Dagelijkse praatsessies

Elke tijd kent zijn modeziekten. Eind negentiende eeuw bestond ADHD nog niet, maar had iedereen ‘neurasthenie’. Symptomen: gebrekkige concentratie, prikkelbaarheid en slapeloosheid. De oorzaak van deze ‘kolossale toename der algemeene zenuwachtigheid’ lag volgens vooraanstaande artsen in de plotselinge vooruitgang van wetenschap en industrie; het leven werd door alle nieuwe technische ontwikkelingen te onrustig.

Gouden tijden braken aan voor geneesheren van zenuwlijders. Allerlei behandelmethoden kwamen op de markt, van elektrotherapie tot dennenaaldenextractbaden. Maar de plattelandsarts A.W. van Renterghem geloofde in een nieuwe vorm van genezen. Hij had een boek gelezen van een Franse arts, die geen fysische, maar een psychische methode voorstond. „Dankzij hem had ik een nieuw wapen leeren kennen, in zijn eenvoud krachtiger dan menig stoffelijk ding: het gesproken woord!”

Van Renterghem begon met zijn geestverwant, Frederik van Eeden, een kliniek waar zij hun patiënten in een stille kamer op een sofa neerlegden en geruststellend toespraken. Al snel werd hun praktijk populair en kwamen welgestelde patiënten dagelijks voor een sessie.

In dezelfde periode ontwikkelde in Wenen ene Sigmund Freud een psychische behandelmethode die wel wat weg had van de methode van Van Renterghem en Van Eeden. Met één cruciaal verschil: Freud sprak zijn patiënten niet toe, maar liet ze zelf spreken. Hij ontwikkelde de ‘psychoanalyse’, gebaseerd op het idee dat onderbewuste, seksuele driften in de opvoeding waren verdrongen en in neurotische vorm naar boven kwamen.

Freuds theorie viel in Nederland in vruchtbare aarde. Toegegeven, er was kritiek op het ontbreken van een strakke methode en twijfel over de effectiviteit, maar Van Renterghem en Van Eeden waren laaiend enthousiast. Toen ook de invloedrijke hoogleraar Jelgersma zich in 1914 achter Freud schaarde, leek het pleit beslecht. Er ontstond een georganiseerde psychoanalytische beweging, die uiteindelijk in de naoorlogse decennia tot een hoogtepunt kwam. In 1965 werd het mogelijk om psychoanalyse via de Algemene Bijstandswet vergoed te krijgen.

Maar elke tijd kent ook zijn eigen behandelmethoden. Psychoanalyse anno 2010 is vrijwel uitgestorven: te langdurig, te kostbaar en te weinig zekerheid op genezing. Sinds vorige week is de therapie uit het verzekeringspakket geschrapt. ADHD los je blijkbaar niet op met een dagelijkse praatsessie.