Vuurceremonie voor de lentegeesten

Waar: Shintotempel in Amsterdam

Aanwezig: zestig mensen

Dienst: Vuurceremonie voor de lente

De lente is een zwaar overschat seizoen. Natuurlijk is het aardig dat de zon een beetje gaat schijnen en de bloemetjes beginnen te bloeien, maar de vogelpoep op de auto, de voorjaarsschoonmaak, de lentejas die vervangen moet worden omdat die de modekleur van het vorige lenteseizoen heeft – daar hoor je niemand over.

Een lenteceremonie om het seizoen nog eens plechtig te verwelkomen, hoe overdreven het ook is, het komt in veel culturen voor. Het paasfeest, het holifeest van hindoes, waarin ze elkaar bestrooien met gekleurde poeders en vloeistoffen. En de Japanners kennen de vuurceremonie.

Ieder jaar wordt in Amsterdam door de Japanese Dutch Shinzen Foundation zo’n ceremonie gehouden, in de shinto-traditie, die historisch gezien aan de boeddhistische vooraf gaat.

Shinto betekent ‘de weg van de kami’ en kami zijn een soort natuurkrachten die een woonplaats hebben. Ze kunnen uitgenodigd worden en, merkwaardig genoeg, ze kunnen ook worden weggestuurd. Dat zie je niet vaak: dat men natuurlijke of bovennatuurlijke krachten na bewezen diensten gewoon mag terugsturen naar vanwaar ze komen.

Voor men de shintotempel in gaat, moeten de handen worden gewassen: met een houten pollepel moet het water eerst in de rechter en dan in de linker hand worden geschonken, en vervolgens langs de steel in een bak, met daarin een plant, worden uitgelekt. Het zal een diepe betekenis hebben, maar vast staat dat je je handen op die manier onmogelijk schoon krijgt.

De tempelruimte heeft een glanzende houten vloer, met in het midden een soort tent van vier bamboestokken en een hemel van slingers en figuren van rijstpapier.

Onder die hemel staat een houten kist met daarin een grote gietijzeren wok. In die wok zal het vuur worden ontstoken.

De ongeveer zestig aanwezigen zitten op harde matten en kussens op de grond, of op klapstoeltjes tegen de muur. In een hoek van de ruimte staat de shintoschrijn van dunne houten latjes vol papieren versieringen en schalen met mandarijnen, druiven, tomaten. Ik zie ook chocolade paaseieren. Verder is alles uitgevoerd in natuurlijke materialen: hout, riet, papier, bamboe, ongebleekt katoen. Alleen de Sony cd-speler steekt er wat industrieel bij af. Maar de muziek is sfeervol.

De shintomeester en zijn assistente, in gebroken witte kimono-achtige gewaden en mutsen, betreden plechtig de tempel en begroeten de kami die zich op dat moment in de schrijn bevinden met twee klapjes in de handen. Iedereen in de tempel buigt twee keer, een keer licht, als begroeting van de hemel, en een keer diep, als begroeting van de aarde.

Tot zover is het tamelijk overzichtelijk, maar dan begint het gezang in het Japans. Welklinkend, maar onverstaanbaar, op enkele Nederlandse woorden na, waaruit blijkt dat de dankbaarheid voor de komst van de lente uiterst groot is.

Na meer dan een uur van bidden, zingen, waaien met een stok met slingers en aansteken van kaarsjes, worden pitten of noten, althans biologische elementen met houtachtige omhulsel rond gegooid.

Dan is er een korte pauze, en dan pas de echte vuurceremonie. De spanning is groot. De shintomeester had al verteld dat het kan voorkomen dat de rijstpapieren hemel in brand vliegt, wat een slecht teken is: van onevenwichtigheid en disharmonie. Ik wacht af en denk enigszins malicieus dat het wel mooi zou zijn voor de foto, een beetje onevenwichtigheid en disharmonie.

Tergend langzaam loopt de assistent met twee kleine brandende stokjes naar de shintomeester, die even tergend langzaam de zorgvuldig gestapelde dunne houten stokjes in de wok aansteekt.

Het vuur laait op, de vlammen lijken als kwaadaardige tongen te grijpen naar de papieren slingers en figuren van de hemel. Maar het papier danst kunstig weg en weet ongeschonden te blijven. En ach, evenwichtigheid en harmonie hebben ook wel wat.

Anil Ramdas schrijft tweewekelijks over geloof. Suggesties: ramdas@nrc.nl