Aandelenverkoop Citi levert de Amerikaanse overheid winst op

Washington maakt zich op om zijn bemoeienis met Citigroup te staken. Het Amerikaanse ministerie van Financiën is van plan zijn belang van 27 procent in de bankgigant af te stoten, ruwweg twee jaar nadat Citi te hulp geschoten moest worden. De aandelenverkoop moet de belastingbetaler een gezonde winst opleveren. Dat is een opluchting voor degenen die zich zorgen maakten over de reddingsoperatie, en het is opnieuw een financieel succesverhaal voor de autoriteiten die de crisis hebben bestreden.

Maar Citigroup is niet echt op een ander spoor gezet sinds de overheid een vinger in de pap kreeg.

De aandelenverkoop zal met het oog op de omvang ervan relatief snel verlopen. Het ministerie heeft zakenbank Morgan Stanley ingehuurd om zijn 7,7 miljard Citi-aandelen de komende negen maanden druppelsgewijs op de markt te brengen. De contouren van het proces zullen van tevoren worden vastgelegd, om voor de grootste aandeelhouder van de bank iedere schijn te vermijden van handel met voorkennis of belangenverstrengeling.

Op het huidige koersniveau van ongeveer 4,20 dollar per aandeel zou de regering een winst oogsten van ruwweg 7 miljard dollar op haar belegging van 25 miljard dollar. Dat is een leuke papieren winst, zeker als je het afzet tegen de omvangrijke bedragen die Engeland in zijn banken heeft gestoken en die in het rood blijven staan.

De Amerikaanse belastingbetaler heeft al een aardig rendement geboekt op de drievoudige reddingsoperatie voor Citi, en zou er zelfs nog meer aan kunnen overhouden. De bank heeft ongeveer 3 miljard dollar aan dividenden aan de overheid uitgekeerd. En zij zal naar verwachting jaarlijks 400 miljoen dollar blijven afdragen over de 5,1 miljard dollar aan preferente aandelen, die aan de overheid werden toegekend in ruil voor het verzekeren van de ‘giftige bezittingen’ van de bank.

‘Uncle Sam’ beschikt tevens over warrants (een soort opties) op nog eens 6,5 miljard dollar aan Citi-aandelen. Die staan nu ver in het rood, maar kunnen winstgevend worden als de beurskoers van Citi binnen acht jaar de uitoefenprijs van respectievelijk 10,61 en 17,85 dollar bereikt.

De reddingsoperatie voor Citi kan echter nauwelijks een doorslaand succes worden genoemd. Zij zal waarschijnlijk winstgevend blijken, en de interventie heeft ertoe geleid dat Citi een paar belangrijke veranderingen heeft doorgevoerd, zoals het apart zetten van 850 miljard dollar aan ongewenste bezittingen en activiteiten die voor verkoop in aanmerking komen. Maar een deel daarvan is moeilijk te slijten.

En hoewel Citigroup nu beter presteert dan voorheen, blijft de bank veel te groot en lijkt zij nog een lange weg te gaan te hebben voordat zij genoeg zal verdienen om de kapitaalkosten te kunnen dekken.

Er is nog genoeg werk aan de winkel om er absoluut zeker van te kunnen zijn dat de Amerikaanse overheid niet opnieuw te hulp zal moeten schieten.

Jeffrey Goldfarb