Viereneenhalf kilogram TNT

38 doden en ruim honderd gewonden. Dat is het resultaat van twee bomaanslagen in de metro van Moskou.

De stad is wakker geschud uit de droom van veiligheid.

Het koor van tientallen ambulancesirenes dat gisterochtend in het centrum van Moskou klonk, symboliseert het einde van de schijn van veiligheid en rust die het Kremlin de afgelopen vijf jaar heeft gepropageerd. Want behalve een enkele moordaanslag op een kritische journalist of tegenstander van de Tsjetsjeense president Ramzan Kadyrov leken aanslagen in de Moskouse hoofdstad tot het verleden te behoren. Zeker als het om terreur van de kant van rebellen uit de noordelijke Kaukasus ging. De flatgebouwen die in 1999 werden opgeblazen, toen Vladimir Poetin net premier was, de metrobommen van de jaren daarop, de bloedige gijzelingsacties in een Moskous theater of op een school in Beslan, het waren volgens de autoriteiten zonder twijfel nachtmerries die door Tsjetsjeense terroristen waren veroorzaakt, nachtmerries die zo snel mogelijk moesten worden vergeten. En vergeten deed de meerderheid van de Russen. Het leven van alledag gaat tenslotte door en aan de einder gloort de door Poetin beloofde welvaartsgroei in het jaar 2020.

Maar door de twee bomaanslagen in de Moskouse metro van gisterochtend, waarbij in het spitsuur achtendertig doden en meer dan honderd gewonden vielen, is Rusland met een knal van in totaal viereneenhalf kilogram TNT wakker geschud uit een droom van vreedzaamheid. Want opnieuw wijst het gevonden bewijs volgens geheime dienst FSB in de richting van de noordelijke Kaukasus.

Voor de lezers van de kritische Russische pers kwamen de explosies niet als een verrassing. „Het moest eens gebeuren, al wisten we natuurlijk niet wanneer het precies zou zijn”, zegt een van hen met afschuw in haar stem. Ook diplomaten van diverse EU-landen in Moskou hielden al sinds afgelopen zomer rekening met een nieuwe terreurgolf in Moskou, toen in de Russische republiek Ingoesjetië op de noordelijke Kaukasus bij een grote zelfmoordaanslag het hoofdbureau van politie in de stad Nazran werd opgeblazen en in de Tsjetsjeense hoofdstad Groznyj zelfmoordterroristen op de fiets op hun doelen afreden.

Wie nog beter had geluisterd, wist dat in februari 2009 hel en verdoemenis al waren verkondigd door de leider van de opstandelingen op de noordelijke Kaukasus, Dokoe Oemarov. Hij zei in een interview op een Kaukasische website dat „het gebied van militaire operaties zou worden uitgebreid naar Russisch territorium” en dat de oorlog in de Russische hoofdstad zou worden voortgezet. Afgelopen november claimde diezelfde Oemarov al de bomaanslag op de exprestrein van Moskou naar Sint-Petersburg, waarbij zesentwintig mensen omkwamen. Het Kremlin had toen de anti-terreuroperatie op de noordelijke Kaukasus officieel al lang beëindigd verklaard en was druk bezig met de opbouw van de façade van rust.

Maar door die aanslag op de trein kwam er een scheurtje in die façade, die gevolgd werd door een barst toen vorige week in Kabardino-Balkarië, een andere Russische republiek op de noordelijke Kaukasus, rebellenleider Anzor Astemirov tijdens een antiterreuroperatie werd gedood. Begin maart ging in Ingoesjetië Said Boerjatski, als ideoloog van de jihad op de Kaukasus verantwoordelijk voor een aantal bloedige aanslagen in Dagestan, hem voor naar het paradijs. Volgens Viktor Iljoechin, voormalig voorzitter van de parlementscommissie voor veiligheidszaken, zouden die gebeurtenissen wel eens met de explosies van gisteren kunnen samenhangen. Wraak zou het motief zijn.

De burgeroorlog op de noordelijke Kaukasus is namelijk allerminst getemd. Eerder is het tegendeel waar en is de onrust de afgelopen jaren alleen maar toegenomen, vooral dankzij de chaos die de lokale autoriteiten zelf hebben geschapen door de miljoenen roebels aan overheidsgeld, die ze jaarlijks uit Moskou ontvangen, in eigen zak te steken en aldus geen oplossingen te kunnen bieden voor de enorme werkloosheid en armoede van de lokale bevolking. Dat een handvol religieuze moslims daardoor in opstand komt, is dan ook niet zo vreemd.

De meerderheid van de aanslagen op de noordelijke Kaukasus is volgens jurist Roemer Lemaître van NGO Russian Justice Initiative dan ook niet gepleegd door fundamentalistische moslimrebellen. „Het zijn eerder ontevreden burgers die honger hebben en door de politie wreed worden onderdrukt”, zegt hij.

En ook de bestuursstructuur op de noordelijke Kaukasus, waar de geheime dienst FSB de lakens uitdeelt, is verantwoordelijk voor de chaos. Zo heeft president Jevkoerov van Ingoesjetië, die aanvankelijk mooie plannen had voor corruptie- en armoedebestrijding, geen enkele daadwerkelijke macht, omdat hij de corrupte politieke structuren van zijn voorganger heeft geërfd die hem in alles tegenwerken. „Zijn grote probleem is dat hij nergens steun voor zijn politiek kan krijgen”, zegt Lemaître. „Van de meeste aanslagen daar is trouwens niet duidelijk wie erachter zit.”

Wie er wel achter de metroaanslagen van gisteren zitten, zullen we pas echt weten als de aanslagen zijn opgeëist. Maar vrijwel zeker is nu al dat de daders uit de noordelijke Kaukasus komen. En dit keer niet uit Tsjetsjenië, want daar heeft de lokale dictator, Ramzan Kadirov, de situatie met harde hand onder controle gekregen. Nee, de daders moeten eerder gezocht worden in kringen van religieuze moslims uit Kabardino-Balkarië en Ingoesjetië, die genoeg hebben van de systematische vervolging en onderdrukking door de lokale FSB. Ze hebben zich laten verleiden door religieuze leiders, die hen hebben opgeroepen tot strijd tegen de goddelozen. En daarmee heeft het Kremlin door zijn wanbestuur zelf een nieuwe vijand geschapen.

De laatste keer dat Moskou werd getroffen door een terreuraanval was in augustus 2004, toen zelfmoordterroristen zich bij twee aanslagen, met een tussenpoos van enkele maanden, opbliezen in en voor metrostations even buiten het centrum van Moskou. Er kwamen toen tientallen mensen om. Vijf jaar later klonken de eerste explosies weer op Moskous grondgebied, of beter gezegd onder Moskous grondgebied. In de metro waar dagelijks meer dan zeven miljoen Moskovieten gebruik van maken.