Banken kijken naar binnen

In 2009 schreven de Nederlandse banken rode cijfers of zagen ze de winst flink dalen. Dit jaar zijn ze vooral met zichzelf bezig.

De Nederlandse bankensector staat er niet florissant voor. Was 2008 het jaar van de financiële crisis, in 2009 was het mantra proberen de recessie zo goed mogelijk door te komen. Het jaar 2010 zal voor drie van de Nederlandse grootbanken in het teken staan van opsplitsing en integratie.

Daardoor zal bij die banken de blik zich naar binnen keren. Concurrenten denken daarvan te kunnen profiteren. Floris Deckers, topman van Van Lanschot, zei onlangs dat hij ruimte ziet klanten te winnen, omdat bijvoorbeeld banken als ABN Amro vooral met zichzelf bezig zullen zijn.

Voor ABN Amro wordt het een cruciaal jaar. De bank, tot de overname en opsplitsing in 2007 de grootste bank van Nederland, wil een groot deel van de integratie van Fortis Nederland dit jaar afronden. Dit brengt het sluiten en samenvoegen van filialen met zich mee, werknemers die hun baan verliezen en het risico van (Fortis) klanten die opstappen.

De integratie komt op een moment dat ABN Amro het toch al moeilijk heeft. Het voormalige boegbeeld van de nationale bankensector, sinds oktober 2008 staatsbank, leed over 2009 een verlies als gevolg van de crisis. Ook over 2010 zal er verlies worden gedraaid. Dit komt overigens vooral door de gedwongen verkoop van bankendochter HBU aan Deutsche Bank, een uitvloeisel van de samenvoeging van ABN en Fortis. Maar ABN Amro neemt ook grote voorzieningen, omdat ze vreest dat bedrijven en particulieren de leningen die ze van de bank hebben gekregen niet meer kunnen opbrengen.

ABN Amro was niet de enige die het jaar in de min afsloot. Ook ING en Van Lanschot leden verlies. Andere banken zoals Rabobank, SNS Reaal, NIBC en Triodos maakten wel winst, maar zagen deze sterk dalen.

De meeste bankbestuurders waren tijdens de presentaties van de cijfers voorzichtig optimistisch over 2010 omdat de economie in Nederland en ook internationaal weer aantrekt. De banken die zich vooral op Nederland richten, en dat doen tegenwoordig eigenlijk alle Nederlandse banken, moeten wel een slag om de arm houden omdat onduidelijk is in hoeverre de consument weer zal gaan uitgeven en hoe hoog de werkeloosheid oploopt. Klanten die hun baan kwijtraken kunnen bijvoorbeeld een probleem krijgen met het afbetalen van leningen en hypotheken.

Dat risico lopen buitenlandse banken natuurlijk ook, want ook elders in Europa is het economische herstel fragiel. Maar de banken in bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland zoals BNP Paribas en Deutsche Bank zijn de crisis beter doorgekomen en hebben een meer diverse portefeuille van activiteiten.

En ze zijn niet bezig zichzelf op te delen, zoals bijvoorbeeld ING. Het concern moet de verzekeringsarm Nationale Nederlanden en nog enkele andere activiteiten verkopen onder druk van de Europese Commissie, een gevolg van de staatssteun die het tijdens de financiële crisis ontving. ING heeft enkele jaren uitgetrokken voor deze enorme operatie die zal leiden tot een veel kleiner bedrijf dat bestaat uit een bank die vooral groot is in de Benelux.

De ontwikkeling lijkt positief voor Rabobank. De Utrechtse coöperatieve bank, de grootste van het land, kan profiteren van de onrust en reorganisaties bij de directe concurrenten. Maar ook Rabobank heeft in Nederland omvangrijke bezuinigingsmaatregelen aangekondigd. De bank is verreweg de grootste in de hypothekenmarkt. De huizenmarkt toont nog weinig herstel en is vatbaar voor een nieuwe economische dip met alle gevolgen voor de werkeloosheid. Bovendien kan de oplaaiende discussie over de hypotheekrenteaftrek in de aanloop naar de verkiezingen van 9 juni de huizenmarkt langer onder druk zetten.