Wellustig rode lippen

In de rij voor de schouwburg voel ik aan mijn gebitje. Het is een spierwit plastic vampiergebitje en het kostte zeventig cent bij de feestwinkel. Als ik het in heb zie ik eruit als het Beest (die van Belle) en bovendien krijg ik dan mijn tanden niet meer op elkaar, zodat ik eruit zie als het Beest dat in een continue staat van oenige verwarring rondloopt. Ik denk niet dat de organisatie dit bedoelde toen ze de gasten opdroegen om in ‘sexy southern vampire style’ te komen. Maar goed, wat ze daar wel mee bedoelden is ook vrij schimmig.

Ik ben op de galapremière van de HBO-serie True Blood, waarvan Foxlife iedere maandag het tweede seizoen uitzendt. Al weken hing Amsterdam vol met posters van een tong die een straaltje bloed van de wellustig rode lippen likte, en de uitnodiging jubelde over acts, prominente Nederlanders en champagneontvangst. Dit feest leek een prachtresultaat te beloven: BN’ers die katjelam door hun hoektandjes heen familiegeheimen lispelden.

In de schouwburg blijkt dat de meeste mensen onder de dresscode gewoon kort en strak verstaan, wat uiteindelijk ook de reden is van elk verkleedfeest: je gelegitimeerd veel hoeriger aankleden dan normaal gepast is. Maar sommigen vatten het begrip vampier breder op en komen als gothic, compleet wit gepoederde Renaissance-lakei of in cape gehulde vampierjager.

Ik ken True Blood nog niet, maar al mijn vrienden zijn fan. Ik vraag me af of de makers blij zouden zijn met dit feest. Terwijl ik rondloop bekruipt me toch een vreemd gevoel. De vrouwen flaneren door de gangen, bezonnebrilde mannen etaleren hun buikspieren. De sfeer voelt eigenlijk een beetje als Wasteland: lichtelijk gespannen en veel uiterlijk vertoon. Alsof er straks coke van billen af gesnoven zal worden en het Gijsbrecht van Aemstel-bordes het decor zal zijn voor een woeste tepelklemmen-act. Bij de champagnebar is de barman in een discussie verwikkeld met een hoogblond meisje. „Ik ken de organisator”, roept ze. „Geef me zes champagne.” „Je hebt geen bandje”, zegt de man verhit. „Weet je wel tegen wie je het hebt”, krijst ze terug. Na tussenkomst van een hostess krijgt het meisje de champagne. „Aso”, sist ze nog en loopt glimmend van triomf weg. „Die mensen hier”, verzucht de man tegen mij. „Net vroeg iemand of ’ie me mocht pijpen. Ik zei dat ’ie maar moest terugkomen als ik klaar ben.”

Op weg naar buiten zie ik een jongen in een bijna lege bar. Hij is normaal gekleed, even vraag ik me af of hij per ongeluk hier beland is. Dan wil hij een slok van zijn biertje nemen, maar kijkt geërgerd. Zijn hoektandjes zitten in de weg.

De columns van Renske de Greef zijn te lezen via nrcnext.nl/columnisten