VS bouwt belang in Citigroup af

Het Amerikaanse ministerie van Financiën gaat in de loop van dit jaar zijn aandelen in de Amerikaanse bank Citigroup van de hand doen. In totaal heeft het ministerie voor 7,7 miljard dollar aan aandelen in Citigroup verworven in 2008 toen de bank gered moest worden.

Dat heeft Timothy Geithner, de Amerikaanse minister van Financiën, gisteren bekendgemaakt.

Eind 2008 moest Citigroup, net als veel andere Amerikaanse banken, door de overheid gered worden om ineenstorting te voorkomen. Geithner schrijft dat „de manier, de hoeveelheid en de timing van de aandelenverkoop afhankelijk is van een aantal factoren”.

Geithner zegt dat hij de aandelen Citi „orderlijk en met mate” op de markt wil brengen. Zo wil hij voorkomen dat de koers van Citi onderuit gaat door de grootschaligheid van de verkoop. Morgan Stanley zal de verkoop begeleiden.

In totaal bezit de Amerikaanse overheid 27 procent van de aandelen Citi. In een afspraak uit juni 2009 was al bepaald dat de 7,7 miljard dollar die de staat in 2008 in de vorm van preferente aandelen in de bank stak in gewone aandelen zou worden omgezet.

Citi ontving in de kredietcrisis totaal 45 miljard dollar aan staatssteun. Vorig jaar betaalde de bank, een van de grootste banken in de VS, al 20 miljard aan directe steun terug. Ook maakte de bank 3 miljard dollar aan dividend over aan de staat, alsmede 5,3 miljard aan premie als gevolg van deelname aan het reddingsprogramma.

Het Amerikaanse ministerie van Financiën wil in elk geval geen verlies maken op de verkoop. Geithner wilde oorspronkelijk eind vorig jaar al een pakket aandelen van de hand doen. Destijds daalde de koers van het aandeel echter tot onder de 3,20 dollar. De overheid had de aandelen in 2009 voor 3,25 dollar per stuk gekocht. Sindsdien is het aandeel met 30 procent gestegen. Gisteren sloot het aandeel op 4,18 dollar, een verlies van 13 dollarcent of 3 procent.