging Payroll Ondernemingen). Uit gisteren gepresenteerd onderzoek van de VPO blijkt dat de sector in 2009 met 6 procent is gegroeid. Dagelijks worden er volgens de VPO 90.000 werknemers ‘gepayrolld’.

Dat bedrijven meer willen ‘flexibiliseren’ is niet verrassend in het huidige economische klimaat. In onzekere tijden willen bedrijven zich zo min mogelijk vastleggen. En via een payrollconstructie kun je bij een reorganisatie zonder veel problemen van je personeel af.

De vakbonden staan niet te juichen, maar „het gebeurt nu eenmaal, dus moeten we er pragmatisch mee omgaan”, zegt beleidsjurist Klara Boonstra van de vakcentrale FNV.

De FNV heeft daarom speciale cao-afspraken gemaakt met de VPO voor de payrollsector om werknemers toch zoveel mogelijk te beschermen. Daarin is vastgelegd dat het payrollbedrijf voor ander werk moet zorgen als een bedrijf van de werknemer af wil die het via een payrollconstructie in dienst heeft. Ook moet het payrollbedrijf de werknemer doorbetalen bij ziekte en moet de werknemer verplicht hetzelfde salaris krijgen, dat hij zou krijgen als hij in vaste dienst was. Zo zou het payrollbedrijf de facto de werkgever worden.

Hartstikke mooi, zegt de VPO. „Zo nemen we zorgen bij een onderneming weg, en heeft de werknemer de garantie dat hij nieuw werk krijgt bij een reorganisatie”, aldus een woordvoerder.

De vraag is echter of het juridisch allemaal zomaar kan. Johan Zwemmer, advocaat en promovendus in het arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, denkt van niet. Er is namelijk geen sprake van een uitzendovereenkomst, volgens hem. Daarbij is in een zogeheten ‘allocatiefunctie’ van belang. Daarvan is sprake als een bedrijf bij plotselinge verhoging van de werkdruk of een langdurige ziekte van een vaste werknemer, een uitzendbureau inschakelt om tijdelijke vervanging te zoeken, legt Zwemmer uit.

Ook kan er volgens hem geen sprake van een arbeidsovereenkomst zijn tussen de werknemer en het payrollbedrijf, omdat die laatste alleen de salariëring voor haar rekening neemt. Een arbeidsovereenkomst bestaat echter uit drie elementen. Naast loon, zijn dat gezag en persoonlijke arbeid. Die laatste twee blijven een kwestie tussen de werknemer en het bedrijf waar hij arbeid levert. En dus is de werknemer volgens Zwemmer gewoon in dienst bij dat bedrijf.

Precies deze kwestie ligt op dit moment in hoger beroep voor de rechter Leeuwarden. Als die zich aansluit bij de redenering van Zwemmer, zijn er opeens 90.000 payrollers die kunnen claimen dat ze in vaste dienst zitten.