Altijd vet, ook in magere jaren

Slachtoffers waren het. De bazen van de grote Amerikaanse zakenbanken zagen – in dat roemruchte weekend in september 2008 – met het instorten van hun banken ook in één klap hun eigen vermogen verdampen. Gigantische aandelen- en optiepakketten, resultaat van jarenlange arbeid, werden ineens waardeloos. Bij Bear Stearns doordat het concern werd opgeslokt door JP Morgan Chase. Bij Lehman Brothers doordat de bank failliet ging. Berooid waren ze, de voormalige Masters of the Universe. Een beetje compassie graag!

Het is een hardnekkig sprookje dat de bankbazen net zo hard getroffen werden door de crisis als de gewone aandeelhouders. Drie economen van Harvard prikten recentelijk deze mythe definitief door. Zij concluderen dat, ondanks de ineenstorting van Bear en Lehman, de topbestuurders tussen 2000 en 2008 grofweg 250 miljoen dollar per persoon binnensleepten.

Bij Bear verzilverde de raad van bestuur in de jaren voor de teloorgang gezamenlijk 1,1 miljard dollar aan aandelen. Tot 2007 cashten zij nog eens 300 miljoen dollar aan bonussen. Lehman-bestuurders verzilverden voor 850 miljoen dollar aan aandelen en zij kregen nog eens 150 miljoen aan bonussen. Per saldo, concluderen de Harvard-economen, verzilverden de bestuurders meer aandelen in de jaren voor de crisis dan ze overhadden toen de crisis begon. De buit was dus al binnen.

Lehmans voormalige topman Dick Fuld legde op 6 oktober 2008, nog geen drie weken na de ineenstorting van zijn bank, verantwoording af tegenover het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. In een uiterst vinnig verhoor werd hem verweten dat hij sinds 2000 een slordige 500 miljoen dollar in contanten mee naar huis had genomen. Dat bedrag bestreed Fuld. Hoeveel hij precies had meegenomen kon hij niet zeggen, maar het lag eerder in de buurt van de 250 miljoen dollar. „Nog steeds een behoorlijk bedrag”, erkende Fuld.

Het probleem van deze megawinsten is niet zozeer de volkswoede die erdoor gevoed wordt. Wel heeft deze perverse beloningsstructuur ertoe bijgedragen dat de bestuurders van onder anderen Bear en Lehman geen enkele stimulans hadden om het voorzichtig aan te doen met hun banken. Sterker: ze werden geprikkeld om de koers van het aandeel van hun bank tot onwaarschijnlijke hoogte op te pompen.

Juist deze week maakte de Financial Stability Board bekend dat de aanbevelingen die de wereldleiders vorig jaar op de G20-top in Pittsburgh deden om beloningen aan banden te leggen, maar matig worden nageleefd. De bankiers gaan liever volgepakt op naar de volgende crisis.

Egbert Kalse